Bidden

19 juni 2016: 12e Zondag door het jaar

Zacharia 12,10-11 en Lucas 9, 18-24, C-Jaar

VERKONDIGING

Een buschauffeur vertelde eens op een rondtoer door Israël, in gebroken Engels, een standaardmopje: Een rabbi en een buschauffeur kwamen aan in de hemel. De chauffeur kreeg een ereplaats aan het raam. De rabbi moest wachten.  Hij protesteerde daartegen, maar God was onverbiddelijk … ‘Met al jouw preken heb je niet één mens tot mij laten bidden, maar als die chauffeur aan het rijden was riepen tientallen passagiers mij hartstochtelijk aan!’
Hoe bidden wij eigenlijk? En wanneer klinkt ons gebed het meest hartstochtelijk. Is daar angst voor nodig … of zou het ook nog iets anders kunnen zijn?

Drie eeuwen voor het begin van de gewone jaartelling schreven mensen de getuigenissen van de profeet Zacharia op. Spannende tijden waren het … van alle kanten werd Jeruzalem bedreigd en ook binnen Jeruzalem rommelde het en werd strijd geleverd.
Temidden van dat tumult klinken de woorden van de profeet: ‘God zal over de bewoners van de stad een geest van welwillendheid en gebed uitstorten!’
Troostrijke woorden zijn het … de strijd zal verstommen, het tumult gaan liggen.

Een geest van welwillendheid en gebed wordt toegezegd aan de bewoners van Jeruzalem! Welwillendheid en gebed in één adem! En hoe ziet die welwillendheid eruit?
Misschien nog wel belangrijker … hoe ontvang je welwillendheid in een wereld die onder druk staat? Hoe zorg je dat je open staat voor dat wat de ander jou wil bieden?

In de jaren waarin de situatie in Jeruzalem reddeloos verloren leek, de stad werd belegerd en epidemieën en hongersnood lagen op de loer …
In die dagen heeft Zacharia zijn nachtmerrie … Zo ook lezen we hoe Jezus zich terugtrok om te bidden.
Dat riep vragen op bij zijn vrienden … Vragen naar zijn ware aard, naar wie hij ten diepste was.

Petrus spreekt een belijdenis uit; “Jij bent de gezalfde van God, de gezalfde, de Messias, de Christus … ”
Jezus ontkent het niet, maar neemt dat woord ook niet over … nooit noemt hij zichzelf de Gezalfde, maar altijd spreekt hij over zichzelf als de Mensenzoon. Niet ver weg als een koning, of hoog in de wolken wil hij zijn, maar hier en nu, onder de mensen.
Daar plaatst Jezus zichzelf en daar wil Hij bidden …

Bidden … hoe zou dat eruit kunnen zien … Wat brengt ons ertoe dat wij het hoofd buigen, de ogen sluiten, de handen vouwen en onszelf terugtrekken in onze binnenkamer, om even te vertoeven in Gods nabijheid?
Is het de angst voor een ziekbed, een dreiging van terrorisme of oorlog, een kind dat de weg kwijt is … Soms gebeuren er dingen in ons leven waarbij je je realiseert dat wij niet alles in de hand hebben …
In eigen kring of in onze grote wereld heel dichtbij komt het geweld als er mensen in jouw straat komen wonen die in doodsangst leven om hun familie die achterbleef in Homs, of Damascus, of Bagdad.

Als zulke gebeurtenissen op je pad komen, dan kunnen mensen heel verschillend reageren: De een kruipt weg in een hoekje en wacht tot het gevaar geweken is, een ander stapt erop af en vecht tot het laatste moment.
Zacharia geeft ons nog een ander handvat … zijn hoop op God ontleent hij niet aan het handelen van koningen, priesters en kooplieden, maar aan gebeurtenissen hier op aarde.
Hij ontleent zijn hoop aan die meesterlijke zin, een wereld-zin: “Ik zal een geest van mededogen over hen uitstorten die hen tot bidden brengt …”
Niet angst brengt ons tot bidden, maar mededogen, een diep besef van mededogen dat tot uiting komt in tekenen van barmhartigheid.

In de meest onmenselijke, godvergeten situaties verschijnt God in het mededogen van mensen. In uitzichtloze ellende kan er ineens iemand zijn die tot op het hart wordt beroerd door het lot van een ander.
Op zo’n moment springt een goddelijke vonk over en terwijl die intense emotie van mededogen je beroert en ontroert, ontstaat een gebed.

Waar mededogen ontbreekt, waar mensen zich niet meer laten raken door het lof van de ander, wordt het leven op aarde tot een hel.
De uitweg uit die hel heet mededogen … daar ligt het begin van Gods nabijheid, een klein en wankel, maar altijd hoopvol begin.
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen