24-25 februari 2018: 2e Zondag van de Veertigdagentijd
Genesis 22,1-2.9a.10-13.15-18 en Marcus 9,2-10, B-jaar
VERKONDIGING
Isaaks Godsvertrouwen.
In sommige Bijbeluitgaven staat boven het verhaal uit Genesis, dat vandaag de eerste lezing is, als titel ‘Het offer van Isaak’. Maar die titel is niet juist. Isaak wordt immers niet geofferd. Een titel als ‘De beproeving van Abraham’ dekt al iets meer de lading. En nog beter tot de kern komt wellicht ‘Het Godsvertrouwen van Abraham’. En misschien ook wel het Godsvertrouwen door vertrouwen in mensen van Isaak. Abraham verzet zich niet. Hij doet wat hem opgedragen wordt, vanuit zijn diepe geloof in en vertrouwen op God.
Vertrouwen is een merkwaardige emotie. Vertrouwen doe je niet zomaar, het moet gewonnen worden. Niet voor niets hoor je wel eens zeggen: “Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.”
En wat te denken van Abrahams zoon Isaak, het beoogde – in letterlijke zin – ‘slachtoffer?’ Nergens staat een toespeling op de angst die hij moeten hebben gehad in deze voor hem zo bedreigende situatie. Waaraan hij als klein kind weinig tot niets kon veranderen.
In het mooie lied ‘The story of Isaac’ beschrijft de Canadese zanger Leonard Cohen het gebeuren vanuit het gezichtspunt van de negen jaar oude Isaak. Dartelend en speels loopt de jongen om zijn vader heen wanneer ze samen de berg beklimmen. Hij aanschouwt de pracht van het landschap, een bergmeer met een wateroppervlak zo glad als een spiegel. Hij bewondert de gouden bijl van zijn vader, die schittert in de zon. Slechts een klein ogenblik van twijfel: ‘Kijk daar, een adelaar. Of is het misschien toch een gier?’ Op geen enkel moment probeert hij weg te lopen of zich voor zijn vader te verbergen.
Isaak vertrouwt geheel en al op een goede afloop en op zijn vader. Uiteindelijk wordt hij gered door de engel van Jahwe uit de hemel. Isaaks vertrouwen wordt zo behalve een vertrouwen in mensen, ook een Godsvertrouwen.
Dat gun je ieder opgroeiend kind, zo’n Godsvertrouwen, zo’n vertrouwen in de toekomst, zo’n vertrouwen in medemensen.
Vorige week had ik een ervaring die mij niet wil loslaten. Met mijn kleindochter van 8 ging ik een dagje met de trein naar Den Haag. Op weg naar huis stonden wij bij een tramhalte midden in het centrum. Bij de tram 2 jonge mannen van een jaar of 30. Na wat wachten kwam de tram en mijn kleindochter schoot naar binnen. Voordat ik kans had om in te stappen gingen de deuren dicht en reed de tram weg.
De jongens die bij de halte stonden zagen het gebeuren en een van de twee riep: “Ik ren naar de volgende halte.” En hij was weg. Angstig en vol twijfel ook, liep ik ook die kant uit tot ik in de verte een rood jasje zag; mijn kleindochter. Ze was in gezelschap van jonge vrouw. Zij vertelde hoe de jonge man rennend naast de trein naar mijn huilende kleindochter bleef zwaaien. Omdat hij uitgeput neerzakte op een bankje nam zij het over, stapte uit de tram en bracht de kleine meid naar mij terug.
Een ervaring met een kind, zomaar op een zaterdag op weg naar huis. Twee jonge wildvreemde mensen, ook voor elkaar, die zich bekommeren om een kind in nood. Een verhaal dat niet uitvergroot in het Journaal komt, maar zeer herkenbaar. Ieder van ons heeft immers goede ervaringen over de manier waarop mensen zich om elkaar bekommeren.
Zulke mensen gunnen wij onze eigen kinderen, maar ook de kinderen in het verre India waar wij in deze periode mee verbonden zijn. Kinderen in een dorp, ver weg en hoog in de bergen. Met onze ondersteuning kunnen zij misschien naar school, worden opgevangen als ouders uitvallen, of krijgen medische verzorging als ziekte op hun pad komt. Mensen als onze Norbertijnse medebroeder Father Benjamin zet zich in voor de bewoners van dat dorp. En hij vraagt onze hulp … voor de mensen boven op die berg.
Zo gunnen ook wij ieder kind zo’n groot vertrouwen als Isaak had. Met elkaar werken aan betere, socialere en duurzamere wereld; om kinderen en grote mensen hun kansen op een goed leven niet te ontnemen. Een betere wereld waarin ieder van ons de mogelijkheid heeft om onze talenten te ontplooien en te schitteren in waardigheid, in plaats van slachtoffer te zijn.
In deze dagen van de #MeToo staan heel veel mensen in de schijnwerpers die het in hun gestelde vertrouwen niet waarmaken, misschien zelfs misbruiken. Op zulke momenten overvalt de twijfel ons weleens.
Ook Jezus moet ervaren dat mensen Hem afvallen, ontrouw zijn, tot aan de kruisdood toe. Ook Hij heeft een moment van twijfel, maar Hij blijft ten diepste vertrouwen op zijn Vader. En Hij wordt in dat vertrouwen niet teleurgesteld, zoals zal blijken uit het feit dat Hij uit de doden zal opstaan.
Laten we hopen dat ook wij, in onze aandacht voor elkaar, in onze inzet voor medemensen ver weg, gedragen worden door een dergelijk vertrouwen, misschien wel zo sterk als het Godsvertrouwen van Abraham, Isaak en Jezus.
Amen.
Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen

