Bidden

26 maart 2017: 4e zondag van de Vasten, Zondag Laetare

1 Samuël 16,1b.6-7.10-13a en Johannes 9,1-41, A- Jaar

VERKONDIGING

Goede zusters en broeders,

Vier weken geleden stond ik hier ook! Ik heb toen mezelf en u uitgenodigd om samen op weg te gaan naar Pasen. Het zou een bijzondere tocht worden, een tocht van veertig dagen!

Een tocht die we zouden ervaren als Vasten. Vandaag zit de helft erop. Tijd dus voor pauze. Even blij vooruitzien naar Pasen. De zondag van de ingehouden vreugde. Laetare heet dat, met een moeilijk woord. Vandaag nodig ik u en mijzelf uit om naar de kleedkamer te gaan, om daar voor de spiegel te gaan staan en dan te zeggen: Joh, hoe heb je het ervan af gebracht? Was het een goed spel? Is er succes geboekt? Mag je het een blijde zondag noemen? Of is er – zoals bij een voetbalwedstrijd – behoefte aan een coach die een nieuw spelplan maakt, of wat correcties aanbrengt?

We zouden sober leven, we zouden bruggen bouwen en meer samendoen en veel aandacht schenken aan de armsten, de kleinsten onder ons. Een stukje van ons hart zou in El Salvador liggen. Maar voordat we ons gaan verdedigen, geef ik de ruimte aan de coach. Hij komt uit de bijbel gedeelten van vandaag tevoorschijn. Weet dat wel, zegt de eerste lezing, voor God zijn er andere normen en waarden. Samuël moest in een groot gezin met stevige zonen een nieuwe koning zoeken. De jongens verschenen een voor een voor de profeet. Keurig uitgedost, met mooie kleren, een glimlach op het gezicht. Samuël keek, maar zei: Hij is er niet bij! Zijn dat al uw zonen? Nee, de jongste, dat kleine manneke met rood haar, is bij de kudde. Roep hem, zei Samuël. En daar stond hij. Ongewassen, met een ruwe herdersmantel. Samuël keek hem in zijn mooie ogen. Ja, hij is het. God kijkt anders dan een mens. Het uiterlijk is minder belangrijk. God kijkt anders. Durven wij het, willen wij het, kunnen wij het? Anders kijken? Met zo’n instelling gaan we de tweede helft van de Vastentijd in.

In de Vastentijd is ook de lichamelijke conditie belangrijk. De therapie kan ons aanwijzingen geven. De Vastentijd is een training! Vroeger aten we minder. We hoopten dat dit beuken op ons lichaam weldadig zou zijn voor onze geest. We maakten pelgrimstochten. We hoopten dat de vermoeide benen en de blaren op onze voeten ons de vreugde van de overwinning, de vreugde van Pasen zouden geven.

Vandaag de dag staan we voor de spiegel en zien hoe verblind we zijn. Blind voor wat werkelijk belangrijk is. Blind voor wat er echt toe doet. Blind ook voor de nood om ons heen.

En dan onze grote coach Jezus. Hij staat tegenover de blindeman en zegt: Ik ben gekomen om de niet-zienden te laten zien. Ga je wassen.  Onderneem iets, doe aan therapie en je komt er als ziende uit tevoorschijn. En daar staan we dan: Naakt voor de spiegel om dat lichaam een stevige therapie te geven.

Sint Franciscus noemt zijn lichaam een ezel, waar je veel plezier van hebt maar die je ook goed en met veel geduld moet trainen.

*Ik zie mijn ogen. Wat zien ze, wat willen ze zien? Zijn ze niet verblind, moeten ze niet gelaserd worden, om oog te hebben voor mooie dingen, voor lieve dingen en ook voor droevige, trieste dingen, voor nood?
*Ik voel mijn oren. Hebben ze niets te doen, omdat ik zelf steeds aan het woord ben? Gebruik ik ze om slechte dingen te horen, om geroddel op te vangen? En wat een geluk als ik geluiden van liefde opvang!
*Mijn mond, geschikt om te vloeken, om te kwetsen, om te schreeuwen – maar het kan ook anders! Woorden van liefde, woorden van vrede zeggen. Heel zacht: ik hou van jou.
*Onze voeten. Wat zijn we onrustig en stoten ons steeds. Wat zijn ze lui en gaan niet om te helpen; gaan niet naar elkaar en laten ons niet bewegen naar gemeenschap. God maakte ze om wegen van vrede te gaan.
*En dan je handen! Wat kunnen we er gemene tekens mee geven. Wat kunnen we onze vingers dictatoriaal opheffen, wat kunnen we met onze handen slaan! God boetseerde onze handen om te helpen, om te werken, om te strelen, om over de schouder van een vreemde te slaan en hem tot vriend te maken.

Onze coach geeft ons heel wat te doen. En met deze therapie komen we fris naar lichaam en geest bij Pasen aan. Sterkte bij de tweede helft van de tocht.
Amen.

Wim Manders o.praem