Bidden

29 april 2018: 5e Zondag van Pasen

Handelingen van de Apostelen 9,26-31 en Johannes 15,1-8, B-Jaar

VERKONDIGING

Evenals wij, hebben de mensen voor wie Johannes rond het jaar 100 zijn evangelie schreef Jezus niet gekend. In zeven uitspraken die steeds beginnen met de woorden “Ik ben” schetst Johannes voor de leden van zijn gemeenschap – en dus ook voor ons, nu – een beeld van Jezus. Zo laat hij Jezus achtereenvolgens zeggen: “Ik ben het brood des levens”, “Ik ben het licht der wereld”, “Ik ben de deur”, “Ik ben de goede herder”, “Ik ben de opstanding en het leven”, “Ik ben de weg, de waarheid en het leven” en tenslotte dus: “Ik ben de ware wijnstok”. Zeven aspecten van Jezus, die laten zien wie hij volgens Johannes ten diepste was en wat zijn leven voor ons betekenis geeft.

De evangelielezing van vandaag begon met die laatste “Ik ben” – uitspraak: “Ik ben de ware wijnstok.” Jezus de wijnstok, God de wijnbouwer en wij gewone mensen de wijnranken, met als opdracht om in verbinding te blijven met de wijnstok en vrucht te dragen. Want ranken die geen vrucht dragen zijn waardeloos: ze verbruiken enkel energie en groeistoffen, wat ten koste gaat van de opbrengst. Om de wijnoogst optimaal te krijgen, wordt al wat geen vrucht draagt gesnoeid en verbrand in het vuur, samen met de ranken die zijn losgeraakt van de wijnstok en uit zichzelf niet kunnen groeien. Johannes schetst hier een vertrouwd beeld voor de mensen in zijn tijd en in die streek. Maar ook diegenen onder u die zelf ooit een druivenstok in de tuin hebben gehad, herkennen dit vast en zeker.

Het draait dus allemaal om verbondenheid. Of zoals Jezus zegt: “Blijf in mij, dan blijf ik in jullie.”  Jezus stelt daaraan geen verdere eisen. Het maakt niet uit of je Jood of niet-Jood bent, arm of rijk, wit of zwart, man of vrouw, jong of oud. Wie kiest voor de verbinding met Jezus kiest voor de mogelijkheid om veel vrucht te dragen. “Los van mij kun je niets doen” voegt Jezus daar nog aan toe. Wie los is van Jezus, van het geloof, heeft geen toegang tot de Bron van alle leven. Maar wat betekent het om te kiezen voor die verbinding met Jezus, om ‘in hem te blijven’? Kort gezegd komt het er volgens mij op neer dat we dan kiezen om de weg te gaan die hij ons heeft voorgeleefd. De weg die God vanaf het allereerste begin met ons voor ogen had, en die door Jezus is samengevat in het gebod om je naaste lief te hebben en God. Verbondenheid met en liefde tot de naaste, want alleen, los van elkaar, redden we het niet.

In onze tijd is verbonden zijn met anderen geen enkel probleem: dankzij social media staan we in verbinding met de hele wereld. Maar diezelfde media leiden ook tot ‘bubbels’ van gelijkgestemden, tot verdeeldheid en asociale scheldpartijen. Echte verbondenheid komt tot stand in sociale contacten, in de ontmoeting met anderen van aangezicht tot aangezicht. Je kunt er pas zijn voor je naaste, als je ook écht aanwezig bent en naar de ander luistert, als je hem of haar je volle aandacht geeft. Dan voelen mensen zich gezien en gewaardeerd, bloeien ze op.

Jezus was daarin een ware meester. De naaste liefhebben betekende voor hem élke naaste, ook die mensen die door iedereen genegeerd of geminacht werden. Hoeren, tollenaars, melaatsen, het maakte voor Jezus niet uit. Ieder mens is immers geschapen naar Gods evenbeeld. Met Jezus verbonden blijven betekent dan ook dat wij moeten kiezen voor elkaar, voor onze medemens en naaste. Geen wereld van wij-zij, maar van iedereen. Dat is een opdracht, een opgave: als we zo’n wereld willen, dan moeten we keuzes durven maken – misschien wel net zo radicaal als Jezus deed. Dan mogen we niet accepteren dat mensen eenzaam thuis zitten. Dan kunnen we niet toestaan dat hele groepen uitgesloten worden, enkel omdat ze uit een ander land naar hier zijn gekomen. Dan kan het niet zo zijn dat mensen gediscrimineerd en uitgescholden worden vanwege hun geaardheid of hun geloof. En dan mogen we ook niet accepteren dat mensen politiek garen spinnen bij het zaaien van angst en verdeeldheid. Als we met Jezus verbonden willen blijven, moeten we opstaan tegen dit soort onrecht in onze wereld, moeten we opkomen voor ieder mens die onrecht wordt aangedaan. Moeten we opstaan tegen wat ons verdeelt en opkomen voor wat ons verbindt.

Als wij zo durven en kunnen leven, wordt de grootheid van God zichtbaar in ons, dragen wij vrucht en zijn wij ware leerlingen van Jezus. Geen gemakkelijke opgave! Maar we hebben dan ook een heel mensenleven de tijd om ons daarin te oefenen. Dat het nooit te laat is om je te bekeren en Jezus na te volgen, hoorden we immers al in de eerste lezing over Paulus. Van vervolger van de eerste christenen, werd hij een van de fanatiekste apostelen van het nieuwe geloof. En mocht het ons soms niet lukken, dan mogen we ons altijd getroost weten door de gedachte dat God groter is dan ons hart. Dat hij/zij ons ten diepste kent en liefheeft zoals we zijn, met al onze beperkingen en eigenaardigheden.
Moge het zo zijn.

Arthur van Tongeren, gastpredikant