Bidden

6 april 2015: Tweede Paasdag

Handelingen 2,14.22-32 en Matteüs28,8-15, B-Jaar

VERKONDIGING

Niet ver van Rome, vlak bij de plaats Cerveteri  is een necropolis, een dodenstad, te vinden.  Als je daar een bezoek brengt, kun je uren lopen tussen enorme grafheuvels en zelfs straten waar graven uit de vroege oudheid te vinden zijn. De Etrusken waren een volk dat leefde in de vroege oudheid. Van dat volk is vrijwel geen ander cultureel erfgoed overgebleven dan enkele uitgestrekte steden. Zij bouwden voor hun doden. Hun huizen bouwden zij van hout en leem, hun graven werden monumenten die de eeuwen overleefd hebben. Als het leven op aarde zo hard en meedogenloos is, dan moet je immers wel goed zorgen voor de tijd die je wacht na de dood.

Een indrukwekkende plaats en als je daar loopt, dan krijg je de indruk dat de graven in de tijd van Jezus van Nazareth, er misschien wel zó uitgezien zouden hebben. En het is op plaatsen als deze, het is op ons eigen kerkhof hier achter de Mariakerk, dat je kunt beseffen dat de grens van leven naar dood maar in één richting gegaan kan worden. Het is over en uit.

Toch beleven wij het soms ook anders. Zien wij in onze kinderen, in onze kleinkinderen, niet soms onze opa of oma terug? Zien wij in de mensen die met ons zijn opgegroeid, niet soms de invloed van mensen in onze omgeving terug. Zeggen we niet soms tegen elkaar: Hij is dood, hij is niet meer hier, maar in ons huis, in onze tuin, herinnert er nog heel veel aan hem of aan haar. Tot het dan weer in alle enormiteit doordringt; wij zullen hem of haar hier op aarde nooit meer kunnen omarmen, niet meer aanraken. Een graf, een steen in de urnenmuur, een foto … dát is wat rest.

Het evangelieverhaal dat wij vandaag horen speelt zich af rond een leeg graf. Een verhaal met twee groepen hoofdrolspelers: de vrouwen en Jezus aan de ene kant en de soldaten en hogepriesters aan de andere kant. De vrouwen laten heel verschillende gevoelens zien: ze zij angstig, ontzet en tegelijkertijd opgetogen en uitzinnig van vreugde. Het graf hebben zij leeg aangetroffen. De vrouwen twijfelen geen moment; zij gaan op zoek naar de leerlingen om te vertellen wat hen is overkomen.

Op dat moment komt Jezus hen tegemoet en groet hen en als de vrouwen hem eer willen bewijzen en zijn voeten vasthouden, roept hij hen op om op te staan. Hij wil niet dat zij hem vasthouden, hij wil dat zij in beweging komen! Jezus laat zien dat de grens van leven naar dood ook in de andere richting kan worden overgestoken. 

Maar er zijn nog meer hoofdrolspelers vandaag, de bewakers van het graf. Bij hen is geen sprake van dubbele gevoelens, zij zijn alleen maar ontzet en ook zij weten niet hoe snel zij moeten gaan vertellen wat er gebeurd is. Hun opdrachtgevers proberen te ontkomen aan gezichtsverlies en kopen de soldaten om: “Vertel maar dat de leerlingen het lichaam hebben weggehaald!” Anders zouden de mensen immers misschien gaan geloven, dat Jezus inderdaad de Messias is, de Verrezen Heer.

Eigenbelang, en egoïsme staan hier voorop en hoe makkelijk is dat niet als je de ander zwart maakt en belastert. Het brengt ons in gedachten heel gemakkelijk naar de wereld van vandaag, waarin wij horen en lezen hoe in politiek en bedrijfsleven met de waarheid wordt gerommeld, hoe wapengeweld met de mond wordt veroordeeld en met de daad wordt ingezet als middel om veel geld te verdienen. Dat zijn de werelden die proberen grip op de toekomst te krijgen met leugens, geklik en manipulatie. In die wereld is weinig beweging mogelijk. Waar Jezus zijn vrienden en vriendinnen oproept om op weg te gaan, is de wereld van de wetgeleerden, een wereld die geen toekomst zoekt.

De vrouwen bij het graf vertellen een ander verhaal: Het graf is leeg. Jezus komt hen tegemoet, laat zien dat de weg die gegaan moet worden, kan worden omgekeerd, het leven tegemoet,  de toekomst tegemoet. Jezus wil geen graf, geen plaats om Hem, alsof hij een dode is, te gedenken. Hij wil dat zij teruggaan naar Galilea waar Hij met de leerlingen rondtrok om mensen te inspireren, te bemoedigen, op te roepen om met elkaar gemeenschap te zijn, elkaar te genezen en te vergeven. Zijn hele manier van doen laat zien dat Hij wil dat mensen zich bevrijden van de letter van de wet, van knellende regels, opdat er beweging kan komen in het leven van mensen. Hij wil dat zijn leerlingen bidden, de Schriften lezen, Brood en Wijn met elkaar delen. Zijn leven een plaats geven in de toekomst, in de wereld van vandaag.

In de wereld van de oudheid werden steden gebouwd voor de doden. Vandaag bouwen wij aan een wereld voor de levenden. En onze wereld, onze samenleving heeft zijn Woord Broodnodig! Niet om vast te houden aan het verleden, maar om verder te kunnen gaan op Zijn weg, de weg van de Opgestane, de Levende!

Amen.

Thea van Blitterswijk
participant Norbertijnen