15 oktober 2017: 28e Zondag door het jaar
Jesaja 25,6-10a en Matteüs 22,1-14
VERKONDIGING
Grote woorden worden er weer gesproken in de Evangelielezing. Ogenschijnlijk heel duidelijk.
Klaarstaan als ik roep en als ik roep komen!
Was het maar zo eenvoudig voor ons mensen. Kunnen wij maar altijd klaar staan. Nee, zo werkt het niet, tenminste voor mij in ieder geval niet. Of toch?
Mijn lief roept, ik luister. Mijn kind vraagt, ik antwoord. Mijn vriend fluistert en ik ben.
Zo werkt het ook, voor wie ik lief heb zal ik zijn!
Zo spreekt ook onze God, Ik ben er, voor jou, voor jou en voor jou. Maar dan moeten wij als mensen wel thuis zijn, klaar staan en dat is niet altijd het geval.
Een jonge vrouw verdwijnt in Nederland opeens van haar fietspad, in Turkije staan duizenden voor het prikkeldraad te kijken naar de zogenaamde vrije wereld. In Amerika bedenkt iemand hoe hij het beste zoveel mogelijk mensen kan vermoorden en in Korea benoemt iemand zijn zus. En ik bedenk wat wij zo’n daders zouden moeten aandoen. Is dat ruimte hebben voor God? Is dat klaarstaan voor de ander? Is dat een mens zijn met een open hart, hoor ik bij de uitverkorenen?
Kan ik, met mijn hart, naar de ander kijken en zeggen: afschuwelijk wat hier is gebeurd maar deze mens is ernstig ziek. Ik leef mee met de ouders van de fietser en met de ouders van de dader.
Kan ik dat, doe ik dat?
Ik denk dat onze lezingen dat in ons willen oproepen. Zijn wij die mensen die hun hart kunnen openen voor het Goede. Willen wij antwoord geven op die grote mensenvragen, willen wij antwoord geven op die Godsvragen?
Een uitdaging voor het leven.
Ieder jaar vragen wij aan onze communicanten, “Doe jij mee”. Vragen wij aan de ouders en aan de familieleden van die communicanten “Doe jij mee”. En alle aanwezigen in de kerk roepen, schreeuwen, “ja, ik doe mee”.
Prachtig een verbonden kerk die roept ja ik doe mee.
Of men op die zondagochtend zich realiseert wat de echte betekenis is, wat de consequenties zijn van deze uitspraak, weet ik niet.
Voor ons, mensen van de kerk, zeg je dan dat je klaar staat als God je roept. Met welke woorden dan ook.
In de viering van Groot en Klein van afgelopen week hebben wij gevraagd aan de kerkgangers of hun hart ook oren heeft. Want soms moeten wij het woordeloos doen. Moeten wij luisteren met ons hart, steken wij een arm uit naar een ander en zwijgen wij. Veroordelen wij niet maar huilen.
Zijn onze tranen de woorden die wij niet kunnen zeggen. Zijn onze tranen Godswoorden. Jij mag er zijn, jij hoort erbij.
En dan jat er iemand €400,- uit een portemonnee in het Ronde Tafel huis. Toch een absoluut Godshuis. Wie heeft het gedaan? Wie denk ik dat de dader is? Wie moet ik met de rug tegen de muur zetten? € 400,- was het voor ondersteuning van een vluchteling in Egypte. €400,- weg, niets meer om op te sturen. En dan gebeurt het. Er wordt een weg gevonden zodat de portemonnee weer gevuld is en er wel hulp geboden kan worden. Dus toch mensen die klaar staan, Godsmensen.
Een uitnodiging voor het Bruiloftsfeest, iedereen is welkom. Zo is het ook met de tafel van de Heer. Wij zijn geroepen om aan te schuiven, om te ontvangen. Het Feestmaal staat voor ons klaar. Daarom vieren wij zo dadelijk Eucharistie. Brood en Wijn. Gezegend als Lichaam en Bloed van Jezus. Hij gaf aan zijn vrienden en wij delen het met elkaar. Zijn wij helemaal verbonden met onze God.
Misschien een moment om heel zachtjes, woordeloos, te zeggen: “ja, ik doe mee”.
Amen.
Jan Claassen, geassocieerd lid Norbertijnse Gemeenschap Tilburg

