Bidden

19-04-2015 (B) 3e Zondag van Pasen

19 april 2015: 3e Zondag van Pasen

 

Handelingen 3,13-19 Lucas 24,35-48, B-Jaar

VERKONDIGING

Na de dood van Jezus  weten de leerlingen niet wat hen is overkomen. Ze hebben tijd nodig. Leren geloven met je hart kost tijd. Leren om de regie van je leven over te geven aan God dat gaat zeker niet automatisch. Daarom vertellen ze aan elkaar wie Jezus voor hen was. Zoals zo vaak na de dood van een geliefde: verhalen op laten komen, in herinnering roepen om zo levend te houden wat die overledene allemaal heeft betekend.

De leerlingen van Jezus zijn op een gegeven moment in dat verhaal van Lucas zover dat ze Jezus  herkennen in het breken van het brood. Broodbreking is een symbool, het herkenningsteken bij uitstek van Jezus. Dit symbool begint voor de leerlingen betekenis te krijgen. Het symbool van de broodbreking betekent dat Jezus zijn leven deelde met mensen, opdat zij uit hun verlamming zouden kunnen opstaan. En terwijl ze dit met vallen en opstaan proberen te verstaan, staat Jezus in hun midden en zegt: ‘Vrede zij U’. Hij wenst hen vrede, vrede met zichzelf, vrede ook zeker met elkaar en vrede met  God. Vrede als ervaring van hier mag je jezelf zijn, jullie mogen bij mij je thuis vinden.

Maar het tegendeel vindt plaats, ze denken een spook te zien. In plaats van vrede ontstaat er chaos. De leerlingen dekken hun wonden toe en schikken zich in hun teleurstelling. In de verhalen die ze elkaar tot nu toe over Jezus hebben verteld was duidelijk dat Jezus opstond in levende herinneringen welke met de verhalen allemaal werden opgediept. Maar nu staat Hij bij Hen. Hier kunnen ze met hun verstand niet bij. Jezus maakt hen duidelijk dat ze er met hun verstand ook niet bij hoeven te kunnen, als ze het maar verstaan in hun hart. Je hoeft niet alles te kunnen beredeneren, lijkt de grote boodschap te zijn.

Jezus is na zijn dood een levende, een mens die je kunt aanraken. Voor altijd en voorgoed is Hij de levende, de mens die je kunt aanraken. Voel alle wonden van de mensheid, van elke mens naast je, elke levende, in elke levende is Hij te ontmoeten. Dit kernachtige wordt overgebracht en als een heuse spiegel voorgehouden: toen en nu.

Als we onze wereld beschouwen dan is het niet zo moeilijk om al redelijk snel te concluderen dat  onze wereld vol zit met allerlei geesten, welke meestal zorgen voor de nodige angsten. Overal ligt het gevaar en de pijn op de loer. Waanideeën  –  al dan niet aangepraat  –  en niet altijd te doorgronden en grillige vermoedens bepalen de koersen van de beurs. Het is en blijft een duistere zaak wie er eigenlijk aan de touwtjes trekt. Onze informatiesystemen opgeslagen in ingewikkelde apparatuur en computers worden door virussen in de war gestuurd en kunnen hopeloos worden misbruikt; Welke privacy gegevens zijn er eigenlijk nog veilig en op welke plaats. Terreurdreiging slingert door de straten en de waanzin van geweld beheerst dagelijks het nieuws. We stellen waanzinnige prioriteiten zo lijkt het. Dagenlang wordt er door onze regeringspartijnen gekissebist over vluchtelingenopvang, terwijl er dagelijks bij gebrek aan regelingen letterlijk honderden ten onder gaan. Waar gaat het nu eigenlijk echt om? Moeten we niet te veel met spookbeelden leven?

Het evangelie van vandaag drukt ons met onze neus op de feiten en wijst ons op de realiteit, de mens van vlees en bloed, de mens die met wonden geslagen is. Raak ze aan, zoals de leerlingen deden zoals het evangelie ons vandaag laat horen. Geef die mens te eten, zoals de leerlingen deden. Redt ze uit het water en biedt ze echte toekomst. Dan staan we in de realiteit van het leven. Dat is geloven zoals het moet zijn. Niet elkaar bang maken, niet elkaar onder druk zetten en commanderen, maar geloven dat God er is en ons liefheeft. Wij kunnen oefenen, wij kunnen ons bekwamen in het omgaan met het heilige.

We knielen niet voor een stukje brood, maar voor wat God ons geeft, want dat is heilig. We steken geen kaars aan bij een gipsen beeld, maar voor een moeder die ons beschermt en begrijpt en dat is heilig. We vragen geen zegen voor onszelf, maar voor dat kind dat achtergesteld wordt, voor die weduwe die zich probeert goed te houden, voor die man die de hele dag van vroeg tot laat in de weer is om zijn gezin te kunnen onderhouden. Dat is heilig.

Wij zijn zo gevoelig als het over eigen wonden gaat. Wat een mijnenveld zijn wij eigenlijk. Een verkeerde opmerking en we ontploffen al. En hoe gemakkelijk krassen we met ons haakje  over de gevoelige plekken bij anderen? Met hoeveel eerbied treden wij eigenlijk het heilige tegemoet.

Misschien dat onze eigen wonden pas genezen als wij eerbied hebben voor al het heilige dat ons omgeeft, al die gevoelige plekken waar God zijn genade heeft neergelegd.

De leerlingen hebben de wonden van Jezus aangeraakt. Waar wij elkaars wonden en pijnpunten aanraken ontstaat iets nieuws, is er een nieuwe toekomst. Vandaag mogen we God vragen onze pijnpunten aan te raken, opdat God daaruit nieuw leven zal doen ontstaan.

Denis Hendrickx o.praem
Abt van Berne