Bidden

27 mei 2018: Feest van de H. Drie-eenheid

Deuteronomium 4,32-34.39-40 en Matteüs 28,16-20, B-Jaar

VERKONDIGING

Goede zusters en broeders,

Dit begin van een verkondiging bent u niet van mij gewend. Het zijn dan ook niet mijn woorden. Het is de gebruikelijke aanhef van Wim Manders. Afgelopen dinsdagmorgen overleed hij in het Tweestedenziekenhuis. Dit weekend staat hij, in goed Brabants ‘boven aarde’. Wij bereiden wij ons voor op de avondwake en uitvaartdienst die komen gaan.

Voor Wim was de verkondiging een van de kernmomenten in zijn pastor-zijn. Met liefde en grote betrokkenheid, vurig en enthousiast, vaak samengeknepen ogen, bracht hij de Verhalen die ons zijn overgeleverd tot leven. In de jaren van mijn opleiding en pastorale training, maar ook daarna, kon ik vaak hem terecht. Een beetje achteruit leunend in zijn stoel, de blik gericht op een punt aan de horizon, deed hij dan beeldend zijn verhaal over het Goede Nieuws. Bij de wekelijkse preekvoorbereidingen die wij jarenlang in teamverband wekelijks hielden, had Wim zijn preek meestal al klaar. En als een van ons dan niet voorbereid leek te zijn, dan zei hij ‘dat hij dat eigenlijk niet goed kon uitstaan’. Hij had heldere opvattingen over de manier waarop je als pastor in het leven moest staan. Zo was hij er een meester in om ieder van ons scherp en bij de les te houden. Een begeesterd man, mag je wel zeggen.

Vandaag luisteren wij naar Matteüs. En het is goed om te weten dat het de allerlaatste woorden zijn die voor ons bewaard zijn gebleven. Zijn vrienden gaan naar een berg in Galilea, de berg van de Zaligsprekingen. En op die berg hebben zij een ontmoeting met Jezus … zij beseffen dat hij nu van God is en knielen. En Jezus zendt hen uit: Ga naar alle volken en doop hen in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Leer de mensen wat ik jullie heb geleerd en vergeet het niet … ik ben altijd bij jullie … totdat de nieuwe wereld komt!

De Vader, de Zoon en de Heilige Geest … God in drie personen …

Goede zusters en broeders, mijn verkondiging stopt hier. Ik vond nog een preek die Wim Manders hield over de Drie Eenheid … een God in drie personen. En uit die preek ga ik u nu maar gewoon een stukje voorlezen, ik heb eruit geleend. Het waren dat weekend niet precies dezelfde Schriftwoorden als vandaag maar nu wij wachten tot zondagmiddag zijn dode lichaam thuiskomt. Hij vindt het vast wel goed dat ik zijn woorden leen vandaag …

Goede zusters en broeders,

Zondag van de Drie-eenheid. Een God in drie personen.

We moeten het dus vandaag over God hebben. Wat hoogmoedig denk ik dan. Het hebben over God, over een mysterie. Dat kan toch niet. Daar ben ik als kleine mens niet toe in staat. Wat denk ik wel!! Misschien moet ik proberen in alle bescheidenheid mijn gedachten over God, mijn gedachten over dit grote mysterie hardop te zeggen. Hardop zeggen, wat ik denk!
Iedere week lees ik in de psalmen: onze God is groot en heel ver weg, maar ook heel dichtbij. Hij doordringt allen. God, groot, veel, heel ver weg. Vaak zeg ik nu op momenten van stilte: God, Schepper, groot, veraf, ik prijs je naam.

Ik denk nu ook aan vader Abraham, de vader van de Joden, Christenen en Moslims. Hij zat voor zijn nomadentent. Was onder de indruk van de sterrenhemel, van de ontelbare hoeveelheid, te zien waar geen smog of luchtvervuiling is, hij was blij met de blauwe lucht en de zon. En dan ging hij praten met de Schepper, met de maker. Hij geloofde. Hij geloofde in God.

Het is deze God, over wie mijn ouders en opvoeders hebben gesproken. Het is deze God, die ik in tijden van twijfel heb gezocht. En ik denk, dat ook U soms dezelfde ervaringen hebt.
Tot deze God wil ik bidden. Neerknielen, neerbuigen, en liefst heel diep, zoals de Moslims in onze wijk het ook steeds doen, dezelfde God en Schepper, die zij Allah noemen.

Jezus, de Heer, die zich gezonden wist door God, noemt deze God: Vader. Vader, iemand die zorgt, die helpt, die je nabijkomt, die ontzettend van je houdt.
Dat beeld van God als goede, barmhartige Vader probeert Jezus ons bij te brengen. Hij roept tot zijn vrienden: Deze Vader houdt van jullie. Die houding van liefde en vrede is iets goddelijks. Daar voel je God.

Drievuldigheidszondag is dus niet alleen de dag om de knielen en diep te buigen voor het mysterie, voor God, maar ook een dag, waarop Gods creativiteit en genialiteit en Gods liefde losbarst, tussen ons en door ons.

Een zieke in de ogen zien.
Een arme recht aankijken.
De eerste stap zetten naar vrede en verzoening.
Een arm om de schouder,
Een kus van liefde.

Het is Goddelijk. God gaat dan rakelings voorbij.

Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen