Bidden

14 december 2014: 3e Zondag van de Advent

Jesaja 61,1-11 en Johannes 1,6-28, B-jaar

VERKONDIGING

Wat uit het hart komt, komt uit de kern van ons leven en daar ben je dan niet 1-2-3 van weg te jagen. Als je er bij enige twijfel het bijltje bij neergooit, dan heb je niet echt hart voor de zaak. Werken met hart en ziel doe je niet omdat het moet, of omdat je toevallig niets beters te doen hebt, maar omdat je je van binnen gedreven voelt. Het gaat in zo’n geval niet zozeer om de prestatie maar om de intentie.
Het is daarom voor ons allemaal te hopen, dat er niet een moment in ons leven komt, dat je vindt dat het geen zin meer heeft om van harte te werken, van harte te luisteren, te zingen, lief te hebben, van harte te helpen. Als je vindt dat het allemaal niet meer hoeft, als er gen hart meer in zit, wordt alles zo flets, zo grauw, zo lelijk. Mensen zien de goede bedoelingen van de ander niet meer. Alle recht wordt krom gepraat.

Eigenlijk zouden we mogen zeggen dat heel ons leven een uitnodiging is om van harte te leven, om elkaar mooi te maken, om schoonheid te scheppen. En het begint allemaal met een droom, met een visioen. Waar het hart vol van is, daar droomt men van.
Jesaja droomt van liefde die geneest, Naastenliefde. En dit ziet hij in zijn droom: gebroken harten zullen herstellen, de randfiguren komen naar het centrum van de aandacht en eindelijk is het taboe doorbroken. Hij kan duidelijk zeggen wat hij ziet, namelijk dat God komt. Iedereen die met hart en ziel kan geloven, die weet wat Jesaja bedoelt.

Het lijkt wel een kerstpakket dat ons wordt aangereikt: rijk gevuld met prachtige visioenen en behartenswaardige mededelingen. Het is bedoeld om er een weg mee aan te leggen door de woestijn van dit leven. En het mooiste kerstpakket komt vandaag van Johannes. In dat pakket zit een raadselachtige aankondiging. Het klinkt zo: “midden onder u staat hij die gij niet kent”. Het klinkt als in een spannende politieserie zoals we die kennen uit bijvoorbeeld de vrijdagavond uitzendingen van ‘Flikken Maastricht’. De rechercheur zegt tegen de verzamelde verdachten: “een van jullie is de dader, kom er maar mee voor de draad, er valt niet meer aan te ontkomen”.

En die aankondiging van Johannes wordt ook aan ons gedaan. Midden tussen ons is er dus blijkbaar iemand die wij niet kennen, maar die is dan de Messias. Hoe moeten wij die zien te vinden? Waaraan is hij te herkennen? Met deze aankondiging wil Johannes ons op het hart drukken, dat al het goede, of liever, dat Gods gerechtigheid in het verborgene gebeurt. Onopvallend, bijna vanzelfsprekend. Al die menselijke talenten worden dagelijks beoefend en waargemaakt door dagelijkse mensen in hun dagelijks werk. De messias die er aankomt is geen filmheld of topsporter; heeft geen politieke macht. Gods gerechtigheid ligt op een heel ander terrein. De messias is onder ons. Verdeeld en verspreid in de harten van mensen.

Midden onder u staat hij of zij die wij niet kennen, want wij weten amper wat de ander, wat onze naaste, allemaal doet. Ieder mens die van harte werkt, zorgt, samenleeft, maakt dat visioen van gerechtigheid waar. Johannes komt vertellen over het licht, zodat iedereen tot geloof zal komen. Geloven dat midden tussen ons in mensen gered worden van eenzaamheid en minachting, van zwaarmoedigheid en haatgevoelens. Overal zijn Messiassen, zijn redders in de weer. Onopvallend, we kennen ze nauwelijks. Maar zij verspreiden licht.

Het is hetzelfde licht waar Johannes over spreekt. Het is hetzelfde licht dat hier brandt op de adventskrans. Dat licht zal ten volle schijnen in de kerstnacht. Heel bescheiden aan de rand van de bebouwde wereld, in een stal. Niemand die het ziet, behalve enkele herders die er op afgestuurd worden.

Zo bescheiden is God aanwezig en werkzaam in ons midden. Zo sterk maakt hij iedereen die wil geloven in het visioen dat in het dagelijks leven en werken van mensen zichtbaar wordt. Het wordt steeds lichter. Het wordt steeds beter. Tweeduizend jaar geleden vertelde Johannes: “Maak recht de weg van de Heer” en “heb hart voor de aarde”, want we hebben hoop, we hebben toekomst, we hebben iets te verwachten. Temidden van alle ellende, onzekerheid en pijn is dat een bron van vreugde.
Daarom, Gaudete: verheugt u!
Amen.

Denis Hendrickx o.praem
Abt van Berne