Bidden

5 juni 1016: 10e Zondag door het jaar

1 Koningen 17,17-24 en Lucas 7,11-17

VERKONDIGING

Op allerlei manieren worden we geconfronteerd met pech in het dagelijks leven. Pech in materieel opzicht en nadrukkelijk levenspech. Als plotseling je vervoersmiddel je laat staan is dat vervelende pech. De meest ernstige aanvaringen hebben we met de dood. Daar botsen we tegen op en de schade is soms niet te overzien. Dat geldt zeker wanneer iemand sterft die een onvervangbare  plaats in je leven heeft, om nog maar niet te spreken van het onoverwinbare verdriet dat over je heen komt wanneer je kind doodgaat.

Het heeft er veel van weg dat Lucas vandaag deze botsende elementen naar voren wil halen. Jezus heeft een hele groep mensen achter zich aan lopen. Ze gaan de stad in om te laten horen en om te laten zien dat een nieuwe tijd is aangebroken. Er gaat echt iets veranderen, want Jezus brengt een nieuw soort weldaad onder de mensen.

Maar dan botst het enthousiasme op de dood. Er is een rouwstoet ook met veel mensen. Zij laten horen en zien dat het jonge leven in de knop gebroken is. Een weduwe draagt haar enige kind ten grave. Er komt helemaal geen nieuwe tijd is de sfeer welke bij haar overheerst. Er is alleen maar afbraak en verdriet.

Ik denk dat het heden ten dage bij ons ook voorkomt: van zo’n twee stoeten vol tegengestelde leuzen. Dagelijks zien we via journaals of anderszins wel zo’n stoeten voorbijkomen, soms heel nadrukkelijk ontmoeten ze elkaar en leidt dat tot grootste ongeregeldheden. Er zijn van die stoeten waarin borden worden meegedragen waarop zou kunnen staan: ‘eigen volk eerst’, van pesten wordt je een echte vent; zorg dat je zo rijk mogelijk wordt, desnoods ten koste van anderen.

Zouden we niet mogen zeggen dat zo’n opstelling leidt tot dood al doet het precies andersom vermoeden. Hier gaan jonge mensen aan dood, zoals de jongen van Naïn. Dit snijdt de toekomst af en we worden allemaal weduwen zonder kinderen. De andere groep demonstranten  roept dat we zorgvuldig moeten omgaan met alles wat de aarde ons geeft. ‘Laten we honger uitbannen en oorlog voorkomen’, kinderen moeten beschermd worden tegen pesten en verwaarlozing.
Het is het woordenboek van het leven. Daarin wordt toekomst voorgehouden en aangezegd.

Op allerlei momenten van ons leven krijgen we te maken met tegengestelde krachten. En … hoe kunnen en willen we er voor zorgen dat de schade beperkt blijft en dat onze goedwillendheid niet meegesleurd wordt met de stoet van de dood?

Jezus en de groep mensen om Hem sluiten zich niet aan bij de rouwstoet. Lucas gebruikt deze confrontatie om te laten zien dat het leven sterker is dan de dood.
Jezus gaat naar de weduwe. Hij zegt niet: “Huil maar eens goed. Gooi je verdriet er maar uit”. Hij zegt: ‘Huil maar niet’. Niet treuren om wat allemaal fout gaat, geen gezeur over allerlei pech, over blikschade en letterlijke en figuurlijke blauwe plekken welke je allemaal in het leven kunt oplopen. Jezus raakt de ‘baar’ aan en zegt: ‘Jongeman, sta op’. Hij verbreekt de doem. Hij veegt alle artikelen van de dood zo van tafel. We gaan niet mee in de treurige stoet van afbraak en geweld. Sta op. Je moet de andere kant op. We gaan de stad bouwen waarin niemand gekleineerd wordt, waarin de grootsten de dienaar van de kleinsten zijn, waarin niet meer oog om oog gevochten wordt en waar zij die huilen weer kunnen lachen.

De beelden uit de lezingen van vandaag passen ook heel goed op de vooravond van de jaarlijkse herdenking door de norbertijnen van hun ordestichter Norbertus. Hij leidde de stoet van toekomst en niet bij de feiten neerzitten. Laat je niet leiden door wat er allemaal aan verval te zien is in het kerkelijke leven, maar geloof in nieuw inspirerend evangelisch leven. Heel actueel dus voor allen uit de Norbertijnse beweging en laten we hopen voor allen die die beweging mee zouden willen versterken.

Dood en leven, ze botsen telkens weer op en met elkaar. Jezus heft deze aardse zekerheid niet op, want we gaan allemaal dood. Maar we willen toch niet dat ons leven een ellenlange rouwstoet wordt, en we zijn toch niet van plan reclame te maken voor alles wat dood en verderf brengt. Jezus geeft ons een nieuwe jeugd en nodigt ons uit om mee te gaan met heel die groep van bouwers die willen werken aan de nieuwe stad, het koninkrijk van God.

Een prachtige, en ik zeg er tegelijkertijd bij een niet altijd gemakkelijke, boodschap wordt ons vandaag voorgehouden en als opdracht aangereikt: Niet wachten totdat de wereld verandert, want dan kun je lang wachten. Omkeren en meegaan met allen die geloven in een God die bevrijdt en die ons kan genezen van de pijn die we in dit leven oplopen. Er is volop hoop, maar we moeten er wel zelf daadwerkelijke inhoud aan weten te geven.

Denis Hendrickx o.praem
Abt van Berne