4 februari 2018: 5e Zondag door het jaar
Job 7,1-4.6-7 en Marcus 1,29-39, B-Jaar
VERKONDIGING
Dit jaar is het 10 jaar geleden dat in Amerika, maar ook in grote delen van de wereld de kredietcrisis uitbrak. De gevolgen ervan sloegen diepe wonden in families en in gemeenschappen. Terwijl die crisis in alle hevigheid op ons afkwam waren er voorbereidingen voor nieuwe verkiezingen: verkiezingscampagnes werden in alle hevigheid gehouden. Ik kan me nog herinneren dat een kandidaat meer en meer aan populariteit won: Barak Obama. Hij gaf mensen moed en vertrouwen om boven zichzelf uit te stijgen en zo samen wegen te vinden om uit de crisis te geraken. Als je met je hart rekent is een en een gelijk aan drie, zo luidde zo’n beetje zijn redenering. Dat gaf hoop en deed zijn geloofwaardigheid groeien. Of hij daar uiteindelijk ook tijdens zijn presidentschap in geslaagd is laat ik aan ieders eigen beoordeling over.
In de eerste lezing van vandaag zijn we Job tegen gekomen. En die figuur van Job doet ons zeker niet alleen herinneren aan een ver verleden. Wie zijn ogen en zijn hart opent ontmoet mensen die – zoals Job – leven tussen hoop en vrees. Ja, die de wanhoop nabij zijn. ’s Avonds hopen ze op de morgen en ’s morgens denken ze ‘was het maar avond.’ In zo’n situatie is het vooral veel twijfel welke de kop opsteekt: twijfel aan God, aan mensen, aan alles. In zo’n situatie is er eigenlijk niets waarop een mens kan terugvallen.
Wat overblijft is doen wat Job ook heeft moeten leren: door alle vragen heen hopen, hopen dat gerechtigheid geschiedt, hopen dat iemand opstaat en mensen boven zichzelf uit tilt.
Het optreden van Jezus heeft bij mensen de hoop aangewakkerd. Hij doet wat God graag ziet: mensen bevrijden die aan wanhoop ten prooi gevallen zijn; mensen genezen die ziek zijn geworden van ellende; mensen helpen opstaan die gestruikeld zijn in hun leven; mensen leefruimte geven die opgesloten zitten in zichzelf; mensen hoop geven, perspectief op een nieuw leven. Jezus deed dit door mensen het vertrouwen in zichzelf terug te geven.
De genezing van de schoonmoeder van Simon, die later Petrus wordt genoemd is typerend voor Jezus. Hij gaat naar haar toe, neemt haar bij de hand en doet haar opstaan.
En als we dan daar niet blijven steken maar verder lezen in het verhaal dan staat er: toen verliet de koorts haar en zij begon voor hen te zorgen. Ze werd vrij van al datgene wat haar zo in beslag nam en haar te neer drukte. We horen wat Jezus bij haar teweegbracht. We horen nog meer. Maar daar blijft het niet bij. We horen nog meer. Wat we herlezen is wat we horen bij allen die Jezus ontmoet hebben. Wie geholpen wordt door Jezus gaat doen wat Jezus doet, anderen helpen, moed inspreken, hoop geven. Mensen die zelf het nodige hebben meegemaakt, kunnen mensen die gebukt gaan onder groot verdriet het beste begrijpen.
Obama heeft in zijn optreden in de aanloop naar de verkiezingen mensen proberen hoop te geven, een leven met nieuwe vooruitzichten. Die hoop vatte hij samen in dat korte zinnetje: ‘Yes we can.’ Dat zinnetje zou je kunnen benoemen als een soort samenvatting van zijn boodschap. Met een enkel woordje ging de presidentskandidaat naar de mensen toe. Het verhaal van vandaag toont ons een Jezus met soortgelijke opvattingen en gevoelens. Naar mensen toegaan, hen bij de hand nemen en hen doen opstaan uit hun verlamming. En het mooie is dat mensen die zijn opgestaan meestal hetzelfde gaan doen bij anderen.
In de donkere dagen van ons leven hebben wij mensen nodig die ons overeind helpen, ons bemoedigen, een sprankje licht in de duisternis brengen. Het is goed dat zij er zijn. Zij openbaren immers op die momenten God in ons leven. Zij zijn als het ware verlengstukken van Jezus’ genezende en heilzame handen. Jezus gaat verder … en alle zieken en lijdenden die daarna komen, vertrouwt hij aan ons toe met de opdracht: word op jouw beurt iemand die heil brengt voor mensen, iemand die Gods rijk gestalte laat krijgen door aandacht te hebben voor zwakke en lijdende mensen.
Jezus begint aan een dag die een en al beweging is. Hij zoekt naar een evenwicht tussen mensen ontmoeten en God ontmoeten. In zijn ontmoetingen schenkt hij mensen nieuwe hoop. Hij laat mensen voelen dat er altijd een uitweg is uit verdriet en hij wijst de weg waar geluk gevonden kan worden.
Als wij erin geloven lijkt zo’n weg ook voor ons te zijn uitgestippeld.
Laten we ons erop begeven.
Amen
Denis Hendrickx o.praem
Abt van Berne

