Bidden

28 augustus 2016: St. Augustinus, 22e Zondag door het jaar

Sirach 3,17-18.20.28-29 en Lucas 14,1.7-14, C-Jaar

VERKONDIGING

Goede zusters en broeders,

Het waren ongewone tijden: Die laatste maanden! Meer tijd op bed dan op mijn stoel. Er was heel veel stilte. Stilte, waaraan ik moest wennen. De stilte leek in het begin zo leeg, maar langzamerhand, stapje bij stapje werd de stilte gevuld. Een ideale situatie om te bidden. Wat jammer, dat ik dat niet eerder heb ontdekt. Het werd steeds meer een ruimte, waarin ik iets of iemand aanwezig voelde. Ik ging er tegen praten, ik ging bidden. En voortaan iedere avond eindig ik met: Als wij vallen, vallen wij in Uw handen, en nog een keer: als wij vallen, vallen wij in Uw handen maar … God – denk ik – heeft geen armen. Daarom: Als wij vallen, dan vallen wij in Uw liefde. Als wij vallen, dan vallen wij in Uw liefde. En ik denk ook, dat het zo is. Ik heb er een goed gevoel bij. En dat wil ik U graag zeggen.

Wijze mensen hadden al vaak met woorden en met gedrag mij willen leren, hoe belangrijk bidden is. Dat het moet horen tot je dagelijkse levensritme. En nu pas weet ik zeker, dat het zo is.
In de stilte verlangen naar liefde, in de stilte spreken over liefde, in de stilte spreken tot de geliefde. Heel wat verlangens worden daarmee vervuld.

Maar ik zei het al: nu pas begint het mij te lukken. En zonder hulp gaat het nog niet. Ik heb de stilte nodig en reken op het voorbeeld van goede mensen.
Vier personen heb ik uitgekozen. Vier personen die mij kunnen leren, dat in Gods wereld de dingen anders zijn, die mijn verlangen naar Gods liefde versterken. Als ik val, val ik in zijn liefde. Als wij vallen, vallen we in zijn liefde.

De eerste: Maria, de Moeder van Jezus. Met haar heb ik al iets vanaf mijn vroegste jeugd. En als Maria mij helpt, zoals mijn eigen moeder mij heeft geholpen, dan is het al genoeg. Zij zal mij wijzen op de liefde, geholpen door haar zal ik ook op de moeilijke uren zeggen: Mij geschiede naar Uw woord.

Dan is er St. Norbertus. De stichter van mijn orde, van de Norbertijner orde. Aan die orde heb ik alles te danken. Wat hebben ze mij een levenskansen gegeven tot op vandaag! Dankzij de orde ben ik lid van een wereldfamilie, met overal broeders en zusters, in Amerika, in India, in Hongarije, in Duitsland, in Harderwijk, in Heeswijk en hier op De Schans. Deze orde leerde mij om in gemeenschap biddend uit te zien naar de liefde. En dat geeft heel vaak een goed gevoel. En dat wil ik U ook heel graag zeggen.

Verder – sinds ik Tilburger ben – is er Petrus Donders. Zo’n eenvoudig iemand van ons. Daar, in dat armoedig hutje aan de Moerzijstraat had hij het geleerd: te bidden. Hij hield het heel zijn leven vol en zei tegen onze lieve Heer, dat hij dankzij het bidden, het volhield om armen, om slaven, om melaatsen te helpen. Het goede gevoel bij het bidden, was sterker dan de stank van de wonden van de zieken. Ook dit wil ik U graag zeggen.

De vierde vriend is Augustinus. Het is vandaag zijn feestdag. Hij was 17 eeuwen geleden priester en bisschop in Noord-Afrika, vanwaar nu iedere dag Afrikanen per bootje vluchten naar Italië. Augustinus, in zijn jeugd een provo-achtige losbandige jongeman, die na eindeloos zoeken en door het gebed van zijn moeder Monica, in Milaan tot bekering kwam en dan met vallen en opstaan een goed, een wijs en heilig mens werd. Maar zo’n echte menselijke mens! ‘s Avonds ruimde hij tijd in om te bidden, om de dag te overzien om God vergeving te vragen voor al die keren, dat hij op de bekoring inging, maar zo menselijk zei hij dan: Heer vergeef me en maak me tot een heilig mens, maar … vandaag nog niet. Augustinus was niet alleen bezorgd voor eigen heiligheid, maar hij wilde ook de wereld van de mensen brengen in de richting van Gods koninkrijk.

Niet de wapenen, niet het bondgenootschap van machtige heersers, kunnen een goede wereld tot stand brengen. Maar alleen, broederschap, zusterschap kan tot vrede leiden en deze broederlijke, zusterlijke gemeenschap moet op God gericht zijn. Zijn spreekwoord, ontleend aan de Heilige Schrift was: Leef eensgezind, één van ziel en één van hart op weg naar God. Deze spreuk werd ook het motief van de levensregel, die hij schreef voor zijn huisgenoten en deze levensregel proberen wij als Norbertijnen te volgen.

Zoek je broeder op, zoek je zuster op en bid met hen, één van ziel en één van hart op weg naar de liefde. Zoek je broeder op, zoek je zuster op en werk met hen aan een wereld vol liefde. En die wereld is mogelijk. En die gedachte geeft me een goed gevoel en dat wil ik U graag zeggen.
Amen.

Wim Manders o.praem