8 maart 2015: 3e Zondag in de Veertigdagentijd
Exodus 20,1-17 en Johannes 2,13-25, B-Jaar
VOORAF
Wat is eigenlijk nog heilig in onze tijd? Het zijn vragen die wij ons met regelmaat stellen. Kijk maar om je heen in de samenleving, op het werk, op school of op het sportveld.
Wat is nog heilig in deze tijd?
De veertigdagentijd is een tijd van bezinning en inkeer. Wij vragen ons af waardoor wij ons laten leiden, wat ons heilig is.
Even pas op de plaats maken even ruimte maken en zien of de Tien woorden die God ons gaf, ook regels voor ons kunnen zijn.
Even pas op de plaats maken en nagaan wat bewaard moet worden en wat met een stevige slag kan worden opgeruimd.
Vandaag horen we hoe God ons Tien woorden ten leven geeft. En Johannes vertelt ons hoe Jezus grote schoonmaak houdt en de tempel weer maakt tot een plaats waar God en mensen elkaar kunnen ontmoeten.
VERKONDIGING
“Wat is jou eigenlijk nog ‘heilig’?”
Het is een vraag die mensen in deze tijd wel eens aan elkaar stellen. Het is een vraag die deze week gesteld werd in een gesprek waar ik aan deelnam. Samen met mijn islamitische collega in het Ronde Tafelhuis, sprak ik met enkele niet-gelovige stadsgenoten over dat wat ons heilig is.
Het lijkt in onze tijd weleens of er niets meer heilig is. Cultuurgoed dat de eeuwen getrotseerd heeft, wordt kapot geslagen door barbaren.
In de straten van Rome wordt een ravage aangericht door mensen die zich voordoen als voetbalsupporters om hun agressie af te reageren.
Een vrouw en een man staan voor de rechtbank in Assen en verdedigen zich met de woorden: “dan hadden ze zich maar beter moeten verweren”.
En in het Midden Oosten zien we hoe terroristen hun medemensen de meest gruwelijke dingen aandoen.
Mijn islamitische collega gruwt, net als wij van al die misdaden en is er ten diepste van overtuigd dat voor al die daden geen enkele rechtvaardiging te vinden is in haar geloof of in haar heilige boek.
Het gesprek komt bijna als vanzelf op de profeet Mozes die zijn volk de woorden voorhoudt die God zelf hem en zijn volk op de berg hebben geschonken …
10 woorden, 10 wegwijzers om naar te leven, van Godswege ons gegeven. De kern van al die woorden is dat God de Ene en de Eeuwige is en dat mensen elkaar op handen moeten dragen, liefhebben en beschermen tegen pijn en verdriet.
Woorden die de basis zijn gaan vormen van de meest fundamentele mensenrechten.
10 Woorden, 10 geboden.
Zo heilig dat zij in steen werden gebeiteld en meegedragen door de woestijn in de veertigdagen dat het volk op weg was.
40 jaar was het volk op weg naar het Beloofde land,
40 dagen verbleef Jezus in de woestijn,
40 dagen, het is niet voor niets de Veertigdagentijd, waarin wij ons willen bezinnen en voorbereiden op het komende Paasfeest.
Zo trok ook Jezus met zijn vrienden op naar Jeruzalem, om daar Pesach te vieren, het joodse paasfeest dat herinnert aan bevrijding uit de slavernij van Egypte. Het grote feest dat herinnert aan de toch van het volk met Mozes door de woestijn.
Jezus en zijn vrienden, joodse mensen ten voeten uit, vierden Pesach in de volle overtuiging dat na een tocht van jaren door de woestijn het volk een thuis heeft gevonden in Jeruzalem en daar een tempel voor God heeft gebouwd.
Het is dan ook niet zo verwonderlijk, dat Jezus, die de zachtmoedigheid zelf lijkt, woedend wordt als hij ziet wat zich allemaal afspeelt in die tempel.
Er wordt handel gedreven, er worden offerdieren verkocht, met geld gehandeld, alsof de Gods genade kan worden gekocht met geld, alsof je de gunst van God kunt afkopen.
Jezus rammelt de handelaren de tempel uit: Hoe halen jullie het in je hoofd om jezelf te verrijken op een plaats die heilig is in de ogen van God en mensen!
Hoe haal je het in je hoofd om te denken dat je handel kunt drijven met God!
Hoe haal je het in je hoofd om te denken dat je met bloedoffers God gunstig kunt stemmen!
Jezus liet rondtrekkend door Galilea niets anders zien dan dit: Jouw innerlijke gesteldheid, jouw gerichtheid op God, komt tot uiting in het gebed dat diep in jouw binnenkamer klinkt en komt niet minder tot uiting in de inzet voor gerechtigheid voor je medemensen.
Jezus was woest, want er werd een aanslag gedaan op dat wat hem ten diepste heilig is.
Aan mijn niet-gelovige gesprekspartners deze week, stelde ik voor om eens gesprekjes te houden met jongeren en te vragen wat hen heilig is.
“Of zou dat woord ‘heilig’ ook in onze tijd niet meer worden verstaan?” vroeg ik mij af …
Een vraag waar zij ontkennend op antwoorden: “De meeste mensen voelen vast en zeker heel goed aan wat het woord ‘heilig’ betekent”. Dan gaat het om dat wat meer dan waardevol is, iets dat heel dicht raakt aan de kern van het leven. Iets dat dierbaar is, goddelijk bijna. Het kunnen je kinderen zijn, je kleinkinderen, jouw sportvereniging of je levensideaal,
jouw idealen en geloof in een betere wereld.
Het gaat om zaken die niet te koop zijn, voor geen geld van de wereld. Het gaat om kostbare schatten, ons door God gegeven. Schatten om te koesteren en te bewaren, diep in je hart en je geweten. Schatten die jou kwetsbaarheid raken en je zachtheid wekken. Dat is waar het om gaat als we spreken over wat ons ‘heilig’ is.
En voor velen van ons is het God zelf die ons laat zien dat wat ‘heilig’ is mag rekenen op onze bescherming en diepste zorg.
Misschien moeten wij het in onszelf nog maar eens nagaan diep van binnen … wat is ons ‘heilig’? Ligt iets van dat geheim verscholen in de woorden van de geloofsbelijdenis?
Amen.
Thea van Blitterswijk, Norbertijns participant

