8 Februari 2015: 5e Zondag door het jaar
Job 7,1-7 en Marcus 1,29-39, B-Jaar
VERKONDIGING
Als je een beetje zicht wilt krijgen op datgene wat iemand een hele dag uitspookt, kun je hem of haar het beste daadwerkelijk volgen in zijn dagelijkse doen en laten. Je draait mee en je ervaart de praktijk zelf. Dan krijg je pas echt zicht op dat concrete beroep.
Ik heb zo’n beetje de indruk dat we op deze wijze de evangeliewoorden van zo juist zouden kunnen zien: een uitnodiging om een hele dag in een soort snuffelstage met Jezus op te trekken, hem in zijn doen en laten te volgen.
De dag van Jezus wordt in het eerste hoofdstuk van het Marcus evangelie beschreven. En wat valt er dan allemaal op. In ieder geval dat Marcus wel aardig lijkt te passen in deze tijd welke we met hedendaagse terminologie zouden benoemen met onthaasting. In de paar regels welke direct vooraf gaan aan de evangeliewoorden van vandaag heeft hij al zo’n 8 keer het woord terstond en onmiddellijk gebruikt.
Uit de hele redenering en benadering blijkt dat die Marcus zeker niet gebukt lijkt te gaan onder het gezucht van bijvoorbeeld Job zoals we hoorden in de eerste lezing. ’s Avonds denk ik wanneer wordt het morgen? en ’s morgens: wanneer wordt het avond? Niks ervan, er is werk aan de winkel en er is haast bij. Er hoeft niet te worden gewacht. De tijd is rijp voor de dingen die Jezus doet.
Het verhaal van vandaag begint als Jezus de synagoge – de Joodse parochiekerk – verlaat. Op die plek heeft Hij het Woord voorgelezen en van uitleg voorzien. De Catecheet Jezus. Maar het zou Jezus niet zijn als hij het daar bij zou laten. Het woord moet immers niet alleen maar binnen de kerkmuren klinken, het moet ook metterdaad verkondigd worden buiten de muren van de synagoge, in het leven van alledag. Die kennismakingsstage bij Jezus laat een gevarieerd beeld zien en kan zeker niet eentonig of saai worden genoemd.
Als tweede onderdeel van de kennismakingsdag met Jezus neemt hij ons mee naar het huis waar Petrus is ingetrouwd. De schoonmoeder van Petrus ligt ziek op bed. ‘Hij pakte haar hand vast en hielp haar overeind’ zo staat er geschreven. In de synagoge heeft hij het woord onderwezen, nu moet het worden gedaan, zonder uistel en wel onmiddellijk. De catecheet Jezus is en wil ook diaconaal actief zijn. En dat laat hij op de allereerste plaats zien in de kring van hen die het meest nabij zijn. Want wie in die binnenwereld de dienst van de mensenzorg niet wil beoefenen, is ongeloofwaardig als het gaat om de dienst aan de buitenwereld.
En dan volgt er een typische zin: ‘toen verliet de koorts haar en ze begon voor hen te zorgen’. Overeind geholpen door Jezus – als het ware helemaal op haar wenken bediend – gaat zij nu het dienstwerk verrichten en goed doen. En zien we het zo niet vaak gebeuren: mensen die zelf het nodige hebben meegemaakt kunnen de mensen die gebukt gaan onder groot verdriet vaak het beste begrijpen. Degenen die zelf man of vrouw hebben verloren, een kind hebben moeten afgeven, een ziekte hebben meegemaakt of het werk zijn kwijtgeraakt: zij blijken dikwijls de beste hulp te bieden aan hen wie het nu overkomt.
De zorg van Jezus blijkt niet beperkt tot de kring van directe familie en vrienden. Van alle kanten komt men met zieken naar Hem toe.
Dan wordt het nacht en na een korte nachtrust zoekt Jezus plaats en ruimte voor gebed en overdenking. Hij wil zich niet helemaal laten inpalmen door de mensen. Hij wil niet ten onder gaan in de noden van alledag. Hij wil niet zwichten om enkel maar een wondergenezer uit te hangen. Hij wil de mensen niet ontslaan van de eigen plicht en verantwoordelijkheid om zieken nabij te zijn. Hij wil niet dat mensen zich achter hem verschuilen in een soort klakkeloos vertrouwen dat hij wel overal voor zal zorgen. Jezus trekt zich terug om zich te bezinnen op zijn plaats en mogelijkheden.
Maar wij, zijn leerlingen en stagiairs roepen Hem tot de orde van de dag. Met een zekere verwijtende en bitse toon wordt Hem voorgehouden dat iedereen op zoek is naar Hem. Dat geluid en gevoelen wordt niet ontkend of tegengesproken maar op een bijzondere wijze bevestigd: Ja, dat weet ik, laten we daarom verder trekken, ook daar moeten wij ons werk doen. Het woord laten klinken en de daad bij het woord voegen. De verantwoordelijkheid is wereldwijd. Oorlog en vrede mag je toch ook niet aan een enkeling overlaten. Uitbuiten van mensen of hen onder dwang bepaalde dingen laten doen waarvoor ze niet kiezen – pure mensenhandel – moet toch door ons allen aangeklaagd en tegengegaan worden.
Wat levert zo’n stagedag nu aan inzicht en ervaring op. De grote lijn van het levensritme van Jezus zal ons niet ontgaan zijn. Het begon in de synagoge. Daarna volgde de genezing van zijn gastvrouw en van de velen die op hem wachtten. ’s Nachts trok hij zich terug in gebed, en ’s morgens trok hij weer verder.
In het beluisterde en besproken woord in de synagoge, in het persoonlijke gebed vindt Jezus inspiratie om te doen wat gedaan moet worden. Zijn zending – mensen opwekken tot leven – beperkt hij niet tot de huisgenoten en dorpsgenoten. Ook de buitenwereld vormt een wezenlijk deel van zijn werkterrein.
Zo’n dagje stage bij Jezus kan ons misschien aanzetten ons eigen leven onder de loep te nemen en te bezien in het levensritme van Jezus. En wie weet waar het allemaal toe kan leiden.
Amen.
Abt Denis Hendrickx o.pream

