Preek op de 25e Zondag door het jaar: Vredeszondag
Zondag 20 september 2020, jaar A
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.
Lezingen: Jesaja 55,6-9; Filippenzen 1,20c-24.27a; Matteüs 20,1-16a
Het is altijd toch weer slikken geblazen als ik de gelijkenis die we vandaag hoorden voor het eerst lees bij de voorbereiding van samenkomen. Mijn eerste gevoelens zijn dan toch ook wel: ergernis en verontwaardiging. Ook de toehoorders in Jezus’ tijd reageerden gechoqueerd.
Er gebeuren in dit verhaal verrassende dingen. De landeigenaar trekt er steeds weer op uit om arbeiders voor zijn bedrijf te ronselen. Zelfs een uur voor sluitingstijd treft hij nog mensen op die arbeidsmarkt. Mensen die ook willen werken, geen werkschuw, lui volk, maar mensen die door niemand voor die dag zijn ingehuurd. Bij de betaling om zes uur ’s avonds gebeurt er iets dat voor mij, voor ons meer dan gewoon is en enorm opvalt. De laatsten worden het eerst uitbetaald. Juist daardoor zien de eersten die ‘s-morgens om zes uur – toen het eerste uur in Israël – met het werk zijn begonnen en die de hitte van de dag hebben doorstaan, dat zij, als zij aan de beurt zijn, evenveel krijgen als degenen die slechts een uurtje hebben gewerkt.
Hoe zouden wij reageren als ons nu zoiets zou overkomen? Ons rechtvaardigheidsgevoel zou gaan opspelen. En ook de vakbonden zouden moeten reageren. Ze zouden onmiddellijk de kant van de ‘werkers van het eerste uur ‘ kiezen en hun protest steunen. Het museumplein zou volstromen en aan anderhalve meter afstand zouden velen het lak hebben. Want wat er gebeurt lijkt uit het oogpunt van vergoeding of vergelding inderdaad onrechtvaardig.
Maar de vreemde landeigenaar heeft geen boodschap aan onze verdienste-mentaliteit.. Hij kijkt naar de mens, niet naar het resultaat. Hij neemt iedereen in dienst, altijd opnieuw. Hij berekent niet zijn eigen winst, maar ook niet onze verdiensten. Hij stelt de laatsten als mens gelijk met de eersten. Is dat wat de profeet Jesaja bedoelt als hij zegt: ‘Uw gedachten zijn niet mijn gedachten, mijn wegen niet uw wegen. Die vreemde landeigenaar is volgens de gelijkenis het beeld van God. Jezus heeft deze God in zijn leven een menselijk gezicht gegeven. Zo horen we in veel Bijbelverhalen hoe Hij aan tafel ging met hen die als laatsten gezien worden: marginalen, tollenaars en zondaars, die in de ogen van de trouwen farizeeërs en wetsvervullers niets uitgevoerd hadden. In deze gelijkenis verdedigt Jezus zijn houding tegenover de zogenaamde laatsten en naam van de genadige en barmhartige God. Maar meer nog laat hij merken, dat hij iedereen naar zich toe wil trekken. God heeft altijd opnieuw mensen nodig en ze zijn hem allemaal even lief. Dat is het geheim: God heeft ons allemaal nodig in al onze verscheidenheid. God gunt ons het leven wie we ook zijn en wat we ook doen. Vrede verbindt verschil. Ook aan degenen die wij ‘laatsten ‘noemen gunt God het leven. Ook voor hen is hij liefdevolle, ongekende goedheid.
Daarom heersen er in het Rijk van God andere wetten dan in onze menselijke samenleving. Vaak zijn het de sterksten, de handigen, de presteerders die aan hun trekken komen. Zij zijn de eersten op de maatschappelijke ladder. Anderen komen niet aan de bak, vallen uit de boot. Zij zijn altijd de laatsten. Of op godsdienstig gebied zijn het de zogenaamde onreinen, de slechten of zij die wij onkerkelijk of ongelovig noemen. Zij komen niet in aanmerking. Zoals de werkers van het laatste uur moeten ze zeggen: niemand heeft ons gehuurd. Ze zijn overtollig, overbodig. Hoe verschillend hier over wordt gedacht hebben we in de afgelopen dagen weer kunnen vernemen: hoe bepaalde volksvertegenwoordigers blijven hameren op eigen volk eerst. In een tijd van globalisering vallen grenzen weg. De vraag naar vrede is dan ook niet het probleem van anderen. Het is ons probleem als wereldgemeenschap, waarvoor we de ogen niet kunnen en mogen sluiten. Die ander behoort namelijk tot dezelfde wereldgemeenschap, zoals de arbeiders van het eerste en het laatste uur gelijk zijn.
Jezus is er op uit om onze verdienste- en prestatiementaliteit te veranderen. Bij God gaat het niet om prestaties. Wij zijn zijn kinderen, die hem allemaal even lief zijn. In het rijk van God heeft iedereen zonder onderscheid, recht op levenskansen en op al wat nodig is voor een menswaardig bestaan. Bij God geldt niet het recht van de sterkste, is er geen concurrentie tussen goeden en slechten, tussen eersten en laatsten. Verschillen hoeven dan ook niet weggepoetst te worden, en zeker niet als we ze mogen en kunnen zien als wederzijdse verrijkingen. De ander als verrijking zien, maakt die ander belangrijker en jezelf bescheidener. Vrede betekent verbinding zoeken op uitnodiging van die ander. Vrede betekent aandacht hebben voor elkaar. Zo maak je het verschil en in die zin kun je zeggen: vrede verbindt verschil.
Het vredesweekthema van dit jaar ‘Vrede verbindt verschil ‘ sluit aan bij de hedendaagse hunkering naar verbinding, gezamenlijkheid en hechting. En zouden we dan niet kunnen en mogen stellen dat verschil niet een probleem is dat moet worden opgelost, maar een kwaliteit die aan vrede kan bijdragen.
In deze coronatijd lijken veel onderlinge verschillen naar de achtergrond verdreven. Het virus maakt geen onderscheid en treft iedereen. Ook voelen we verbondenheid en is er veel solidariteit: samen komen we er doorheen. Laten we hopen en bidden dat het een duurzame solidariteit betreft, en dat deze niet verdwijnt, wanneer het ‘terug bij het normale leven’ aan de orde zou kunnen zijn.

