18 april 2021: 3e Zondag van Pasen
Handelingen 3,13-15.17-19 en Lucas 24,35-48, B-Jaar
VERKONDIGING
De derde zondag van Pasen. We horen in de beide lezingen de verhalen over de toekomst en hoe wij het verleden moeten verstaan en wat wij te doen hebben.
In de Handelingen spreekt Petrus tegen het volk en in het Evangelie van Lucas horen wij Jezus spreken tegen zijn leerlingen. In beide lezingen worden mensen opgeroepen om iets te doen, om berouw te tonen, te geloven, om te handelen. Ogenschijnlijk een duidelijk verhaal maar de werkelijkheid van de dag is anders. Deze verhalen zijn niet zomaar wat woorden bij elkaar gezet. Nee zijn woorden met een absolute boodschap. Een boodschap die bijna te groot is om te begrijpen of om te doen.
Voor de Communicanten van dit jaar hebben wij met de werkgroep een “Ganzenbord” gemaakt. Een dobbelsteen, leuke pionnen, een speelbord en kaarten met onderwerpen. Kaarten met vragen en met uitleg.
Toen we dit aan het maken waren vroegen wij ons af: “wat willen wij deze gezinnen meegeven?” Welke onderwerpen zijn belangrijk zodat je daarmee verder kunt in het leven.
En hoe leg je dat aan kinderen van 7 of 8 jaar uit?
Wij hebben een poging gedaan en hopen dat de ouders samen met hun kinderen de dobbelsteen opnemen om het Ganzenbord te spelen. Want die kernbegrippen van ons geloof zijn niet zo eenvoudig als dat 1 en 1 2 is. Nee dit zijn begrippen waarbij we een laag dieper moeten gaan.
Voor het volk in de tijd van de Handelingen moet het toch ook apart zijn geweest. Ze waren erbij en nu moeten ze een andere stap maken. Geen geit of bok op de vuurstapel. Nee ze worden zelf opgeroepen om iets te doen. Petrus, die volgeling van die gekruisigde, die zo moet vertellen over die opgestane Heer. Hij spreekt ze aan en bied ze toekomst. “Bekeert u dus en hebt berouw”. Hij geeft ze aan dat er een nieuwe weg te gaan is, hoop.
En in de woorden van Lucas horen wij dat Hij er is. Jezus is zichtbaar tussen zijn vrienden. Laat handen en voeten zien en voelen. Kijk en voel ik ben er! Teken van nieuw leven. Jezus neemt ze mee en geeft ze kracht voor het nieuwe Leven. Roept ze op om te getuigen.
Hij neemt en deelt en zegt “Alles moet vervuld worden zoals het in de Schrift staat”. De vrienden hebben opnieuw de opdracht gekregen.
En dan wij, kleine mensen, zoveel jaren later. Niemand van ons die letterlijk getuige is geweest van wat daar in Jeruzalem heeft plaats gevonden. Wij die het moeten hebben van overlevering. Van woorden die ons elke week weer verteld worden, woorden die wij kunnen lezen in dat grote oude boek, de Bijbel.
Vele jaren was er in katholieke gezinnen geen bijbel in huis te vinden en waren wij afhankelijk van de bijbelplaten van Gustave Doré en van de woorden van de pastoor. Heel voorzichtig kwamen de geschreven woorden binnen terwijl de kerk op hetzelfde moment heel voorzichtig uit de mensen ging.
Opgeroepen worden om berouw te hebben en we denken dat de Biecht is afgeschaft, maar niets is minder waar. We denken dat wij grote mensen zijn die dit niet meer nodig hebben. Dat wij het allemaal zelf wel kunnen regelen.
Wanneer hebben wij zeer kritisch stil gestaan bij ons leven? Wanneer hebben wij zelfonderzoek gedaan en vragen aan ons zelf gesteld? Wanneer heb ik geluisterd naar dat waar ik eigenlijk niet over wil praten? In onze leer kon je, moest je, hiervoor in een bepaalde regelmaat de biechtstoel in. Deze zaken neerleggen bij een priester die jouw zonde zou kunnen vergeven zodat jij met een reine ziel verder het leven weer in kon.
Vele biechtverhalen gaan over suikerpot snoepen en haren trekken bij je zusje maar als wij, wij zoals wij hier nu zijn, weer een keer dit gesprek zouden aangaan komen wij bij andere vragen uit als we heel eerlijk naar ons zelf kijken. Natuurlijk de heiligen onder ons hebben een reine ziel maar wij gewone mensen hebben wel een paar zaken die wij alleen weten. Zaken die wij niet willen, durven, bespreken met een ander. Zaken waarbij schaamte kan spelen, waarmee pijn en verdriet of schuld een rol speelt.
Het is daarom dat wij bij Petrus maar ook bij Lucas lezen dat wij vergeven kunnen worden want dan krijgen wij weer ruimte voor nieuw Leven.
We kunnen beginnen met het voor ons zelf uitspreken, het tegen iemand te vertellen wat op jouw hart ligt, het gewoon vertellen tegen God.
We zijn op weg, van Pasen naar Pinksteren. Van dood en verrijzenis naar de Geest die tot ons komt. Er is hoop, er is toekomst.
Wij mogen die vrienden zijn want weet Hij heeft ons uitgekozen!
Amen.
Jan Claassen, participant Norbertijnen

