Preek op de 29e Zondag door het jaar: Wereldmissiedag
Zondag 18 oktober 2020, jaar A
Door: Titus de Kemp o.praem.
Lezingen: Jesaja 45,1.4-6; 1 Tessalonicenzen 1,1-5b; Matteüs 22,15-21
De tweede lezing is het begin van een brief, het oudste geschrift van het Nieuwe Testament. We zijn dan in het jaar 50 in Tessaloniki, een havenstad in het noorden van Griekenland. Die stad, een rijke bovenlaag en een brede onderlaag van armoede, mensen die van dag naar dag moeten zien te leven. Een heidense stad met tientallen tempels en tempeltjes voor diverse afgoden. Daar strijken op een gegeven dag drie mannen neer, drie vrienden: Paulus, Silvanus en Timoteüs. Ze zoeken daar voor een maand of zo onderdak en proberen met hun handwerk hun kostje bij elkaar te scharrelen. Zo stel ik me hen voor. Wat waren ze eigenlijk van plan, die drie vrienden? Ze waren gegrepen door een paar gebeurtenissen van 20 jaar tevoren. Gebeurtenissen in Jeruzalem rond de dood en opstanding van Jezus van Nazaret. Dat had een heel nieuwe beweging op gang gebracht rond Jezus. In korte tijd had die zich als een olievlek uitgebreid over een flink stuk van het Romeinse Rijk, door enthousiaste vertellers daarover, zeg maar missionarissen zoals die drie vrienden. Zo waren die in Tessaloniki geland, 2.000 km verwijderd van Jeruzalem, 20 jaar na die gebeurtenissen in Jeruzalem. Ze vertelden er vol vuur over. Gaandeweg vormde zich rond hen een nieuwe gemeenschap, een christengemeenschap. Geen afgoden meer maar één God. geen onverbiddelijke supermacht als een noodlot, maar een Vader die zijn mensen liefheeft. Je staat in het leven als een bemind mens! dank zij de opgestane Heer Jezus Christus. Op allerlei plekken groeiden er zo christengemeenten. Oorsprong van ons als kerkgemeenschap. Wereldwijd.
Vandaag wereldmissiedag. Wat kan dit voor mij, voor ons betekenen? Dat wij over onze grenzen heen kijken naar de wereldkerk zoals in West-Afrika. Maar tegelijk wakkert dat ook het besef aan, dat ook wij op onze beurt missionair moeten zijn, getuigen van ons geloof. Hoe doe je dat? Het evangelie van vandaag wijst, lijkt me, een richting: “Geef de keizer wat de keizer toekomt”. Ik vertaal dat als: Geef de samenleving wat de samenleving toekomt”, ook aan onze seculiere samenleving. Iedere mens een medemens, gelovig of niet. Er gewoon van uitgaan dat iedereen probeert een goed mens te zijn. Wij niet beter, maar ook niet slechter dan de anderen. Basishouding voor ons. Ik meen dat ook paus Franciscus op de lijn zit.
Maar als christen willen wij ook God de eer geven die Hem toekomt. Daarom elk weekend tijd vrij om te luisteren naar die verhalen over de gebeurtenissen rond de opgestane Jezus, om samen te bidden en zo mogelijk eucharistie te vieren, in deze crisis misschien alleen maar online. Op die manier zijn wij als christen ook herkenbaar, zijn we getuigen.
Ondertussen is er ook altijd iets in ons dat blijft prikkelen: God de eer willen geven die Hem ook onze samenleving toekomt Een bepaalde trek in ons doen en laten. Door o.a. niet per se mee te doen met wat men normaal vindt. Je bv. niet mee laten sleuren in onverschilligheid. Daar afstand van nemen en je laten leiden door de visie van geloof, hoop en liefde. Geloof dat je in het leven staat als een bemind mens. Liefde ontvangen en op jouw beurt liefde geven. Concreet ik deze crisis van Corona: je niet door angst laten leiden, maar door de beperkingen die van ons gevraagd worden, te aanvaarden met liefde. Door Jezus Christus onze Heer.

