Bidden

30 april 2017: 3e Zondag van Pasen

Handelingen 2,14.22-32 en Lucas 24,13-35, A- Jaar

VERKONDIGING

Twee verhalen hoorden we daarnet, die spelen in de tijd kort na Jezus’ dood en opstanding. Het eerste verhaal vertelt ons hoe Petrus en de andere elf apostelen ergens in Jeruzalem getuigenis afleggen van de opstanding van Jezus en de betekenis van zijn leven. In het tweede, bijna overbekende, verhaal van de Emmaüsgangers, zien we twee mensen die het allemaal nog niet zo duidelijk voor ogen hebben. Twee mensen die in totale verwarring zijn en daar onderweg, al sprekend met elkaar, wat orde in proberen te scheppen. Bij het lezen van dit verhaal schoot mij een liedje van de Nederlandse zanger Stef Bos te binnen:

Ik ben altijd onderweg
ik reis onrustig en onzeker
tussen de liefde en de leegte.

Dit lied schetst voor mij de situatie waarin die mensen op weg naar Emmaüs zich bevinden, reizend, onrustig en onzeker, tussen de liefde en de leegte. De liefde van Jezus, van wie zij leerlingen waren, en de leegte na zijn plotselinge en gruwelijke dood. Het geluk, de liefde die zij ervoeren hebben ze – letterlijk – de rug toegekeerd: Jeruzalem ligt achter hen, dat is voorbij nu, ze gaan huiswaarts een leeg bestaan tegemoet.

Die reis tussen hoogte- en dieptepunten staat ook voor onze weg door het leven. Immers: kennen wij niet allemaal die momenten van geluk, waarop het lot ons goed gezind is, het leven een feest? Momenten waarop je volmaakt gelukkig bent, alleen of samen met je geliefde; genietend van je (klein)kinderen of vrienden, of van die geweldige baan waaraan je net begonnen bent. En dan in eens is het gedaan met je geluk, krijg je een slecht bericht van de dokter, laat je partner je op een dag zomaar in de steek, word je bedankt door je baas, of wordt je land vernietigd door oorlog en moet je vluchten. Dan slaat de bodem onder je bestaan vandaan en gaapt de leegte voor je voeten. En wat moet je dan? Je weet het even niet meer. Je gaat verdoofd en verdwaasd verder, zoals die twee op weg naar Emmaüs. Zelfs het bericht over het lege graf dat de vrouwen aantroffen kan hen niet opbeuren. Wie rondloopt met een groot verlies of verdriet, het hoofd gebogen, ziet die lichtpuntjes niet meer, zit gevangen in de leegte.

De Emmaüsgangers worden plotseling vergezeld door Jezus, die zij niet herkennen – zouden wij hem wel herkennen, vraag ik me af? Jezus vraagt wat er gebeurd is en verklaart hun de Schriften, staat er. Van begin tot eind doet Hij hun Gods heilsplan uit de doeken.
In al je verdriet loopt er plotseling iemand een stukje met je op, vraagt je wat er aan de hand is. Je vertelt je verhaal, verbaasd dat er mensen zijn die niet weten wat er is gebeurd, dat de wereld gewoon verder gaat. Fijn wel dat er iemand is die naar je omziet, die naar je luistert en je aandacht geeft; die je verdriet en eenzaamheid doorbreekt. In de leegte en het duister om je heen ontwaar je weer een beetje hoop en licht. Die hoopvolle en bemoedigende woorden van mensen om ons heen zijn belangrijk. Als we ziek zijn of iemand verloren hebben, als we in de put zitten, dringen al die goede woorden misschien niet echt tot ons door denk ik, gevangen als we zitten in onze wanhoop of ons verdriet. Zo blijven we onbedoeld alleen zitten met onze problemen, hoe goed de ander ook zijn best doet ons te bereiken en bemoedigen.

De dag en het verhaal naderen hun einde: Kleopas en zijn metgezel nodigen de onbekende uit om bij hen te blijven. Bij de maaltijd breekt Jezus het brood en herkennen zij hem.
Hier gaat het om. De herkenning van Jezus zit niet in Zijn verschijning of de woorden die Hij spreekt, maar in hetgeen Hij doet. In het teken van het breken van het brood herkennen zij Hem, die met het brood zichzelf en zijn leven deelt met de ander. Zo heeft Jezus ons Zijn hele leven lang voorgeleefd wat het betekent om er te zijn voor de ander, voor je medemens, je naaste. ‘Geen woorden, maar daden’, zou je kunnen zeggen.

We hebben allemaal behoefte aan mensen die naast ons komen staan, die ons troosten in ons verdriet, die een arm om ons heen slaan en ons vasthouden. Mensen die ons meenemen naar een plek waar het goed is en waar we onze zorgen even kunnen vergeten. Mensen die, net als Jezus, de Godsnaam “Ik-zal-er-zijn-voor-jou” waarmaken in woord en daad. Maar meer nog dan dat worden wij, die onszelf christen noemen, uitgenodigd zélf zo’n mens te zijn. Dat wij ervoor kiezen om er te zijn voor elkaar, om elkaar hoop en licht te brengen. Dan keert de liefde terug in de leegte die ons soms gevangen houdt. Dan krijgt ons leven zin en reizen we samen, misschien nog onrustig en onzeker, tussen de liefde en de leegte.
Dat het zo mag zijn.
Amen.

Arthur van Tongeren, gastpredikant.