4 januari 2015: Driekoningen
Jesaja 60,1-6 en Matteüs 2,1-12, B-Jaar
INLEIDING
Licht
Wat was het eerste dat God deed nadat hij de wereld schiep? God zette ’t licht aan. ‘De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water. God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. God zag dat het licht goed was, en ‘hij scheidde het licht van de duisternis’.
En waaraan denkt Guus Meewis wanneer hij ver weg is, op tournee? Waaraan denkt hij wanneer hij in duisternis door een anonieme kille stad zwerft, waar de mensen slapen, en de ‘wereld gaat dicht’? ‘Dan denkt hij aan Brabant. Want daar brandt nog licht’.
En waaraan dacht een groep Tilburgers die de campagne ‘Tilburg tegen Ebola’ begon en die iets wil doen aan die verschrikkelijke epidemie in West-Afrika?
Die groep Tilburgers overwoog dat 90 procent van de bevolking in Sierra Leone, in het zwaarst getroffen land, niet beschikt over elektriciteit en dus niet beschikt over licht. Ze begreep dat het uiterst lastig om in die licht-loze, lange donkere Afrikaanse nacht patiënten te zoeken, te vervoeren en te verzorgen.
Daarom besloten de Tilburgers licht te brengen naar Sierra Leone. En wel in de vorm van deze lampen: van WakaWaka lampen. Van lampen die zichzelf in de zon opladen en 100 uur fel licht verspreiden. Lampen die nat kunnen worden, die ongevoelig zijn voor stof en die stootvast zijn.
Dure lampen dus. Van 25 euro voor de gewone WakaWaka Light, en van 59 euro voor de WakaWaka Power. Maar die laatste heeft een sterke accu waarop je je telefoon, een camera of tablet kunt opladen. Een lamp die erg populair is in Nederland, op de camping, tijdens fiets- en wandelvakanties of gewoon op zomerse avonden in de tuin.
Met de fabrikant van de WakaWaka lampen spraken de Tilburgers af dat hij voor elke lamp die in Tilburg wordt verkocht, een gratis lamp aflevert in een ziekenhuis of kliniek in Sierra Leone. Buy One, is Give One. Koop er een, en geef er een cadeau. Daarom zijn de lampen vandaag ook te koop in deze kerk.
En wie zo’n lamp niet nodig heeft, of voor wie hij te duur is, wordt uitgenodigd om wat euro’s in de collectebus te doen. Met opbrengst daarvan kunnen dan ook weer WakaWaka’s in Sierra Leone worden afgeleverd.
Niet minder dan 57 keer gaat het in het Nieuwe Testament over het licht, onder meer in de Bergrede. Dan zegt Jezus tot zijn volgelingen: ‘Jullie zijn het licht in de wereld.’ Ja: ‘Jullie moeten als licht schijnen voor de mensen.’
VERKONDIGING
De groep Tilburgers die de campagne ‘Tilburg tegen Ebola’ startte, bestaat uit 260 mensen. Zestig zijn originele Tilburgers, de andere 200 zijn Tilburgers afkomstig uit Sierra Leone, waarvan de meesten ooit vluchtten voor de oorlog die daar tussen 1991 en 2001 woedde. Wat hen verenigt, is de inzet om meer dan duizend WakaWaka’s naar Sierra Leone te brengen. Om letterlijk, licht in de duisternis te brengen.
Dat doen de 260 Tilburgers om een simpele reden: omdat ze weten dat artsen, verplegers en de vele vrijwilligers licht nodig hebben om bij te werken, om ’s nachts zieken te vinden, om deze zieken naar een hulppost te brengen en om hen te verzorgen. Licht, lampen, zijn onmisbaar om handschoenen aan te trekken, een infuus aan te brengen, om iemand te voeden.
Door de artsen en verplegers in Sierra Leone van WakaWaka-lampen te voorzien, willen die Tilburgers ‘licht voor mensen te zijn’. Ze willen iets betekenen voor deze zieken en hun families in het verre Sierra Leone. Ook al kennen ze deze mensen niet. Ook al zullen ze hen nooit ontmoeten.
Dat zij, wij, mensen van licht willen voorzien, wortelt heel diep in onze eigen ervaring. We snappen maar al te goed hoe belangrijk licht is. Die enkele keer dat hier in de stad de stroom uitvalt, voelen we ons volstrekt machteloos. De televisie doet het niet meer, we kunnen niet meer telefoneren of e-mailen. En we zoeken op de tast naar kaarsen of de zaklamp en vloeken wanneer we hem niet kunnen vinden of wanneer de batterijen alweer leeg zijn.
Misschien is er echter nóg een andere reden, waarom die 260 Tilburgers zich inzetten voor Sierra Leone. En dat is een reden die ze misschien niet eens beseffen: ze willen hun eigen licht aansteken door iets te betekenen voor anderen mensen. Door goed te doen voor anderen, worden ze zelf ook goed. Het lijkt alsof ze voelen dat de ebola-patiënten in Sierra Leone zélf een bron van licht zijn. En dat we door iets voor hen te doen, zelf verlichtte, betere, meer rechtvaardige mensen van worden.
Misschien moet ik u op deze plaats in mijn overweging iets persoonlijks vertellen.
Ik hang nogal eens rond in derde wereldlanden en dan vooral in Afrika. Over enkele weken ga ik er weer voor zeven maanden naar toe. Niet als hulpverlener of ontwikkelingswerker, maar als journalist. Wanneer ik door een grote Afrikaanse stad loop, heb ik altijd geld in mijn zak voor bedelaars, iets wat de meeste rijkere Afrikanen overigens ook hebben. En wanneer ik een bedelaar dan wat geef, dan bedank ik hem of haar. In het Swahili zeg ik dan Asante Sana, of, in het Chichewa, zeg ik Zikomo Kwambiri. Dank u wel dat ik u iets mocht geven.
Een paar jaar geleden was mijn zoon David bij me en vroeg, waarom bedank je hen? Zij moeten jou bedanken en niet omgekeerd. Ik antwoordde: of ze mij bedanken, is hun zaak. Maar ik bedank hen omdat ze mij, in hun armoede, de kans geven een beter mens te worden.
Nu besef ik, dat wat ik hier zeg, heel erg gevaarlijk is. Want het zou betekenen dat wij, de rijken, de armen nodig hebben om zelf betere mensen te worden. En, daarop doorgeredeneerd, dat het maar goed is dat er bedelaars, vluchtelingen en ebola-patiënten zijn. Want zij verschaffen de rijken, de gevestigden en de gezonden de kans om fatsoenlijk te worden.
Maar zo gaat het natuurlijk niet. Elk normaal denkend mens zou het liefst vandaag nog een einde maken aan extreme armoede, oorlogsgeweld of epidemieën als ebola. Tegelijkertijd weten we ook dat wíj het niet meer zullen meemaken dat iedereen ter wereld rijk, veilig en gezond zal zijn. Er blijft dus werk te doen. Daar, in Sierra Leone, maar ook hier, bij voedselbanken, de Zonnebloem of bij de eenzame buurman die verlegen zit om een praatje.
‘Licht’ is, zo merken we, een moeilijk iets.
Het licht is het eerste dat God aanzet wanneer hij de wereld geschapen heeft. Door het licht verdrijven we de duisternis, kunnen we onderscheid maken, zien we wat er aan de hand is, krijgen we grip op ons bestaan.
Licht is ook iets dat je kunt brengen naar mensen die in armoede en ellende leven. Met licht, – met, concreet, lampen voor Sierra Leone- kun je hen helpen grip te krijgen op hun eigen bestaan, kun je hen helpen de duisternis uit hun leven te verdrijven.
Maar licht is ook iets dat niet van ons is, maar dat toebehoort aan mensen die het slecht getroffen hebben. Die ziek, verzwakt en uitgeput zijn. In hun zwakte zijn zij een bron van licht waaraan we ons kunnen warmen en waaraan we ons kunnen optrekken om fatsoenlijke mensen te worden.
Dat alles kwamen we vandaag ook tegen in de tweede lezing, in het evangelie-verhaal van de drie wijzen, de drie koningen uit het Oosten.
De drie volgen een ster die hen, letterlijk de weg wees door de woestijnen en de bergen richting Bethlehem. Zonder die grote lamp aan de nachtelijke hemel waren ze verdwaald en wellicht verscheurd door de wilde dieren. Zonder het licht hadden ze nooit die gevaarlijke tocht kunnen ondernemen.
Die drie wijzen, ze brengen ook licht. Ze komen met geschenken, met wierook, goud en mirre. Vandaag zouden ze, wie weet, zeep, microkredieten en voedselpakketten hebben afgeleverd.
En dan, het belangrijkste licht, is het kind in zijn voederbak. Een kind, net geboren, hulpeloos, zonder plaats in de herberg. Het is dit kind, dat de drie wijzen naar Bethlehem heeft gelokt en dat hen, deze grote machtige koningen, nederig maakt en op hun knieën dwingt. Want uiteindelijk zijn het net deze hulpelozen waar het allemaal om gaat.
De 260 Tilburgers die zich nu al wekenlang het vuur uit de sloffen lopen om WakaWaka’s te verkopen, doen dat om gezondheidswerkers in Sierra Leone een extra krachtig instrument te verschaffen in de strijd tegen Ebola.
Zij willen met hun Wakawaka’s zelf licht zijn voor de mensen in Sierra Leone.
Maar ze zouden dat nooit kunnen doen wanneer ze zich niet hadden laten aansteken door hen waar het allemaal om draait: om de verzwakte en hulpeloze ebola-patiënten en hun families in het verre westen van Afrika.
Ralf Bodelier, gastpredikant

