2 Augustus 2015: 18e Zondag door het jaar
Exodus 16,2-4.12-15 en Johannes 6,24-35, B-Jaar
VERKONDIGING
Ieder jaar opnieuw betrap ik mijzelf er weer op in de vakantietijd, uitgebreid snuffelend vind ik mij terug in de tijdschriftenrekken van de supermarkt of boekhandel. Uit heel wat bladen schreeuwt het je dan tegemoet: Zoek rust, geniet, onthaast … zorg goed voor jezelf.
Voor je buitenkant én voor je binnenkant. Heel wat adviezen die je krijgt om dat goed te doen, vragen om de aanschaf van alle mogelijke producten: crèmes, zonnebrand, fotocamera’s, spullen voor in de auto, de fiets, om beter te kunnen wandelen …
En al die producten zouden ons dan moeten helpen om als een vrij en ontspannen mens in leven te staan. Een mens dat weer volop en voluit het nieuwe werkjaar in kan gaan, om te doen wat nu eenmaal gedaan moet worden.
Het is heerlijk ontspannend om dat alles te lezen, even wegduiken in de wereld van niets en minder … En soms, als je er wat oog voor hebt, dan vindt je een vraaggesprek met een bekende of minder bekende Nederlander die vertelt over de manier waarop God een plaats heeft in het leven.
Dat kan een artiest zijn, een zanger, een journalist of een sportman of vrouw. Mensen die zeggen dat zij leven vanuit het vertrouwen dat er ‘iets’ is dat groter is dan dat wat wij kunnen waarnemen, dat er ‘iets’ is dat wij God noemen en dat die God zo dicht bij ons wilde zijn dat hij ons zijn liefdeskind, zijn Zoon heeft leren kennen.
Wij, mensen die leven aan het begin van het derde millennium, moeten het doen met de getuigenissen van de mensen die leefden in de tijd van Gods liefdeskind, van Jezus, in zijn wereld.
Overrompelende verhalen kunnen dat zijn, soms voor ons wat moeilijk te doorgronden zelfs. Deze zomer mogen wij maar liefst vier keer luisteren naar getuigenissen die Johannes voor ons opschreef in zijn evangelie. Steeds weer, op verschillende manieren, horen wij vertellen over God die ons voedsel uit de hemel schenkt.
Maar niet op de manier zoals wij zouden verwachten; Johannes gebruikt prachtige beelden en laat zien dat hij de Schrift goed kent, als hij terugvalt op dat wat ons over Mozes en zijn volk is toevertrouwd.
Heel dicht blijft Johannes bij wat voor mensen, aan de basis van het leven staat: onze eerste en meest primaire levensbehoefte: voedsel, om het lichaam in beweging te houden.
Dagelijks voedsel, brood om ons te helpen zicht te krijgen op dat waar het in ons leven om mag gaan: geloven, luisteren, leren en het dóen van Gods Woord!
Manna daalde neer uit de hemel toen Mozes met zijn volk door de woestijn trok, een voor ons onbekend natuurproduct, een zoetig goedje dat door de Bedoeïnenvolken nog altijd wordt gewaardeerd. Kwartels waren er die na een lange vlucht uit het noorden uitgeput neerstrijken om te overwinteren. Je kunt ze zó vangen, zo vermoeid zijn ze.
Het manna, de kwartels, voedsel uit de hemel neergedaald …
Juist als het volk dat door de woestijn trekt, gestresst en opgefokt rondloopt. Juist als de mensen Mozes gaan verwijten dat zij in slavernij tenminste nog te eten hadden, trekt de mist op … en vallen het manna en de kwartels hen toe.
Daarin herkennen zij Gods hand zelf en durven weer te vertrouwen.
Een paar weken geleden sprak ik met een jonge man die in een moeilijke periode heeft ervaren dat Gods woord, dat de getuigenissen over het leven van Jezus, hem op de been hielden in een moeilijke periode van zijn leven.
Hij vertelde hoe jammer hij het vindt dat in onze tijd de kracht van die getuigenissen door zoveel mensen niet meer worden verstaan. “Veel mensen komen er niet eens meer mee in contact” zo vertelde hij.
Hij wil zich daar niet zomaar bij neerleggen … op zijn eigen manier zoekt hij wegen om het Gods woord weer bij de mensen te brengen: “Dat is pas echt voedsel voor de ziel”, zo zei hij dat …
Vanuit die overtuiging schreef ook Johannes zijn evangelie, steeds opnieuw deze zomer houdt hij het ons voor: Als je God zoekt, als je op zoek bent omdat je Jezus wilt volgen, je zult hem vinden!!!
Net als die mensen die met hun boten naar Kafarnaüm gingen om hem te zoeken. Daar kun je luisteren, geloven en leren over God, daar is voedsel voor je ziel te vinden …
Alle materie, alle producten die ons worden aangereikt, we kunnen er niet omheen … het maakt ons leven een stukje prettiger. Maar voedsel voor de ziel, voedsel voor de Geest, dat is wat ons werkelijk in leven houdt, wat zwaar op je drukt wordt dan wat makkelijker te dragen.
En weet dan, als wij Brood en Wijn met elkaar delen: dat wij met Johannes Jezus zelf mogen nazeggen: “Dit is het Brood om van te leven!”
Mag het zó zijn!
Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen

