Bidden

24 januari 2016: Oecumenische viering in de Opstandingskerk Bidweek voor de eenheid

Nehemia 8,2-4a.5-6.8-10 en Lucas 1,1-4; 4,14-21

Het woord is aan jou

THEMASTELLING

Hoe vaak zal het ons gebeuren dat wij ons verbonden weten met mensen in Letland?
De vieringen voor de Bidweek van de eenheid in dit jaar werden voorbereid met hulp de apostolische genootschap Pro Sanctitate.

Het volk van Letland kent een bijzondere traditie als zij verhuizen naar een nieuw huis, dan geven vrienden vaak een brood met zout er bovenop in de vorm van een kruis, als teken van zegen maar ook als teken van aansporing, om ook op de nieuwe woonplaats zout voor de aarde te zijn.

Stap voor stap zijn de kerken van Letland op zoek naar oecumenische samenwerking. Vandaag weten wij ons verbonden met hen en met medechristenen van alle denominaties, overal ter wereld.
Wij laten de Letten aan het woord en volgen hun voorstel om de viering in het teken te stellen van de verbeelding van zout.

Vandaag willen wij ons iets laten zeggen door het teken van het zout, zo tekenen wij immers de dopeling: zij ontvangen een korreltje zout op de lip opdat zij zout voor de wereld mogen zijn.

Zout voor de wereld willen zijn, betekent dat je daarvan mag getuigen. Wij laten ons iets zeggen door elkaar, opgeroepen worden wij om zout voor de aarde te zijn, licht voor de wereld.

Het woord is aan ons,
Het woord is aan jou!

VERKONDIGING

Goede dingen beginnen vaak heel klein, mensen slaan de handen ineen en brengen iets op gang
waarmee zij de samenleving willen veranderen in goede zin.
Mensen die misstanden zien, die verandering willen.
De uitdrukking ‘luis in de pels’ we kennen deze allemaal wel. Overal, iedere dag opnieuw staan mensen op om hulp te bieden en onrecht aan te klagen.

Afgelopen oktober bracht ik met een paar zusters van onze norbertijnse gemeenschap in dat land een bezoek brengen aan de zuidgrens van Hongarije. In een café vlakbij de plaats waar het beruchte hek stond dat vluchtelingen moet tegenhouden om het land in te komen, sprak ik met Gabor.
Een bijzondere man … samen met zijn echtgenote had hij het plan om een huis te beginnen voor de opvang van ouderen.
Door al die plannen werd een dikke streep gezet toen zij in aanraking kwamen met volle treinen die stopten op het station van Pecs. Radeloze vluchtelingen zaten in die trein; kinderen van alle leeftijden, vaders en moeders die niet wisten wat te doen.
Gabor en Christi besloten hun kamp op te slaan op het station. Zij trommelden vrienden van hun kinderen op de universiteit op en gingen aan de slag.
Plaatsten badjes in het gras langs de weg, zorgden dat mensen zich konden wassen in buitendouches, speelden poppenkast voor de kinderen, luisterden naar de angstige verhalen van de ouderen over hun vlucht en maakten maaltijden.

Steeds meer mensen sloten zich aan en in korte tijd was dat hele station één grote opvang voor vluchtelingen die soms een paar dagen bleven en dan weer huilend afscheid namen om verder te trekken.

Gewone mensen in een kleine plaats in Zuid Hongarije. Mensen die niet alleen hulp boden,
maar een tegengeluid wilden geven in een land waar de vluchtelingenhaat wel heel groot was geworden.
Een signaal dat het anders kan, anders moet, in een situatie waarin velen in binnen en buitenland
niet goed weten hoe een crisis opgelost moet worden.
Voor Gabor en Christi gold: Als wij het niet doen, wie doet het dan wel?
Hoe kan God dan nog geloofwaardig zijn in onze wereld? God heeft ons immers gezegd, dat hij ons draagt op adelaarsvleugels. Wie zijn wij dan als wij elkaar niet willen dragen?

Mensen die het aandurven, die het woord nemen en zonder veel omhaal. Zout voor de aarde, licht voor de wereld, zijn … Ook in onze stad zijn zij er, honderden vrijwilligers die zich iets laten zeggen
door de nood van mensen die een veilig heenkomen zoeken.

Ook binnen onze kerken zijn er soms groepen die iets teweegbrengen en die een lange ‘houdbaarheidsdatum’ hebben. Dan denk ik aan de oecumenische communiteit in Taizé, een kleine groep, begon daar na de tweede wereldoorlog een oecumenisch communiteit.
Zij namen het woord en willen een levend teken zijn dat verzoening tussen Duitsers en Fransen wel degelijk mogelijk is. Tot op de dag van vandaag trekken ieder jaar duizenden jonge mensen naar deze plek om een week lang met elkaar op te trekken.

Mensen die op hun eigen plek opstaan, het woord nemen  en zo het zout der aarde zijn.

Vandaag hoorden wij dat woord in de lezingen: Jullie zijn het zout der aarde, het licht der wereld.

Wij leven in een tijd waarin de waarde van zout behoorlijk gedevalueerd is. Maar de verbeelding van het zout past helemaal in de oudheid, zout was immers een kostbaar goed, zuiverend en louterend, smaakmaker  hulpmiddel tegen bederf in een land en in een tijd waar koeling nog onbekend was.
Zout dat alles doortrekt … zout dat smaak aan het leven geeft …

Niet voor niets gebruikt Jezus precies die woorden vandaag … Jullie zijn het zou voor de aarde.

In de voorbereiding van de viering vandaag stonden we daar bij stil … Een van de leden van onze werkgroep vertelde: “Ach, ik probeer het niet eens meer uit te leggen aan mijn kinderen maar als ze mij vragen waarom ik doe wat ik doe”, dan zeg ik soms: “Ik heb  nu eenmaal iets met God”.
Een wanneer hun antwoord is dat zij zelf niets met God hebben, dan kan ik rustig zeggen: “Dan is het misschien maar goed dat God wel iets met jou heeft!”

Het gesprek ging verder en wij wisselden uit: Als je tegenwoordig zegt dat je naar de kerk gaat, dan ontmoet je weerstand, onbegrip en onverschilligheid. Je wordt zo’n beetje gezien als een exoot.

En misschien schuilt in die onverschilligheid ook wel een gevaar. De joodse schrijver Elie Wiesel
zegt in een van zijn boeken: “Het grootste gevaar dat de mensheid bedreigt is de onverschilligheid.”

Precies tegen die onverschilligheid waarschuwen de schriftlezingen ons vandaag: Jezus vraagt ons om het zout van de wereld te zijn. Om onze wereld te behoeden voor bederf. Wat mooi en goed en schoon is te beschermen en de rottigheid geen enkele kans geven.

Laten zien wie je bent, laten zien dat je God kent, dat ons geloof van waarde is, dat de kracht van gebed van belang is, dat het goed is om zo nu en dan het woord te nemen en tegen elkaar te zeggen:
Julie zijn het licht van de wereld, laat dan ook je licht stralen over de wereld.
Laat zien waar je toe in staat bent en dat leven naar Gods woord ene leven is dat door de wereld gezien mag worden.
Laat zien wat je doet op dat mensen zien wat een mens dat door God geïnspireerd is aan goede daden te weeg kan brengen.

En wat zien we daar een geweldig mooie voorbeelden van. Iedere dag opnieuw, door kerkmensen
maar zeker ook door vele anderen die niet zoveel met kerk hebben.
Met al onze trouwe inzet laten wij zien dat God ons inspireert tot het goede in de wereld dat mensen van God niet soft of flauw of onverschillig zijn maar krachtige mensen met reuk en smaak en met pit.
Mensen die elkaar op de been houden, in tijden waarin de knieën trillen en slap zijn van angst. Immers ook daarin is ieder van ons mens; kind van God.

God vraagt van ons om het Woord verder te dragen, dwars door de woestijn op weg naar de bron …
We hebben er zojuist van gezongen. Van onze God die zijn stem tot op de dag van vandaag doet klinken. Zijn woorden drinken wij in opdat Gods hartstocht voor gerechtigheid handen en voeten kan krijgen in onze wereld.

“Jullie zijn door God uitverkoren”, zo zegt Petrus het tegen de kleine groep christenen die leeft in de diaspora en daar wordt getreiterd en gepest.
Hou elkaar vast en weet dat je door God bent uitverkoren om de grote daden te verkondigen van Hem die het licht in de wereld heeft gebracht.
En ook al voel je je soms een vreemdeling in een onverschillig land hou maar vast en vestig de aandacht op het woord.
Immers …

Jullie zijn het! aan jou het woord!

Mag het zo zijn …

Thea van Blitterswijk
Participant Norbertijnen