26 december 2016: Tweede kerstdag, H. Stefanus
Handelingen6,8-10;7,54-60 en Matteüs 10,17-22, A-Jaar
VERKONDIGING
Het kerstoratorium daagt ons uit om nog eens stil te staan bij de woorden die Lucas ons overleverde … dat verhaal waar alle emoties zijn weggelaten, opdat de kracht van de wijze waarop God in onze wereld is gekomen begrijpelijk en in mensentaal kan worden overgeleverd: Het verhaal dat ons vertelt over die wonderlijke gebeurtenis die Jesaja ons al aankondigde: “Een kind is ons geboren, God is mens geworden …”
Het Woord, want zo kennen wij God in de Schrift, is vlees, is Mens geworden. God is onder ons komen wonen.
Wat dat voor ons mensen betekent is nauwelijks te bevatten … Velen bogen zich hierover het hoofd. Nog veel meer probeerden ons te laten voelen hoe dicht God ons is genaderd in dat kind, in de mens Jezus van Nazareth.
En tegelijkertijd … hoe wij tot volledige mensen kunnen uitgroeien zodat ons geluk, ons menszijn volledig tot haar recht kan komen.
Op deze dag, tweede kerstdag, luisteren wij hier in ons kerk opnieuw naar die prachtige verhalen. Nog eens … opdat de betekenis in haar volle kracht tot ons kan doordringen. De teksten van Jesaja, Lucas en Johannes zijn op indrukwekkende wijze bijeen gebracht in het oratorium waar wij zojuist naar luisterden.
Woorden die ons laten voelen dat de komst van God in onze wereld niet zomaar aan ons voorbij kan gaan …
Op de voorpagina van een van de grote kranten deze week was een indrukwekkend gedicht afgedrukt van Huub Oosterhuis. Al onze twijfel, al ons uitzien naar God die onze wereld moet redden is erin samengebald:
“Verschrikkelijk is de wereld, Geen Jezus zal Aleppo redden
En zijn God zwijgt zo diep in alle talen dat het voelt alsof hij niet bestaat”
Dan gaat de dichter op zoek naar al die keren, dat God zichzelf aan ons heeft leren kennen als ‘Hier ben ik’ en zoekt naar mensen met vonken licht in hun ogen die ook zeggen: “hier ben ik” en samen zullen zij gaan om te redden wat te redden valt … om dan Kerstmis te laten zijn:
“Kerstmis is twee of driemaal niet te tellen
Naamloos velen die ‘hier ben ik’; zijn
en doen wat moet gedaan.“
Kerstmis eindigt niet bij de stal, maar begint in onze wereld: het woord dat gedaan moet worden, begint in een mens, maar wordt pas echt van kracht als al die andere mensen ‘ja’ zeggen en zich laten meenemen op weg in onze wereld; om te doen wat moet gedaan.
Vandaag, tweede kerstdag, luisteren wij naar dit verhaal en onze kerk legt er geschiedenissen van mensen naast. Zo wordt in de officiële liturgie vandaag gelezen uit de Handelingen van de Apostelen, het verhaal van Stefanus, de eerste martelaar.
Niet voor niets dragen wij vandaag de rode stool, die moet getuigen van bloed, zweet en tranen, van al die mensen die een nieuwe weg in wilden slaan.
Mensen die gehoor willen geven aan die roepstem die hen liet antwoorden; “Hier ben ik”. Zij trekken de wereld in, om wonderen, om tekenen te doen. Stefanus, bezield met de Geest, moest dat met de dood bekopen.
Goddank leven wij in een land waar van vervolging geen sprake is, al zijn er die proberen de macht te verwerven door ons dat te doen geloven. Wel zijn er vele diepgelovigen die leven met de twijfel die Oosterhuis benoemt: Maar toch … alle twijfel die wij delen ten spijt. Mogen wij toch iedere keer opnieuw die oude woorden opslaan die ons zeggen:
Ooit smeden de volkeren der aarde hun zwaarden tot ploegijzers om,
hun lansen tot sikkels, om het koren te oogsten.
Geen volk trekt het zwaard meer tegen een ander, niemand oefent zich meer voor de strijd. Zoals de zeebodem bedekt is met water, zo zal de aarde met vrede bedekt zijn.
Ooit zullen de mensen die met God gaan zeggen: “Hier ben ik”.
Ooit zullen zij winnen en zij zullen de aarde met vrede bedekken.
In zijn kerstboodschap Urbi et Orbi gisteren richtte Paus Franciscus zich rechtstreeks tot het volk van Aleppo: “Het is meer dan ooit noodzakelijk dat er, met respect voor de mensenrechten ondersteuning en troost wordt gegarandeerd aan de uitgeputte burgerbevolking, die zich in een situatie bevindt van wanhoop, van groot lijden en ellende.”
De Paus nam in zijn bemoedigende woorden mee al die mensen die leven in het verscheurde Syrië, in het Heilig land, in Irak, in Libië, in Zuid Sudan, in Jemen, in Afrika en in al die landen waar mensen wonen, die gebukt gaan onder oorlog en wrede fundamentalistische terroristisch aanslagen …
Vrede wenst de Paus aan vluchtelingen, aan migranten en asielzoekers, aan slachtoffers van mensenhandel.
Vrede wenst de Paus aan ons allemaal, aan alle mensen, en zegt dan:
“Vrede op aarde aan alle mensen van goede wil,
die elke dag stil en geduldig werken,
in het gezin en in de maatschappij
om een meer humane en rechtvaardige wereld op te bouwen,
in de vaste overtuiging dat er alleen met de vrede een kans is
op een meer rechtvaardige toekomst voor iedereen”.
Vrede aan al die mensen van goede wil,
Vrede aan al die mensen die zeggen … “Hier ben ik”
mensen die doen wat gedaan moet worden, op hun eigen plaats, op de manier die past in onze situatie, in onze tijd.
Amen.
Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen

