15 januari 2017: 2e Zondag door het jaar
Jesaja 49,3.5-6 en Johannes 1,29-34, A-Jaar
VERKONDIGING
Nog goed herinner ik mij hoe op onze lagere school, zo af en toe een pater of zuster op bezoek kwam. Zij werkten in de missie, in een ver land, vertelden verhalen en lieten ons foto’s en beelden uit een heel andere wereld zien.
Deze paters en zusters, zo leerden wij, deden heel belangrijk werk. Zij brachten immers onze beschaving naar woeste landen en hielpen mensen niet alleen met het bouwen van scholen en ziekenhuizen maar brachten ook de kerk, het geloof naar werelden zo anders dan die van ons.
Voor ons, kinderen van de jaren zestig, waren zij, nog voordat de televisie dat deed, zo’n beetje de eersten die een venster op de wereld openden. De verhalen van die missionarissen slaagde er in om het beste in ons naar boven te halen.
Want na zo’n bezoek gingen we als kinderen extra fanatiek melkdoppen verzamelen, kranten sparen en voor een dubbeltje boodschappen voor de buurvrouw doen. En dat geld ging dan naar ‘de missie’.
Pas veel later leerden wij dat aan die woorden ‘missie’ en ‘missionaris’ ook andere beelden kleefden. Dat deze werden verbonden met begrippen als ‘zieltjes winnen’ en ‘heidenen bekeren’.
Het heeft dan ook wel wat jaren geduurd voordat in onze samenleving doordrong, dat die mensen daar in de binnenlanden van Borneo, India, Guinea, Kalimantan, Congo, niet zielig, arm en dom waren, maar heel gewone mensen, net als wij, die leefden in werelden met een groot cultureel erfgoed, waardevol in zichzelf.
Misschien zijn wij, westerse mensen, daar misschien soms wat te veel aan voorbij gegaan. Soms zie je dat tot op de dag van vandaag terug … vergaten dat al die mensen ver weg leefden met een eigen levensverlangen, op zoek naar hun levensweg, naar hun roeping, hun bestemming en dat zij putten uit een eigen gelovige levenshouding die katholiek of niet, niet altijd hetzelfde is als die van ons.
Het is goed om te leren van de geschiedenis, maar ook goed om dit niet te snel te veroordelen. Hoe zullen toekomstige generaties over ons handelen, over onze omgang met de schepping, met onze planeet, over onze manier van omgaan met consumptie en productie oordelen?
Ook de jonge Peerke Donders voelde een sterke persoonlijke roeping. In zijn dagen voelde hij die heel sterk, als hij liep van het geboortehuisje hier vlakbij naar de Goirkese kerk waar hij de eucharistieviering bijwoonde.
Hij bleef er bij de pastoor maar op aandringen dat hij priester gewijd zou worden om als missionaris de wereld in gezonden te worden.
Helemaal passend in de opvattingen van die tijd, was Peerke ervan overtuigd dat tot in de uithoeken van de wereld, mensen het beste af zouden zijn als zij met het evangelie in aanraking kwamen en in Jezus Christus konden geloven. Bij die houding, die overtuiging, hoorde een heldere opvatting die Peerke Donders had over zijn eigen taak als gelovig mens; daar was barmhartigheid, christelijke naastenliefde aan verbonden.
Geloof dat niet alleen om gebed en inkeer vraagt, maar ook om actieve inzet voor mensen die daar mee geholpen zijn. Het verhaal van Peerke is inmiddels bekend. Zijn naam is onlosmakelijke verbonden met de melaatsen kolonie Batavia in Suriname. In zijn eerste brief naar huis na aankomst in die verre kolonie, legde Peerke zijn afkeer over de slavernijtoestanden die hij daar aantrof, in heftige bewoordingen neer:
“Oh, had men hier zoo veel zorg voor het behoud en het welzijn der slaven,
Als men in Europa voor lastdieren heeft, dan zou het er beter uitzien.“
Peerke volgde zijn roeping, ging op het pad van zijn bestemming, luisterde naar een stem die in hem klonk en hem riep … Een vraag die aan ieder van ons wordt gesteld … Een vraag van alle tijden.
Wij hoorden zojuist hoe deze al werd opgeroepen bij Jesaja en veel later bij Johannes de Doper.
In de eerste lezing horen we hoe Jesaja spreekt: In jou Israël laat ik mij in alle glorie zien! Jij ben mijn dienaar … zegt de Eeuwige, al van de moederschoot af. Ik maak jou tot een licht voor alle volken!!!!
Zo werd Israël, Gods volk, geroepen en tot die overtuiging zijn ook in onze dagen heel wat mensen vervuld:
God dienen en een licht voor alle volken zijn!
De bereidheid hebben midden in onze samenleving te staan, waarin culturen en religies elkaar inspireren en mensen elkaar tot geweldige dingen oproepen.
Deze week was ik getuige van een maaltijd waarbij bestuurders van onze gemeente kwamen kennismaken met het werk in het Ronde Tafelhuis. Zij gingen daar in gesprek met mensen uit onze stad, uit onze parochie, mensen van onze kerk, hier in de Heikant. Geen gewone, maar bijzondere mensen die zich niet op de borst kloppen, maar sterk, trouw en wekelijks present zijn om vluchtelingen te helpen onze taal te spreken.
Zij gingen in gesprek met mensen die iedere week de tijd nemen om mensen te helpen die vastlopen in onze samenleving. Mensen die niet goed in staat zijn om de weg te vinden in onze papiermolens.
Aan tafel ook jonge mensen uit Syrië, wanhopig zoekend naar contact met anderen, mensen die hun talenten willen geven aan onze samenleving.
Mensen uit Somalië, blij dat zij als mens gezien en gehoord worden.
Mensen uit Marokko, hier opgegroeid, goed opgeleid en actief, die omwille van hun afkomst nu naar de vuilnisbelt worden verwezen.
Dáár gebeurt Peerke, daar geven velen van ons invulling aan die geweldige begrippen liefde, menselijkheid, naastenliefde en barmhartigheid.
Plaatsen waar die begrippen nieuwe, frisse kleur en glans krijgen.
Voor velen is Peerke een inspiratiebron. Voor anderen iets waar zij graag kennis mee maken. Maar hoe dan ook, Peerke zal toekomst krijgen en houden als bemiddelaar in ons gebed, en als inspiratiebron voor een goede omgang van mensen met elkaar, vandaag en in de toekomst.
Amen.
Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen

