3 december 2017: 1e Zondag van de Advent
Jesaja 63,16b-17,19b;64,3b-8 en Marcus 13,33-37, B-Jaar
VERKONDIGING
Wat een woorden hebben er weer geklonken. Om te beginnen van Jesaja, de profeet. Als je het grote woordenboek van de Nederlandse Taal openslaat bij Profeet dat levert dat onder meer de volgende omschrijving op: ‘de profeet is de mens die het woord van de zwijgende God verkondigt’.
Een prachtige definitie eigenlijk. We kunnen dus via de woorden van een profeet iets van God vernemen. Wat populair zouden we kunnen zeggen: profeten zijn zij die de mensen de waarheid onder de neus wrijven.
Jesaja laat ons vandaag zijn gebed horen waarbij hij de geestelijke toestand van zijn volk verwoordt. De waarheid was dat het volk God uit het oog en het hart verloren had. Ze leefden er lustig op los. Jesaja ziet het aan, en richt zich dan – ten overstaan van het volk – in een gebed tot God. ‘God, keer u weer tot ons. Scheur de hemel open en daal af’. Profetische woorden, die – zo komt het mij eerlijk gezegd voor – ook en goed voor onze tijd geschreven hadden kunnen zijn.
Om zo profeet te zijn, om zo waakzaam te zijn daartoe roept ons ook het evangelie op met woorden van Marcus. Wees op je hoede, wees waakzaam, wees alert. En we weten het maar al te goed.
Op de beursvloer, in de zakenwereld moet je voortdurend alert zijn: anders vis je achter het net, of prijs je jezelf uit de markt.
Op het voetbalveld moet je voortdurend scherp zijn anders val je buiten de boot om deel te nemen aan wereldkampioenschappen.
In de wereld die wij aanduiden als ‘het komende koninkrijk’, moeten wij waakzaam zijn: anders falen we als profeten en beheerders, en vallen we door de mand wanneer de Heer terugkomt en het uur van de eindevaluatie is aangebroken. Op je hoede zijn, waakzaam zijn, let op, want je weet maar nooit wanneer de Heer terugkomt, zo wordt er in het evangelie gesproken tegen de deurwachter. Het wordt gezegd door Jezus tegen zijn leerlingen, die kennelijk deurwachters zijn. Mensen op de drempel van het huis van de Heer, mensen die de wacht houden: die binnenlaten en buitensluiten. Weest waakzaam want je weet niet wanneer de huisheer komt, ’s avonds laat of midden in de nacht, bij het hanengekraai of ’s morgens vroeg.
De oproep in het evangelie laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Jezus wist dat het gevaar groot was, dat de oppervlakkigheid van de samenleving zijn leerlingen in slaap zou sussen, zodra hij niet meer bij hen zou zijn. Daarom drukt hij hen bij het leven al op het hart waakzaam te zijn en wakker te blijven. En inderdaad het lijkt er op alsof hij afwezig is. Afwezig in onze wereld, afwezig in ons dagelijks leven, juist als het erom gaan spannen; als we de weg kwijt zijn, het spoor bijster, mensen zonder kompas.
In de stilte van de nacht, als je niet kunt slapen, lijkt alles donker en lijkt God ver weg. Tijdens zo’n slapeloze nacht kan er heel wat aan je voorbijgaan aan angst en sores. Je doet geen oog dicht en wat kan het lang duren.
Vandaag hebben we op de krans een eerste lichtje aangestoken. Dat lijkt nog nergens op. Moet dat de duisternis verdrijven? Het hangt ervan af waar je je bevindt. In een lichte kamer valt een kaars niet op. Maar waar het stikdonker is, waar je geen hand voor je ogen ziet kun je met één lichtje opeens zien waar je je bevindt, kun je elkaar in de ogen zien.
Waarom steken zoveel mensen in een kerk of kapel of op plaats van zinloos geweld of een tragisch ongeluk een licht je op. Omdat ze aan iemand denken, die veel voor hen heeft betekent, omdat ze solidair willen zijn met het slachtoffer, omdat ze voor zichzelf en iemand anders iets te wensen hebben. Omdat ze niet in duisternis van geweld willen blijven steken. En meestal gaat dat lichtje vergezeld van een gebed. God waar blijf je nou? Scheur toch de wolken en kom! Lieve Heer, ik kan het niet alleen. Geef me de kracht om het uit te houden.
Misschien kun je bij een lichtje beter waken. Misschien zie je anderen hetzelfde doen, misschien kun je schuilen bij elkaar en elkaar het gevoel geven dat je samen ergens voor staat en wil staan, elkaar aanspreken op de vraag of we elkaar recht doen. Of we voldoende waakzaam zijn. Of we de wereld wel bewoonbaar maken voor ieder. Of we zorg dragen voor hen die zorg ontberen. Of we helpen daar waar geen helpers zijn.
Wat dat betreft is de adventsactie voor Zsámbék in Hongarije een mooi voorbeeld: mensen daar niet in de kou laten zitten maar een teken van licht en warmte bieden.
Zolang er geen recht wordt gedaan, zolang God niet thuis mag zijn in onze wereld. Zolang zullen wij niet rusten, geen vrede hebben …
SLOTWOORDEN
De dag van 5 december komt er aan
Velen, en niet alleen de kinderen, zijn in een verwachtingsvolle waan.
Welke kleur je ook geeft aan Zwarte Piet
Voor het geheel hindert dat niet.
Zwart en niet blauw of rood
Want dan maak ik deze traditie toch ook een beetje dood.
Het kind in ons denkt dezer dagen toch niet
Aan slavernij en zeker niet aan dat verbinden met Zwarte Piet.
Slavernij moeten we niet alleen betreuren
Maar ook tot in deze tijd blijven afkeuren.
Aan jong en oud wordt dezer dagen wat gegeven
Om voor korte of langere tijd mee verder te leven.
En eigenlijk had het evangelie van vandaag
Min of meer dezelfde vraag
Weest waakzaam en bereid je voor
Anders hobbel je te veel gewoon maar door.
De wereld vraagt om barmhartigheid in dit en het komende jaar
En we mogen dan niet blijven steken in een loos gebaar.
Zsámbék in Hongarije kijkt ons aan en vraagt om medeleven
Laten wij licht en warmte geven.
Vandaag een verhaal van Marcus dat klinkt
Het daagt ons uit en het dwingt.
Ga toch anders leven zo klinkt het verhaal
Een uitdagende vraag voor ons allemaal.
Wees licht in de duisternis van deze tijd
Zorg ervoor dat veel mensen worden verblijd.
Er loert in onze wereld heel wat onrecht
Dagelijks confrontatie en vreselijk gevecht
Ver weg en weinig aan te doen zo lijkt het telkens weer.
Maar pas op, door zo te redeneren zegt Onze Lieve Heer
Weest waakzaam en geef in die duisternis wat licht
In echt samenleven ben je dat toch verplicht.
Laten we ons zo op weg begeven
En de periode van Advent echt beleven.
Het eerste kaarsje brandt op onze krans
Zo op weg naar kerstmis zorgt voor balans.
Goede dagen op weg naar het grote feest
Onder de zegen van die we noemen Vader, Zoon en Geest.
Denis Hendrickx o. praem
Abt van Berne

