Bidden

7 januari 2018: Driekoningen / Openbaring van de Heer

Jesaja 60,1-6 en Matteüs 2,1-12, B-Jaar

VERKONDIGING

‘We hebben zijn ster gezien’, waar de ster bleef stilstaan … , dat is ‘Goed Nieuws’ zo wordt ons vandaag door Matteüs voorgehouden en ook Jesaja spreekt over bijzonder licht. Het nieuws wordt niet verteld op de plaatsen waar geld en macht – en veelal gaat dat gepaard met een sterke arm of veel verbaal geweld – zo’n belangrijke rol spelen en mensen en dus ook ons meer dan een enkele keer een wil wordt opgelegd.

Het nieuws wordt juist verteld aan de schaduwkant van de wereld, dat nieuws dat Jezus in een schaapstal geboren wordt om herder te worden van zijn volk. Het kind geboren, dat vrede brengt en warme menselijkheid. Het is goed nieuws als mensen ‘wijs’ worden en op weg durven gaan naar het licht.

‘Waar de ster bleef stilstaan … daar is God mens geworden om ‘Immanuel’, dat betekent ‘God – met – ons’ te zijn. God – met – ons, die naast ons staat en als een vader en moeder zorg voor ons draagt. ‘God – met – ons’ die ons de vrijheid geeft een eigen levensweg te zoeken. ‘God – met – ons’ die onze vreugde, maar ook onze pijn wil delen. ‘God – met – ons’, die onze tochtgenoot en vriend wil zijn.

Waar de ster bleef stilstaan … Niet toevallig gebeurt dat in een schaapstal en in de kwetsbaarheid van een klein kind. Jezus wordt niet geboren in een groot paleis, opgetrokken van marmer en kostbaar hout. Nee het verhaal van kerstmis laat ons weten dat de geboorte plaatsvond in een armoedige stal in een buitengebed, wat verwijderd van de bewoonde wereld, aan de rand van Bethlehem.
Zijn vader was niet van adel en niet de persoon die over de hele wereld letterlijk of figuurlijk allerlei Trumptowers bezat. Hij was niet een of andere rijke koopman, maar een eenvoudige handwerksman, een arme timmerman uit Nazareth. Zijn moeder was een eenvoudige vrouw met een warm hart en een groot geloof.

Die zich als eersten meldden aan het kraambed waren geen overbezorgde opa’s en oma’s, maar enkele herders die met hun kudde in de omgeving waren. En de ster wijst aan vreemden uit het oosten de goede richting.

Waar blijft de ster vandaag de dag stilstaan? Waar kunnen wij God ontmoeten? Waar ligt Bethlehem op de landkaart van uw en mijn leven? Zou ons ‘Bethlehem’ niet iedere plaats kunnen zijn waar zowel pijn als vreugde gedeeld kan en mag worden? Zou het niet elke plaats kunnen zijn waar mensen vrede ervaren en waar ze zich kunnen warmen aan dat vuur van Gods liefde en tederheid.

Soms lijkt het alsof dat arme kind in de kribbe ons toelacht en zegt: ‘Ga maar, naar onze grote steden, waar daklozen zich met krantenpapier en wat kartonnen dozen moeten beschermen tegen bijtende kou’, en dat kan vreselijk zijn zo laten actuele beelden uit Amerika ons zien. ‘Ga maar, zo klinkt de oproep en toon je bezorgdheid voor slachtoffers en nabestaanden van afschuwelijk natuurgeweld’, waardoor we met regelmaat van de klok worden opgeschrikt; ‘Ga maar naar het huis waar een vader en een moeder treuren om hun doodgeboren kindje’. ‘Ga maar naar de plaats waar de ster vandaag blijft stilstaan, op de geheime schuilplaats waar mensen zonder papieren zich verschuilen of naar al die buurten en wijken waar kinderen – soms zelfs hier geboren maar met een buitenlandse afkomst – angstig wachten of zij uitgewezen worden en tussen angst en hoop leven … wachten op een kinderpardon’.

Wat zou de boodschap van deze dag via de ster aan de wijzen uit het oosten ons vandaag de dag kunnen vertellen? Hoe dat verhaal in de loop der tijd ook is aangevuld met halve of hele waarheden, het verhaal vertelt ons in ieder geval dat de drie elk tot een ander ras en huidskleur behoorden: het blanke, het bruine en het zwarte ras. Het verhaal vertelt bovendien dat ze van leeftijd varieerden. En we kunnen er een boeiende actuele betekenis in zien: in deze voorstelling van de drie wijzen als vertegenwoordigers van drie toen bekende werelddelen: Azië, Europa en Afrika.

Zou het verhaal van vandaag ons het belang van de dialoog tussen de generaties, de ouderen, de volwassenen, de jongeren willen voor houden? Samen zijn ze op weg door de geschiedenis, samen delen ze de opdracht om met elkaar en in elkaars nabijheid de tekenen van de tijd te verstaan, ze vullen elkaar aan met de wijsheid van de lange ervaring, de kracht van het volle leven en het enthousiasme van de jongeren.

En dan is er het belang van de dialoog tussen de culturen en religies, om samen na te denken over de diepe zingeving van het menselijke bestaan en van de geschiedenis, om samen te beseffen dat een heilzame toekomst alleen maar door samen te werken en de positieve krachten te bundelen bereikt wordt; Had onze koning het tijdens zijn kersttoespraak op 25 december ook niet over ’wat minder ik, en wat meer wij’.

De wijsheid van zo’n uitwisseling, van zo’n wederzijdse aanvulling, van zo’n dialoog: het komt mij voor dat het van levensbelang is in onze dagen. Zouden de drie wijzen ons vandaag daartoe geen spiegel voorhouden: ze vinden elkaar in het zoeken naar het licht in de duisternis, ze steunen elkaar in de moeizame weg achter de ster aan, ze roepen elkaar voortdurend toe: komt, laten we Hem aanbidden. En dat alles lijkt me heel wat anders dan twitteren over de hele wereld dat het allemaal maar nep nieuws is.

Mag voor ons dit zo’n beetje de betekenis zijn van: ‘Waar de ster bleef stilstaan’. Mogen wij zo onder de indruk raken van een ster die stil bleef staan en stil blijft staan; Met zo’n ster mag je verder trekken, de toekomst tegemoet in dat nieuwe jaar nog maar enkele dagen oud is.
Amen.

Denis Hendrickx o. praem
Abt van Berne