31 maart 2018: Paaswake Mariakerk
Genesis 1; Exodus 14; Jesaja 55 en Marcus 16,1-8
VERKONDIGING
Het blijft een hele wonderlijke viering, de Paaswake, vol met symboliek, vol met verhalen uit de oudheid, verhalen die getuigen van mythische ervaringen in de oudheid.
In deze heilige dagen, waarin wij Witte Donderdag, Goede Vrijdag en de Paaswake vieren op drie dagen, als een doorlopend geloofsverhaal, proberen wij de dingen aan te voelen zoals ze zijn. Heel voorzichtig dringt het door, we komen op het spoor van levensgeheimen die ons worden doorverteld.
Vanavond vieren wij dat wij gedoopt zijn, gemiddeld vier keer per maand staan wij in een kring rond de doopvont met ouders, peetouders, grootouders, familie en vrienden van een klein mensenkind. Ook dan een viering die vol is van symboliek en rituelen. We vertellen hoe het witte kleed verwijst naar de witte gewaden waarin eeuwen geleden dopelingen naar de doopvont kwamen. Volwassen mensen naderden het water achter in de kerk, soms zelfs buiten in het Baptisterium om als gedoopte mensen de kerk binnen te gaan om eucharistie te vieren.
Vanavond vieren wij dat wij ons door God willen laten aanraken dat wij een avontuur van verwondering, van twijfel, van kwaadheid en van verliefdheid zijn aangegaan. Willen bidden, niet kunnen bidden, vergeten te bidden om dan, zonder dat je er erg in hebt, jezelf terug te vinden, intens biddend.
Vanavond staan wij voor die levensgrote vraag …
Is Hij de bron van ons geluk? De Herder die ons door het leven leidt?
Vragen die het antwoord misschien al in zich dragen, vragen waarop wij het antwoord zelf mogen geven. Soms ligt het antwoord in de mond van een ander, een medemens die op dezelfde manier zoekend door het leven gaat als wij.
Geloof brengt ons op verschillende plekken. Een zondag hier rond de doopvont, kort geleden. Een klein meisje werd gedoopt, de pappa en mamma stonden te stralen. Zij noemden samen de namen van hun kindje en vertelden hoe zij is vernoemd, naar de oma’s aan twee kanten. En hoe zij haar toewensen dat het geloof van haar oma’s ook haar leven mag verrijken en vol maken.
Samen zegenden wij haar zintuigen, voetjes en handjes en wensten haar toe dat haar stem voor velen een goede klank mag hebben, dat zij met haar voeten de goede weg door het leven mag vinden.
Rijke gebaren en rituelen, zij helpen ons om God te ervaren als een trouwe gezel door het leven.
De afgelopen weken bezoek ik een oude mijnheer. Hij weet dat hij bij zo’n bezoek mag rekenen dat ik de communie meebreng. Als een zwak vogeltje ligt hij in zijn bed. ‘Ik heb niets meer bij te zetten’, zegt hij zelf.
Maar als we gaan bidden, komt hij langzaam omhoog en gaat op de rand van zijn bed zitten.
De pantoffels moeten aan en pas dan kan hij de handen vouwen en bidden we samen. Het Onze Vader en Wees Gegroet bidt hij zachtjes mee.
Hij is niet bang voor de dood zegt hij. “Voor God hoeft niemand bang te zijn!” dat is zijn vaste overtuiging en dan maakt hij een kruisteken.
Voor deze mijnheer ligt er geen zware steen vóór het graf, de steen is al weggerold en drukt niet op hem, voor hem wordt het steeds opnieuw Pasen.
God wil immers dat wij leven en zelfs de aankomende dood kan dat niet verhinderen.
Het is Pasen!!!!
Thea van Blitterswijk
Participant Norbertijnen

