Bidden

26 februari 2017: 8e zondag door het jaar, Carnaval

Jesaja 49,14-15 en Matteüs 6,24-34, A-Jaar

Goede zusters en broeders,

Vandaag Carnavalszondag. Maar hier geen ballonnen of serpentines. Twee weken geleden zaten we met 8 personen rond de keukentafel in de pastorie. Iemand stelde de vraag: wat is het carnavalsmotto van Tilburg in 2017? Niemand wist het! We vonden het via de sociale media: ‘Goed ingezipt, is half geschoore!’

‘Goed ingezipt, is half geschoore’. Het stamt uit een voornamelijke mannenwereld en nog voor het scheerapparaat van Philips. Ik denk nu bij mezelf: Carnaval is altijd al een teken van tegenspraak. Men heeft er een liefde en haatverhouding mee. 60 Jaar geleden – we hoorden het pas nog – was Carnaval in Tilburg verboden. En vandaag de dag kan ons feest en onze optocht best concurreren met Den Bosch of Bergen op Zoom.

In mijn jeugd was er in ons dorp ook geen Carnaval. Wij gingen als kinderen met ons moeder naar het 40-uren gebed en ons vader dronk met andere stamgasten een extra borreltje!

Maar de inkeer en het gebed waren het voornaamst. Het was bedoeld om een goede opstap te maken naar de ernstige tijd, die aanbrak: de Vastentijd naar Pasen. In Tilburg was dat 60 jaar geleden precies hetzelfde. We werden in 3 dagen met boete en gebeden goed ‘ingezipt’ om daarna fijn ‘geschoore’ bij Pasen te arriveren.

Maar het moderne Carnaval heeft ook zijn voordelen: een feest met veel plezier, om zorgen even te vergeten. Ieder gelijk, arm en rijk, geleerd en gewoon. En met grappen en grollen kan heel wat gecorrigeerd worden. Ook dit kun je zien als ‘inzêepen’. Het scheren volgt dan vanzelf.

Beide stromingen bestaan dus en beide stromingen hebben goede papieren. En ditzelfde geldt voor deze viering. Er zijn heel wat mensen, die graag een Carnavalsmis zouden hebben. Abt Denis kon dat heel goed. Hij kende de taal, hij kende de politiek en wist wel ergens een bandje te organiseren. Maar ik kan dat helemaal niet! Ik moet het van de andere stroming hebben. Hopelijk worden wij dan toch ‘ingezipt’.

De lezingen uit de schrift zijn wel een bijzonder hulpmiddel, zeker vandaag! De profeet Jesaja roept het uit. Het is bijna een lied: hoe kun je denken dat God je vergeet?! Bij mensen komt het nog weleens voor. Maar ik God, vergeet jullie nooit. Een God die te midden van ons, die vol zorgen zijn, dit laat horen. Als je Zijn lied verstaat en dat met hart en ziel, dan ben je goed ‘ingezipt’.
En Jezus, de Heer, doet er nog een schepje bovenop. Hij ziet al zijn mensen voor zich: de ernstige en de feestvierders, heel dat zooitje en dus ook ons.

Jongens, meisjes, je moet kiezen. God en de mammon allebei, dat gaat niet. En kiezen voor de mammon leidt tot niets; het voert naar hebberigheid, naar alles moeten hebben, alles moeten kunnen. En waarvoor in Hemelsnaam? Als je vertrouwend op God en op de goedheid van mensen in het leven staat, zal je niets ontbreken. Want zo zegt Jezus: uw Hemelse Vader weet wat je allemaal nodig hebt.

Lieve mensen, als we ons ‘inzêepe’ met deze woorden dan is het echt Carnaval. Als je op een gewone en echte manier blijft zoeken naar het Rijk van God en zijn gerechtigheid, dan zal alles wat je nodig hebt en alles waarnaar je uitziet aan je gegeven worden. Hetzelfde lied als bij Jesaja: ik God, vergeet jullie nooit!!

En dan nog dit. Voor velen houdt Carnaval pas op op woensdag. Niet voor ons. Carnaval was de opstap naar de Vastentijd. Ook de Vastentijd is wat gedegradeerd. Het sobere eten en het snoeptrommeltje bestaan niet meer. Wel is er wat opleving: onder andere door het voorbeeld van de moslims met hun Ramadan. Ook wij willen met deze soberheid en grotere solidariteit kleur geven aan de Veertigdagentijd. Extra zorg voor de nood van San Salvador, de hoofdstad van El Salvador in Midden-Amerika.
En als we goed zijn ‘ingezipt’, moet dit scheren toch wel lukken.
Fijne Carnaval.
Amen.

Wim Manders o.praem