28 mei 2017: 7e Zondag van Pasen
Handelingen 1,12-14 en Johannes 17,1-11a
VERKONDIGING
Goede zusters en broeders,
Na een heerlijke tijd in de landstreek van Galilea, waar hij zijn 12 leerlingen had gevonden, ging Jezus toch op weg naar Jeruzalem. Hij had er geen goede gevoelens bij. Hij kende de weerstand van de Farizeeën en Schriftgeleerden – sommigen onder hen waren – zo zouden wij het vandaag zeggen – geradicaliseerde fundamentalisten. Zij hadden gelijk. Jezus zat fout. Jezus vermoedde wat hem te wachten stond, misschien wel veroordeling en de dood. Jezus maakte zijn vrienden deelgenoot van zijn gevoelens en vermoedens.
En zo spreekt Jezus hen aan: Als het zover komt; als ze mij tot martelaar maken, laat elkaar dan niet in de steek. Blijf bij elkaar en bidt; bidt vurig en Mijn Vader zal uitkomst bieden.
Wij zusters en broeders, kennen de afloop. Wij weten, wat er in Jeruzalem gebeurde, gestorven op Goede Vrijdag.
Begraven in een graf van een vriend en dan – na de 3e dag – alle mogelijke sterke verhalen. Hij leeft, Hij is verrezen. Men beweert Hem gezien te hebben. In die chaos herinneren zij zich wat Jezus gezegd had: Blijf bij elkaar, en bidt, samen staat gij sterk.
Het zaaltje van het laatste avondmaal wordt hun thuis. Zij sluiten deuren en ramen. En daar zitten ze dan, samen met Maria, de moeder van Jezus en diens familie. In de eerste lezing werden hun namen genoemd.
Een klein groepje mensen; bezig met de rouwverwerking. Ze zien elkaars tranen. Verwerken de verhalen en halen alsmaar herinneringen op aan Jezus, wat hij zei en deed. En ze hebben een grote verwachting: kracht, geestkracht krijgen om verder te leven. Om de boodschap door te vertellen ook zonder de lichamelijke tegenwoordigheid van Jezus.
Dit verhaal. Uit dat zaaltje in Jeruzalem wordt ons voorgehouden. Wij, hier, tussen Pasen en Pinksteren moeten het spel overdoen. Ook voor ons gelden Jezus woorden: Blijf bij elkaar, en bidt, samen sta je sterk. Ik, en U, die ik voor me zie. Wij dus zijn kinderen van onze tijd. In onze tijd is het individu zo belangrijk, in onze tijd is er individualisering. Godsdienst, een privézaak.
Hoor je Jezus zeggen, zoek elkaar, ga naar elkaar, reik de hand, doe de dingen samen, ook hier ter plaatse, ook hier en nu en je zult sterk staan.
En als ik me zelf bekijk, dan doe ik dat veel te weinig. Ik zou nog meer mensen in de ogen willen zien, de hand willen reiken, samen willen praten, samen zingen, want samen sta je sterk.
En soms – dat zegt mijn ervaring – gebeurt het. En dat geeft je een goed gevoel, dat maakt je sterk. Dat maakt je blij, om samen Christenen te zijn.
En wat deden ze samen in dat zaaltje. Bidden, vurig bidden. En ook nu zijn we kinderen van deze tijd. Voor mijn ouders, grootouders behoorde bidden tot het levensritme van iedere dag. ‘s Morgens, ‘s middags, ‘s avonds, bij het eten, bij ziekte. En elke dag, niet alleen de zondag. Onze kleinkinderen kennen deze ervaring niet meer. En zij missen veel!
De stervende oom die zegt: ik ben tevreden, ik heb veel gebeden, ik had het niet willen missen.
De pelgrim bij Peerke Donders: Wilt U bidden voor mijn zieke zoon. En twee weken later: Bedankt voor het gebed. Het heeft ons echt geholpen.
Als ‘s morgens velen in Nederland zich op weg begeven en mopperend in files staan, mag ik met mijn medebroeders het morgengebed doen. Iets wat in veel kloosters gebeurt. Ik vind het fijn samen deze verantwoordelijkheid te dragen en om zo ook de opgeheven handen te kunnen zijn van hen, die niet kunnen of willen bidden. En mijn ervaring is ook, dat ik het gevoel heb, dat door het gebed kracht geschonken wordt en dat ik eigenlijk nooit genoeg doe, om God te danken en te loven.
Samen in het zaaltje, om met elkaar te bidden en ook om herinneringen aan Jezus op te halen.
Jezus, tegenover de zondige prostituee uit de stad. Ook ik veroordeel je niet!
Jezus, tegenover de hongerigen. Geef ze toch te eten, en dat lukt als je deelt.
Jezus tegenover de dood. Lazarus sta op. Mijn Vader gunt zijn kinderen alleen maar het leven.
En nog veel meer.
Jezus zegt tenslotte over ons – U hoorde het in het evangelie – de goede boodschap heb ik hen meegedeeld. Zij hebben geloofd.
Ik bid voor hen, die nu voort ploeteren in de wereld. Maar ze zijn van Mij en van U Vader.
Wij, lieve mensen, tussen Pasen en Pinksteren, met het verhaal uit het zaaltje. Wij doen het samen, bidden, willen op Jezus gelijken en wachten op de geest.
Over een week is het Pinksteren.
Amen.
Wim Manders o. praem

