Bidden

4 oktober 2015: 27e Zondag door het jaar

Genesis 2, 18-24 en Marcus 10,2-16

VERKONDIGING

Onlangs was ik in gesprek met een echtpaar dat de viering van hun 50 jarig huwelijk wilde inluiden met een kerkdienst in de Peerke Donderskapel.
Zij vertelden over de jaren die achter hen lagen en spraken heel realistisch over de mooie, maar ook over de wat lastiger periodes in hun jaren van samenzijn. Hoe dan ook, wij zijn samen begonnen in de kerk en we willen dan na al die jaren nu God ook danken dat wij nog bij elkaar mogen zijn.

50 Jaar, 40 jaar, 25 jaar samen. Als mensen dit tegenwoordig vertellen, dan kun je rekenen op opmerkingen zoals: “Dat hoor je niet veel meer tegenwoordig” en mensen vertellen over een huwelijk, een relatie die geen stand heeft gehouden, of juist over het feest dat zij zelf vierden of nog gaan vieren …
Of het nu is in een huwelijks band of een andere relatievorm of het nu is in 65 jaar kloosterleven zoals onze norbertijnse medebroeder Wim Manders dat onlangs vierde.
Zo nu en dan is het goed om stil te staan bij een leven dat je hebt geleid in verbondenheid met elkaar onder Gods goede zegen.
Wij mensen kunnen nu eenmaal niet zonder …

Heel graag vieren we gebeurtenissen van trouwe inzet in liefdesrelaties, in vriendschappen, zelfs in vrijwilligerswerk.
Onze samenleving is er intussen op ingesteld. We hebben bewondering voor mensen die trouw zijn aan elkaar en tegelijk zijn wij reëel genoeg om te kunnen accepteren en te kunnen zien dat er goede redenen kunnen zijn om een einde te maken aan relaties die benauwen en ongelukkig maken.

Tegelijk vertelt onze intuïte ons dat het een diep menselijk verlangen is om je verbonden te weten aan de ander. Omdat wij voelen dat we misschien daartoe wel geschapen zijn.
Dat is een heel diep gegeven, waarvan de wortels misschien al te vinden zijn in het gedeelte van het scheppingsverhaal dat wij vandaag hoorden.

God schiep de mens, zo staat het in Genesis.
God schiep de mens en nam een rib. De open plek die daar ontstond vulde god met vlees en uit de rib schiep hij een tegenover van de mens. Van toen af waren zij man en vrouw, twee gelijken die elkaars tegenover zijn.
Mensen die bij elkaar passen en elkaar tot helper zijn.
Mensen, met en aan elkaar verbonden, omdat God zich de band tussen zijn mensen zó voorstelde.
Twee mensen, tot elkaar geschapen tot verbondenheid.

En zoals in de vaak harteloze samenleving van de oudheid de relatie tussen mannen en vrouwen op het niveau van gelijkwaardigheid moest worden getild, zo is het in onze tijd meer en meer vanzelfsprekend dat de liefde tussen mensen uitgangspunt is, tussen mannen en vrouwen, tussen man en man, tussen vrouw en vrouw.

Overal, zo weten wij nu, waar sprake is van een evenwaardig en gelijkwaardig gebeuren tussen mensen, daar kan God gebeuren.

Want precies in die verbondenheid tussen mensen worden wij meer en meer mens. Bestaan wij immers niet dankzij de anderen om ons heen?
In de manier waarop Jezus van Nazareth omging met mensen, dat hij Christus werd dankzij zijn volgelingen en dankzij de mensen waarmee hij in gesprek durfde te gaan.

De afgelopen week stond in het teken van de eenzaamheid. Voor de velen onder ons die omgeven worden door een druk sociaal netwerk, is nauwelijks voor te stellen wat eenzaamheid met mensen doet.
Mensen die niet ervaren dat een ander er echt voor hen is.
Mensen die zich verlaten voelen door politiek en kerk.
Misschien zit daar immers wel de meest essentiële vorm van eenzaamheid, waar mensen niet meer ervaren dat zij deel uitmaken van een gemeenschap dat anderen het voor hen opnemen, aan hun kant gaan staan.
De man die in het Zorgcentrum die vertelde hoe moeilijk hij het soms vind om zijn dementerende vrouw op de gesloten afdeling op te zoeken.
Soms  pastor, denk ik … het lukt mij bijna niet om het vol te houden, het gescheiden moeten wonen in één huis, maakt mij ten diepste eenzaam en zo leeg … zo leeg …

Het is een diep menselijk verlangen, de ontmoeting met een mens, een medemens. Iemand die jou ten diepste kent, jouw maatje, jouw tegenover.
Straks in het tafelgebed spreken wij het uit naar God als wij bidden …
Gij kent ons al voordat wij geboren zijn.
Gij houdt ons in leven en blijft naar ons zoeken.

Mens zijn voor elkaar, er zijn voorbeelden genoeg.
Deze week mocht ik getuige zijn van een kennismaking tussen een van onze parochianen en een vrouw die jonge asielzoekers begeleidt. De verhalen die zij vertelde over haar werk getuigen van een enorme inzet om de kinderen die haar zijn toevertrouwd een leven te gunnen waarin zij kunnen uitgroeien tot vrije mensen.
Een ontmoeting als deze maakt stil en dankbaar, een man die samen met zijn partner deze kinderen een goed plekje wil gunnen, een jonge vrouw die zich niet laat binden aan een van 9 tot 5 mentaliteit.
Ontmoetingen als deze plaatsen merktekens in ons hart en maken zichtbaar wat het betekent in Gods wereld als mensen elkaars hulp en tegenover willen zijn.

De lezingen van vandaag opgeroepen om mens voor elkaar te zijn, omdat wij Gods naam kunnen dragen: Het liefdevolle ‘Ik zal er zijn voor jou’.

De eerste volgelingen van Jezus werden heel direct aangesproken, maak dat de  relaties die je met elkaar aangaat tekens zijn van trouwe verbondenheid, tekens van Gods wil tot inzet voor relaties waarin mensen kunnen uitgroeien tot de mens die zij ten diepste zijn, waar en hoe dan ook.
Amen.

Thea van Blitterswijk,participant Norbertijnen