Bidden

27 en 28 oktober 2018: 30e Zondag door het jaar

Jeremia 31,7-9 en Marcus 10,46-52, B-Jaar

VERKONDIGING

Een auto met vier mensen is op weg naar een feest, een uitvaart of een vergadering. Als je dan even om je heen kijkt, kun je ervaren hoe verschillend de beleving van ieder in die auto is.
Je ziet hetzelfde vanaf dezelfde plek, maar toch ervaart ieder de werkelijkheid op een eigen manier.

De een kijkt naar buiten, ziet onderweg vooral de auto’s die passeren en weet precies om welk auto van welk merk en misschien zelfs welk bouwjaar het gaat.
Een ander ziet vooral de prachtige herfsttinten, bomen in rood, geel en groen, een heldere lucht, de zon die schitterend licht op de bomen laat vallen, alsof wij, voordat het blad definitief valt, nog één keer mogen genieten van alles wat er te zien is onderweg.
De derde persoon kijkt vooral bij die passerende auto’s naar binnen en fantaseert over wat hij daar ziet gebeuren; een man en een vrouw, lachend met op de achterbank kinderen die zwaaien naar auto’s die voorbij komen. Vier jonge mannen, druk in gesprek. Gaan ze naar een feestje, naar een voetbalwedstrijd?
Een vierde passagier zit stilletjes op de achterbank, het hoofd gebogen en ziet niets van wat er buiten gebeurt. Wat hij wel ziet is het scherm van de telefoon en beleeft daar de avonturen waar hij naar op zoek is.

Mensen zien heel verschillende dingen, of zij zien niets, kruipen weg in hun eigen kleine wereld.

Zien en kijken naar de wereld die ons voortdurend vragen stelt. Zelfs mensen die niet het vermogen hebben om te zien stellen vragen over onze wereld. Denk maar eens aan het prachtige lied dat de blinde zanger Jules de Korte schreef:

Ik zou wel eens willen weten, waarom zijn de zeeën zo diep,
misschien tot geluk van de vissen, die het water zo slecht kunnen missen
of ter meerdere glorie van God die de wereld schiep …
Daarom zijn de zeeën zo diep.

Als je zó kunt schrijven, dan moet je wel heel goed kunnen zien!

Vandaag vertelt Marcus ons over de ontmoeting van Jezus met de blinde bedelaar Bartimeüs. Bartimeüs zit aan de kant, hij ligt eruit, hoort er niet meer bij, hij ziet het ook
allemaal niet meer …
Bartimeüs moet zijn hand ophouden; werk vinden en voor jezelf zorgen was voor een blinde in de oudheid onmogelijk.
Hij had geen sociaal vangnet meer, geen vrienden, geen netwerk waarop hij kan terugvallen.
Bartimeüs zit aan de kant van de weg; hij werd blind en zijn wereldje is wel heel klein geworden.

Een ervaring die ook in onze tijd veel mensen met Bartimeüs delen, als er iets ingrijpend gebeurt in je leven, kan je wereldje ineens heel klein worden. Een vriend krijgt een herseninfarct en doet er iets langer over om het allemaal goed te begrijpen.
Een vrouw wordt verliefd op een ander en haar man blijft achter, radeloos en verlaten, kan nog niet over haar verdriet heen kijken …
Een man krijgt te horen dat zijn contract niet wordt verlengd. Zijn wereld stort in, de argumentatie van zijn baas komt als een mokerslag binnen en maakt dat hij wegkruipt in een hoekje.
Een jong stel bezig met het verzamelen van geld en spullen, voelt niet hoe de echt belangrijke dingen van het leven hen ontgaan.
Als je leeft in een klein geworden wereld, dan wordt jouw wereld het middelpunt van alles wat is.

Bartimeüs staat er niet alleen voor, hij heeft veel lotgenoten, toen en nu. Zijn verhaal is dan ook een getuigenis, een getuigenis van geloof en gelovig zijn. Je moet ervoor openstaan. Daarover gaat het vandaag in de lezingen.

Als Jezus vertrekt uit Jericho wordt hij gevolgd door een enorme menigte mensen. Mensen die hebben ervaren en geloven dat God zich laat zien in deze man van Nazareth.
Mensen willen met hem mee op weg, de toekomst tegemoet.

Het verhaal over de blinde Bartimeüs die weer gaat zien, staat op een bijzondere plaats in het evangelie:
Herinnert u zich de laatste woorden nog?:

Jezus zei tegen hem: “Ga heen, uw geloof heeft u gered.
en meteen kon hij weer zien en hij volgde hem op zijn weg”.

Bartimeüs volgde Jezus op zijn weg en als we hier even doorlezen, waar ons evangelieverhaal van vandaag stopt, dan horen wij:

hoe zij aankwamen bij Betfage en Bethanië bij de Olijfberg.

Hier begint het Passieverhaal!

Niet helemaal alleen, maar te midden van een grote groep mensen waar ook Bartimeüs bij hoort, mensen die in hem geloven, trekt Jezus Jeruzalem binnen. Mensen die zich ongetwijfeld herkennen in de woorden die Jeremia in zijn troostboek schrijft:

De mensen die leefden in ballingschap werden teruggeroepen uit alle einden der aarden,
allen kwamen terug, ook de meest kwetsbaren.
In dichte drommen kwamen ze huilend van vreugde terug
en de heer bracht hen naar stromende beken.

Het water zal stromen! De tranen zullen stromen van blijdschap als wij kunnen geloven en met open ogen, de weg gaan die God voor ons heeft geëffend.
Bartimeüs was blind, leefde in een kleine wereld, ook voor ons geldt dat, hoe groot ons verdriet ook is, hoe klein onze wereld ook geworden is, er nieuwe kansen zijn, als wij onze ogen willen openen.
Dat geluk en vreugde op de loer liggen, als wij moedige mensen zijn die hun hand durven uitsteken, of de moed hebben om net als Bartimeüs, te vragen om hulp als we die nodig hebben, om iemand die met ons mee wil lopen.
Ons de ogen laten openen en Gods nieuwe wereld tegemoet gaan.
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen