2 april 2018: Tweede Paasdag
Handelingen van de apostelen 2,14.22-32 en Matteüs 28,8-15, B-Jaar
VERKONDIGING
“Hij gaat ons voort naar Galilea”, zongen wij vroeger met het Driekoningenkoor. “Hij gaat ons voort naar Galilea”. Want daar zal het duidelijk worden dat Hij niet dood is maar leeft.
De Joodse Hogepriesters hebben er een ander verhaal van gemaakt maar wij houden het bij het verhaal van Maria van Magdala en van de vrienden van Jezus. Een leeg graf, je vriend kwijt, om gek van te worden.
Wie wil jouw verhaal geloven?
Verhalen worden ons verteld en worden door onze oren gehoord en door ons hoofd verstaan. Verhalen moeten een logica hebben, een structuur anders kunnen wij daar als mensen niets mee. En dan komen die vrouwen uit het Evangelieverhaal, volledig overstuur, vertellen een verhaal dat bijna niet waar kan zijn.
“Een leeg graf en dat ze de levende Jezus tegen gekomen zijn met een opdracht!”
De mannen van die tijd dachten hier zeker het hunne van. Ze konden de vrouwen eigenlijk niet verstaan en gingen daarom maar zelf kijken.
Gisteren in de Paasdienst van Groot en Klein kwam natuurlijk dit verhaal ook naar voren. Hoe vertel je kinderen dit verhaal? Wie wil dit verhaal geloven?
Een verhaal geloven kan pas als jouw hart oren heeft!
En dan niet van die flappers of van die kleine mini oortjes, nee als woorden binnen komen in jouw borst, recht in jouw hart. Als er tranen in jouw ogen komen staan omdat je geraakt bent door de woorden die gesproken zijn. Kleine zachte woorden zijn die woorden die meestal verstaan kunnen worden door ons hart. “Ubi caritas et amor, Deus ibi est”. “Waar liefde is, daar is God”, hebben wij twee dagen gezongen, woorden recht uit het hart en recht voor het hart. Grote harde woorden gaan via onze oren naar ons hoofd en sterven daar een ongeloofwaardige dood.
Ga naar Galilea en daar zullen we elkaar zien zij Jezus. Als we het zachtjes uitspreken, bijna als of het een geheim is, kan het binnen komen. Kunnen wij het verstaan.
Hij, de opgestane, heeft het gezegd. Hij nodigt ons uit, Hij laat ons niet alleen. Hij gaat met ons op weg, Hij wil dat wij het weten, Leven is sterker dan de dood.
En dan die kinderen van Groot en Klein. Wat is dat dan die opgestane Heer? Ik neem ze mee naar het lege graf en laat ze zien dat het graf leeg is, dat hun vriend verdwenen is. Vertel ze over ontmoetingen die bijna niet te begrijpen zijn maar wel te verstaan met ons hart. Laat ze zien dat wij mensen kruisjes dragen om onze hals, “Hee Papa dat heb jij ook zegt een kind!” En dat dat niet zomaar is. Als het kruis een teken van dood zou zijn zouden wij dat niet doen maar omdat wij, Godsmensen, vinden dat het kruis een teken van leven is kunnen wij het dragen. En meestal dragen wij het op ons hart want zo kan het kruis een verbinding zijn van buiten naar binnen. Kunnen wij kleine grote woorden verstaan. Omdat wij Kruis-, Hartmensen zijn.
“Hij gaat ons voort naar Galilea” zongen wij vroeger, voor mij is het zingen van deze tekst veranderd, echt veranderd. Ons leven van iedere dag samen met andere mensen leert ons dagelijks levenslessen als wij daar voor open staan. Als wij kunnen luisteren, echt luisteren.
Ik heb de vrouwen verstaan en ben gegaan want door de dood leer je het leven. Leer je dat wij met ons hart kunnen luisteren, leer je dat wij met ons hart kunnen verstaan. Leren wij dat wij Jezus Christus, de zoon van Jozef en Marie, de zoon van onze God los kunnen laten. Dat Hij groter is dan wij ons kunnen denken en dat het goed is.
Hij is waarlijk opgestaan, Halleluja.
Jan Claassen
Participant Norbertijnen

