12 en 13 mei 2018: 7e Zondag van Pasen
Handelingen van de Apostelen 1,15-17.20a.20c-26 en Johannes 17,11b-19, B-Jaar
VERKONDIGING
Leuke mensen moeten praten over God, zo zei een journaliste dat een paar jaar geleden in dagblad Trouw. Leuke mensen moeten praten over God … Met leuke mensen bedoelde zij mensen die onbevangen en aanstekelijk spreken over hun geloof. Zo nu en dan is het weldadig om van dat enthousiasme te mogen genieten.
Immers, hoe kun je ambassadeur zijn van een blijde boodschap als je treurt en afgeeft op mede gelovigen?
Ooit zei iemand mij: “Als ik naar Karel kijk, dan zie ik iemand die met het hoofd op de knieën, zit te somberen. Om vervolgens weg te sluipen en zich niet meer te laten zien.”
Niet bepaald het beeld van een ambassadeur van de Blijde Boodschap!
Nee, dan liever van die leuke, aanstekelijke mensen die, een beetje naïef misschien, met elkaar op pad gaan omdat zij warm worden van dat verhaal van Jezus van Nazareth.
Mensen die elkaar opzoeken, bezielde verbanden scheppen. Brood en Wijn met elkaar willen delen, omdat Gods verbond met ons gevierd mag worden.
Deze week hoorde ik iemand uit onze parochie enthousiast vertellen over een bijeenkomst die hij had bijgewoond. Daar was gesproken over de verschillende plaatsen van bezield verband, die wij als Norbertijnen, als vitale gemeenschap van religieuzen in de stad, hier in Tilburg Noord realiseren.
Het Ronde Tafelhuis, Peerke Donders Park en onze parochie:
Drie plaatsen waar kaarsjes mogen branden.
Drie plaatsen waar mensen zich kunnen buigen in gebed,
Drie plaatsen waar wij, soms aarzelend en stamelend God present willen stellen midden in onze weerbarstige wereld en proberen als leuke mensen ook om te gaan met mensen die het meest kwetsbaar zijn.
En dan ligt het hier vandaag levensgroot, op deze zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren: dat geweldig inspirerende boek; de Handelingen van de Apostelen, niet zomaar een verhaaltje of een krantenverslag.
Nee, dat indrukwekkende verslag waarin de ervaringen van die allereerste mannen en vrouwen die na de dood en verrijzenis van Jezus van Nazareth; de Messias, verder moesten leven met een groot gemis. Die geschrokken maar wat bij elkaar kropen, angstig en terneergeslagen, weinig kracht uitstralend naar de wereld om hen heen.
Het was niet bepaald een beeld van leuke, aanstekelijke mensen …
Tot er een ommekeer kwam en Petrus opstond. Hij spreekt de grote groep vrienden en vriendinnen van Jezus nieuwe moed in: “Wij waren met 12, uit alle volkeren van Israël één, God zond zijn zoon Jezus immers voor alle volken, voor de hele wereld! Één moest uit onze kring stappen, Judas moest doen wat was aangezegd; het is alleen aan God om zich over hem te buigen. Maar om verder te kunnen, moet onze kring weer compleet worden, niet omwille van onszelf, maar omdat Zijn dienstwerk verder moet in de wereld.”
En zij gingen in gebed, spraken met elkaar.
En zij vonden inspiratie en zij vonden Matthias …
Leuke, levenslustige mensen moeten het geweest zijn die allereerste christenen, sommigen zullen ze soms wel wat fanatiek hebben genoemd.
Want spannend zal het vast geweest zijn in die dagen, dienend in de wereld te staan en vuile handen durven maken!
Biddend vinden zij de inspiratie die zij nodig hebben heel dichtbij; in de afscheidswoorden van Jezus zelf: geen redevoering of wetenschappelijk college, maar een gebed. Jezus bidt voor zijn vrienden, recht uit het hart.
Zij moeten verder zonder Hem, in een wereld die hen niet vriendelijk gezind is.
“Bewaar hen voor het kwaad Vader”, bidt Jezus: “Hou hen bijeen, maak dat zij ervaren dat zij mensen van U zijn.”
Zouden het leuke, levenslustige mensen zijn geweest die eerste christenen? Was iedere ontmoeting, ieder samenzijn, een feest van herkenning, een feest omdat zij vierden dat Jezus in hun midden was?
Wat zouden zij doen in onze wereld, in onze tijd? Met een zee vol vluchtelingen, over de angst die in velen van ons leeft bij opkomend terroristisch geweld? Over ouders in Syrië en Eritrea, die alles op alles zetten om hun kinderen in veiligheid te brengen.
Jonge mensen, die nu wonen, hier vlakbij in onze wijk.
Zouden het spannende bijeenkomsten zijn geweest als zij met elkaar spraken over de manier waarop zij bidden …
Zullen ze het gedurfd hebben om met elkaar te praten over het leven na de dood?
Waar zou Jezus na de Hemelvaart gebleven zijn?
En wij, zien wij elkaar terug na onze dood?
Zie ik, zie jij jouw man, jouw vrouw, jouw kind terug bij God?
Durven wij te geloven in een leven hierna?
Zouden ze het gedurfd hebben om hun twijfel, hun onzekerheid met elkaar te delen?
Op deze zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren, staan we eens goed stil bij hun leven … Wat voor mensen zouden het zijn geweest, die eerste christenen?
Vast en zeker leuke, sprankelende mensen, die vurig en enthousiast zijn opgestaan uit hun somberheid om de schouders eronder zetten en aan de slag te gaan, vol van Geest!
Amen.
Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen

