Bidden

30 oktober 2016: 31e Zondag door het jaar

Wijsheid 11,23-12,2 en Lucas 19,1-10, C-Jaar

VERKONDIGING

Spreken over de woorden van de Heer is spreken over de dood van dominee Dick Penninkhof. Afgelopen dinsdag is hij overleden. Een markant figuur, een man van het woord, een betrokken mens op zijn omgeving.
Jarenlang heeft hij in vieringen ons het woord van de Heer gegeven, deed hij pogingen om ons het woord te laten verstaan, was hij deelgenoot aan de tafel van de Heer. Was hij een voorbeeld.

Ik vroeg mij af in de voorbereiding van deze dienst of Dick ooit wel eens, zoals Zacheus, in een boom heeft gezeten? Heb ik weleens zo in een boom gezeten? En U?
Op afstand een beetje verstopt kijken naar iets of iemand die belangrijk is, niets willen missen, alles willen meekrijgen, maar toch een beetje achteraan, niet op de eerste rij.
Ik stond met mijn dochter van bijna 3 te kijken naar de intocht van Sinterklaas in Tilburg. Zij zat boven in mijn nek en wij stonden op de achterste rij. En daar kwam hij dan, de goed heilig man zittend op zijn indrukwekkend paard. Hij passeert, wuift en zegt, duidelijk hoorbaar, dag Jan. Mijn dochter buigt zich voor over en zegt: “papa Sinterklaas kent jou!” Voor haar een bijzonder moment: haar vader gekend door hem en voor mij het moment dat ik gezien was.

Want gezien willen wij worden. Ieder van ons heeft dat in zich. We hoeven niet op de voorste rij te staan, wij kunnen prima in de laatste bank zitten. Maar te weten dat je gezien bent doet goed. Een hand, een lach, een kus. Een teken van dat je gezien bent. Fijn dat jij er bent!
En dan maken wij het snel weer klein, jaja het is goed, doe maar weer normaal.
Een hand en wat woorden bij de vredeswens, ik wens je alles wat goed is, de vrede van onze God. We kunnen het inmiddels wel maar nog steeds zijn er mensen onder ons die het eigenlijk vreemd blijven vinden. In de vieringen van Groot en Klein maken we het nog erger. We gaan in een kring staan, houden elkaars handen vast en zingen samen een liedje van verbondenheid. Knijpen eens links en rechts en kijken de kring rond, hier zijn wij dan Godsmensen, verbonden met Hem en met elkaar.

Zacheus zat in een boom. Hij wist dat Jezus zou komen. Jezus de man die op weg is naar Jeruzalem.
Zacheus een Hoofdtollenaar, moest het geld innen voor de overheerser van het land. Niet direct het beste vriendje van de mensen van de stad. En juist hij wilde Jezus zien en Jezus wilde hem zien.
Jezus riep hem naar beneden en ging zijn huis binnen, het huis van een zondaar.

En daar gebeurt het. De man van God opent zijn hand en reikt uit naar de ander en zegt: Ook jij bent een zoon van Abraham. Het is goed! Jij mag er zijn.

Het oude boek Wijsheid laat ons vandaag horen dat God goed is. Niet de boze straffende God maar de God die ons meeneemt, die ons laat zien hoe het zou kunnen. De God van de leidende hand.
Zijn wij al zo ver dat wij de hand kunnen aannemen? Kunnen wij elkaars hand aannemen als Godshand nog te groot is? Ja, dat kunnen wij en doen wij ook, elke dag opnieuw staan wij klaar voor die ander. Steken wij een kaars aan, doen wij een boodschap, geven taalles of helpen mensen met de moeilijke regels van onze overheid.
En door onze lessen van het leven leren wij, ontdekken wij, dat wij niet alleen zijn. Dat als wij ons openstellen voor God, wij ontdekken dat wij gedragen zijn, verrijkt zijn, stralende mensen kunnen zijn.

Terwijl wij ook tegelijkertijd mensen zijn waarbij de tranen hoog zitten, dat ze onstopbaar lijken te zijn als wij ze toelaten. Tranen van gemis bij het overlijden van Dick en Erik, van Anton en Ans. Tranen van verdriet bij het onbegrepen zijn. Tranen van zou het maar anders kunnen zijn.

Dat alles maakt ons mensen van vlees en bloed, dat maakt ons mensen van die ene God.
Wij blijven kijken vanuit die boom omdat wij die ander willen ontmoeten. We blijven kijken naar die ander omdat we diep in ons zelf weten: ook ik ben een zoon van Abraham.
Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen