Preek op het Hoogfeest van Kerstmis, geboorte van de Heer

Vrijdag 25 december 2020, jaar B
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.
Lezingen: Jesaja 52,7-10; Hebreeën 1,1-6 en Johannes 1,1-18

Dit jaar vieren we het geboortefeest van de Heer in bijzondere omstandigheden. Het jaar dat bijna achter ons ligt, zal ongetwijfeld worden herinnerd als het jaar van het virus; een onzichtbaar virus houdt heel de wereld in de greep. En de gevolgen zijn enorm: medisch, sociaal en economisch. Miljoenen mensen op deze aarde zijn besmet. Een deel van hen is gestorven. Tallozen die al eenzaam waren, zijn nog eenzamer geworden. En voor velen is de bestaanszekerheid aangetast. Banen zijn verdwenen en niet weinig bedrijven zijn in de gevarenzone gekomen. Ales bij elkaar… een jaar van onveiligheid en onzekerheid, maar ook een jaar van polarisatie en maatschappelijke verharding. En dan lezen we op deze eerste kerstdag de proloog van het evangelie van Johannes, een gedicht met bekende zinnen als ‘In den beginne was het woord’ en ‘het woord is vlees geworden’. Bij Johannes geen geboorteverhaal, maar een nieuw begin: de ‘vleeswording’ van het woord van in den beginne.

Woorden, we wantrouwen ze veelal. We houden meer van ‘geen woorden, maar daden’. Van de miljoenen woorden die elke seconde door het heelal vliegen – via smartphones, email, internet en andere media – hoeveel doen er echt toe? Wat mis je als je ze niet hoort? Maar soms doet een woord er zeker wel toe. ‘Het dankjewel en alsjeblieft, het spijt me en pardon, geloof geen hond die zegt dat iets er niet toe doet’, zingt Herman van Veen. En als je vader of moeder een hersenbloeding heeft, kun je snakken naar één woordje dat contact schept.

Jezus, zo zegt Johannes, is het eerste Woord, het scheppende Woord, dat er alles toe doet, één en al communicatie. Hij zegt niet alleen woorden. Hij is het Woord, het vleesgeworden Woord. Niet alleen door zijn mond, maar door heel zijn persoon spreekt God tot de mensen. Van de scheppende God zegt de psalmist: ‘Hij sprak en het gebeurde’. Zo is het ook met Jezus. Waar Hij spreekt gebeurt iets. Doven horen en stommen spreken. Boze geesten verdrijft Hij en tollenaars en zondaars trekt hij tot zich. Hij is voor alle Godzoekers ‘de gids en de weg’, zegt Johannes.

Nu wij hier samen – bij elkaar en vooral in verbondenheid met elkaar – het kerstfeest vieren, zegt Johannes de evangelist tegen ieder van ons dat Jezus voor ons de gids en de weg is naar God. En ligt hierin nu juist niet die boodschap van kerstmis verscholen. Het gaat met Kerstmis om de menswording van God, om Gods menselijkheid. Het loopt als een rode draad door heel de bijbel en het is het hart van ons geloof: dat God geen onverschillige God is. Niet het machtigste en hoogste wezen dat aan zichzelf genoeg heeft. Wel een God die wil geven en delen. Die verbondenheid zoekt en solidair wil zijn. In die solidariteit is God zelfs tot het uiterste gegaan. Niet alleen wil Hij met ons verbonden zijn. Hij wil ook zijn zoals wij, aan ons gelijk, ons menselijk bestaan delen, met alle onmacht van dien, zo broos en kwetsbaar als mensen zijn.

Die oproep tot menselijkheid en solidariteit vormt een wezenlijk aspect van het kerstfeest. Er is vandaag de dag veel onzekerheid en soms zeker ook de nodige angst. Onzekerheid over de toekomst van onze planeet, het gemeenschappelijke huis van alle mensen voedt die angst. Verstandelijk weten we het allemaal dat angst een slechte raadgever is. En de verleiding is dan groot om je in jezelf terug te trekken, in de veiligheid van de eigen vertrouwde kring. Dan wordt het al vlug elk voor zich, eigen volk eerst of wat dies meer zij. Het is de mentaliteit die langzamerhand de tijdsgeest lijkt te bepalen en weinig toekomst in zich vergt, niet voor onszelf en niet voor de samenleving. Zo’n redenering vormt geen platform voor samenleven en is geen forum voor democratie. Dan vervallen we immers in een samenleving die vrijheid weliswaar hoog in het vaandel draagt, maar vergeet dat alleen solidariteit aan de vrijheid werkelijk zin kan geven.

Kerstmis is het feest van solidariteit. Als God het de moeite vond om mens te worden voor en met ons, dan geldt dat zeker ook als boodschap en opdracht voor ons: mensen worden met en voor elkaar. We moeten ons verzetten tegen wat Paus Franciscus de globalisering van de onverschilligheid noemt. Niet wat een mens voor zichzelf kan verwerven, maar wat hij voor een ander kan betekenen, dat maakt het leven de moeite waard geleefd te worden. Zo eert men God. En alleen zo komt vrede op aarde.

Als norbertijnen openen we met kerstmis ons jubileumjaar. Het beeld van onze stichter heeft een prominente plaats gekregen in onze abdijkerk, geschonken door de geloofsgemeenschap van Heeswijk en mede daardoor een prachtig teken van verbondenheid tussen abdij en de aan haar toevertrouwde geloofsgemeenschappen. In de kerstnacht van 2021 is het precies 900 jaar geleden dat de orde werd gesticht. Het kerstkind had Norbertus gegrepen om de nieuwe wereld mee waar te maken. 900 jaar na dato geldt nog steeds en misschien zelfs wel nadrukkelijker om in de voetsporen van Norbertus die opdracht van het woord met daden inhoud te geven.

Laten we het goede nieuws verspreiden en te midden van alle wanhoop vasthouden aan de hoop, zoals veel vrouwen en mannen uit de Norbertijnse beweging deden en doen. Ik wens u het stralende licht en de vreugde van het kind van deze dag toe opdat we verkondigers van het Goede nieuws zijn en blijven in woord en in daad.