Bidden

17-18 maart 2018: 5e Zondag van de Veertigdagentijd

Jeremia 31,31-34 en Johannes 12,20-33, B-Jaar

VERKONDIGING

Nog een zondag en wij zitten in de Goede week. Dan hebben wij de Vastenperiode er bijna opzitten. Hoe is het met uw vastentrommeltje? Helemaal gevuld?
Deze vastenperiode heeft ons weer stil laten staan bij het leven van alle dag. Waar zijn we mee bezig? Wat houdt ons gaande? Wat raakt ons?
Misschien is dan een trommeltje te klein en hadden wij beter een boodschappenkrat kunnen gebruiken. Veel ruimte voor al die vragen en gedachten.

Vasten 2018 is ook de periode waar we weer met de neus op de feiten worden gedrukt. Het drama in Syrië is nog niet ten einde. Bombardementen, alles kapot, mensen op de vlucht, veel veel verdriet. Een klein bericht van iemand die schrijft op het het internet I’am still alive. Ik LEEF NOG STEEDS en dan het bericht van zijn dood. Wij kennen hem niet, hij is niet belangrijk en toch door deze mens kunnen wij geraakt worden, word ik geraakt. I’am still alive!

6 Weken van inkeer, van stilstaan terwijl er duizend vragen aan je gesteld worden en jij het klein probeert te houden. Proberen met onze God in contact te komen, zachtjes zingen van Ubi caritas et amor, Deus ibi est. Daar waar liefde is, is God. Duizend keer herhalen deze kleine woorden zodat het een mantra is geworden in jouw hart. Daar waar liefde is, is God.

Wij, Godsmensen, durven wij nog hard op te zeggen dat wij iets met God hebben? Durven wij die uitgestoken hand van onze God aan te nemen? In de eerste lezing volgens Jeremia zegt onze God, Ik zal een verbond sluiten, het volk Israël hoeft nooit meer te twijfelen, Ik zal er zijn.
God biedt ons zijn verbond, schrijft in ons hart. Kunnen wij het aannemen?
Is er in 2018 nog ruimte voor zo’n stap? Of is het echt voorbij en leven we nog even in de nostalgie van het verleden?

NEE

Als wij ons hart, ogen en oren openen dan kunnen wij het zien, kunnen wij het meemaken. Iedere dag opnieuw zijn er kleine tekenen van het nieuwe leven. Laten mensen zien aan elkaar dat het er ergens om doet. Dat het niet alleen maar jij en ik is. Dat het wij is en dat Hij, die wij niet kennen, daar ook een plaats in heeft.
Zoals die auto die stopt om even iemand voor te laten gaan, of dat kleine kind dat vriendelijk naar je zwaait, of die hand die naar je uitgestoken wordt. En dan zomaar iemand in de winkel: ik ken u toch van de kerk?

Afgelopen week een bijeenkomst in het Ronde Tafel Huis want we gaan verhuizen. En alle groepen die er thuis zijn willen ook samen verhuizen. Dit is ons huis. Hoe onze God ook genoemd wordt, wij zijn er thuis en wij horen bij elkaar.
Of met de familie staan rond het bed van een ouder die de overgang moet maken van het leven naar de dood. Samen bidden, ook als woorden niet meer geschreven staan in het hart, toch samen zijn met die ene God. Voelen wij de verbondenheid, weten wij dat het goed is.

Jezus vertelt ons in het Johannes evangelie van zijn naderende dood. Hij weet wat zijn opdracht is, blijft en heeft vertrouwen in zijn Vader.
Jezus roept: “Laat nu zien hoe groot uw naam is, Vader” en God spreekt.
God spreekt. Hij spreekt tot het hart van mensen want daar moet het gebeuren. Als wij ons hart niet openen zullen wij onvruchtbare mensen blijven. Als een graankorrel niet in goede aarde valt zal er geen leven ontstaan. Als ons hart niet goed gericht is dan kan het niet stralen. Als ons hart gesloten is komen wij nooit bij de liefde.

En God, Vader – Moeder – God van mensen, die is er, Hij heeft in ieders hart de liefde achter gelaten. Het is aan ons om het te nemen en te ontwikkelen. Het is aan ons om te zeggen We are still alive!
Amen.

Jan Claassen
participant Norbertijnen