7 en 8 juli 2018: 14e Zondag door het jaar
Ezechiël 2,2-5 en Marcus 6,1-6, B-Jaar
VERKONDIGING
Ik denk dat de meesten onder ons het wel eens zullen zijn met mij als ik stel dat onze dagelijkse stemming, ons humeur, meestal wordt bepaald door de dingen die we meemaken, de ontmoetingen van het moment. Van een vrolijk gesprek knappen we op en als iemand de hele tijd heeft zitten te klagen, dan knappen we af. Als iemand het eens is met je gedachten en ideeën, dan voel je je gewaardeerd, maar als we een lading kritiek over ons heen krijgen, is de dag verpest.
Ons dagelijks leven verloopt grillig. Gisteren voelde het leven aan als een wonder, vandaag ziet alles opeens weer grijs en is het leven doodgewoon saai. We laten ons gemakkelijk leiden door wat we op het eerste moment zien. Wat valt het toch op: Onze zuiderburen – de Belgen bijvoorbeeld – door de taalgrens een vaak verdeeld land, maar zeker na afgelopen vrijdag avond lijkt het op een grote eenheid. Het moment van de voetbalwinst bepaalt heel sterk de sfeer en dat gun ik ze dan ook van harte, per slot van rekening heb ik ook Belgisch bloed in mijn aderen.
Het verhaal van dit weekend. Jezus komt in zijn vaderstad, zijn geboorteplaats en wil daar doen wat hij overal doet. Hij vertelt over de bedoelingen van God, hij roept het geloof in mensen wakker. Er gaat een kracht van hem uit. Mensen voelen zich opgebeurd, ze worden er beter van.
Maar in zijn geboorteplaats lukt dat niet zo best. De mensen zien in Hem geen Messias of een profeet. Ze zien in hem veel meer die zoon van de timmerman, die toch alleen maar iets van zijn vaders beroep kan afweten. Hij blaast voor hen veel te hoog van de toren. Ze zien hem vooral als een grote aansteller. ‘Waar haalt hij al die wijsheid, en vooral die pretentie vandaan?’
Wat stelt zo’n timmermanszoon nu eigenlijk voor? Die kan toch niet over God praten. Dat kunnen toch alleen maar mensen die ervoor gestudeerd hebben, want goddelijke zaken zijn verheven en ingewikkeld. En die zogenaamde wonderen, daar moeten we niet intrappen, dat kan nooit iets voorstellen.
Ja, en zo worden onze gedachten en gevoelens bepaald. Een gehandicapte is zielig en heeft niet veel kansen meer in het leven. Een vreemdeling of vluchteling heeft zo’n merkwaardige cultuur dat je er nooit echt contact mee zult krijgen. En mensen met werk in een beschutte werkplaats hebben gewoon vroeger niet goed opgelet en moeten nu eenvoudig werk doen.
We zetten mensen soms heel snel weg voordat we goed geluisterd of gekeken hebben. We kijken naar de buitenkant, we bekijken het etiket en geven een oordeel. Maar we zullen eerst de wijn echt moeten proeven om te weten of het etiket echt klopt. Als wij luisteren naar de mens achter het plaatje dat wij zo snel opgeplakt hebben, dan kunnen we vaak beter begrijpen waarom iemand in een bepaalde situatie is beland.
Eerst luisteren, eerst de wijn van het leven proeven en dan blijkt dat mensen hun geloof niet verloren hebben, dat ze zich door moeilijkheden heen weten te slaan en nieuwe kracht ontvangen om het leven weer op te pakken. En noem dat maar eens geen wonder.
Met een hart dat luistert kunnen wij de dagelijkse wonderen die plaatsvinden ontdekken. Met gelovige ogen zien we veel meer.
Zogenaamd allemaal gewone mensen, zogenaamd gewone dingen, waarin de zogenoemde gewone kracht van God zichtbaar wordt. Overal zijn wonderen te ontdekken, maar het zijn pas wonderen als wij ze ook willen zien. De eenvoudige zoon van de timmerman, ja, van hem ging er een kracht uit. De mensen bij ons in de straat, bij ons op de galerij, gewone mensen, we zijn aan ze gewend, ze weten zich op de een of andere manier staande te houden, ze zijn trouw aan hun afspraken en weten liefde te delen met hun naasten. Mensen die hun vrienden niet aan de kant zetten, die niet zwart maken wat licht en helder is, mensen die zich aan eerlijkheid vasthouden en zich niet laten ontmoedigen door tegenslagen. Allemaal wonderen, want telkens is het net even anders dan we eerst dachten.
En dan komen ook de woorden van de eerste lezing nadrukkelijk om de hoek kijken. De profeet Ezechiël wordt gewaarschuwd: ‘Ze zullen niet naar je luisteren. Toch moet je naar hen toegaan. Het doet er niet toe of zij de boodschap die je in mijn naam uitspreekt, accepteren of niet. Ze zullen weten dat de stem van God onder hen is’.
Ezechiël en Jezus hebben met elkaar gemeen dat ze doorgaan met te verkondigen wat zij als Gods stem gehoord hebben, ook al weten ze dat het in termen van succes een ondankbare opdracht is. En de geschiedenis herhaalt zich ook nu, ieder kan profeten van en in onze tijd aanwijzen. Grote namen schieten je te binnen. Maar wordt dat rijk van God niet vooral waargemaakt door de vele mensen die zich voor een waardevolle zaak inzetten. Soms onder haast uitzichtloze omstandigheden. Soms worden mensen als naïef bestempeld omdat zij zich zo uitzonderlijk inzetten voor mensen en milieu.
Zou de actualiteit van de lezingen van deze dag niet kunnen zijn: heeft niet ieder van ons het in zich om een kleine profeet te zijn. Velen kunnen en willen zo verkondigers zijn van Gods liefde, niet door te preken, maar door er liefdevol te zijn en liefdevol te doen. Als wij ons niet laten ontmoedigen wanneer wij tegen wantrouwen aanlopen, als wij geïnspireerd worden door grote innerlijke liefde voor God en mens, misschien verrichten wij dan wonderen, ondanks alles en misschien wel zonder het zelf te weten.
Amen.
Denis Hendrickx o. praem
Abt van Berne

