Bidden

11 Januari 2015: Kolveniersgilde St. Dionysius Tilburg viert 350-jarig bestaan

Jesaja 55, 1-11 en Marcus 1, 7-11, B-Jaar

VERKONDIGING

Op deze jubileum dag wordt ons vandaag voorgehouden dat Jezus bij de Jordaan komt. Johannes is daar al, gekomen uit de woestijn, waar het leven onmogelijk lijkt en toch mogelijk wordt. Johannes is een boodschapper vol water en vuur. Water speelt in gelovig leven een voorname rol. Voor gelovigen in nagenoeg alle religies is water een oersymbool. Christenen kennen de bevrijdende kracht van het water. We horen hierover in de verhalen van Mozes die, in opdracht van God, zijn volk wegleidde uit een leven van onvrijheid door het water heen. Toen het volk door het water van de Rode Zee trok, bevond het zich in een vrij land.

Veertig jaar later trok het Joodse volk voor de tweede maal door water heen. Ditmaal vanuit de woestijn door het water van de Jordaan en het kwam aan de andere kant uit het water om in het door God beloofde land aan te komen. Sindsdien dopen Joden met water. En Johannes staat in die traditie. Vanuit de woestijn roept hij op om te keren. Hij roept ons op het oude bestaan achter ons te laten en door het water heen te gaan en te leven als vrije mensen naar het woord van God. Zo staat Johannes vandaag bij Jezus, die sterker is dan Johannes. Johannes doopt met water. Jezus wordt gedoopt met de heilige geest, hij wordt daarmee aangevuurd en op weg gezet.

Vandaag worden we opgeroepen om gedreven te zijn, elkaar in vuur en vlam te zetten om van die boodschap van Jezus te getuigen en ze ook waar te maken. En dat brengt ons bij de actualiteit van dit moment. We hebben in de afgelopen week dagen gekend van een nabije wereld in rep en roer omdat er met vuur werd gespeeld. De gebeurtenissen uit Parijs hebben ons met de neus op de feiten gedrukt: het is nooit af. We moeten blijven vechten omdat we geloven in toekomst en bevrijding. Bevrijding is dan ook een werkwoord. We rouwen om Parijs omdat het zo nadrukkelijk dichterbij komt, maar in landen als Nigeria en Syrie gebeurt jammer genoeg hetzelfde en eigenlijk in verhevigde mate, maar dat is verder weg en daar hebben we weinig of geen aandacht voor. Bevrijdend vuur van die we God of Allah noemen wordt misbruikt om onrust en angst te verspreiden, om waarheid geweld aan te doen, om mensen tegen elkaar op te zetten. Tolerantie wordt blijkbaar steeds moeilijker eigen gemaakt, terwijl het toch het vermogen is je te verplaatsen in de ander, het vermogen om te twijfelen, zelfs aan je eigen overtuigingen, de wil om te leren en het goede in de ander te zien. Respect is een houding, een stijl die daarvoor wezenlijk nodig is. En waar die ontbreekt, breekt de samenleving.

De opbouw van samenleven ligt ten grondslag aan het gilde wezen en dus ook aan de basis van het jubilerende gilde van St.Dionysius. En het mooie begon al bij de start: de oecumenische aanpak want het waren protestanten die sleutelposities mee innamen. En het gilde kent een historie met indrukwekkende feiten: de intocht van stadhouder Willem V; het bezoek van koning Lodewijk-Napoleon in 1809 waarbij stadsrechten werden verleend aan Tilburg; het ontvangen van koning Willem I en begrijpelijk zeker van Willem II.

Vanaf het begin behoorde het tot de taak van het gilde om de orde te handhaven en branden te voorkomen en bij uitbraak te bestrijden.
Een gilde met een historie van 350 jaar heeft zoals iedereen zal begrijpen heel wat veranderingen gekend. Maar bij al die veranderingen zijn tegelijkertijd heel wat wezenlijke elementen, pijlers van bestaan, overeind gebleven. Het gilde leverde een belangrijke bijdrage aan de gemeenschapszin en gemeenschapsopbouw van de plaatselijke samenleving. En daar waar die samenleving sterk religieus gekleurd was lag het voor de hand dat de verbondenheid met de lokale geloofsgemeenschap voortdurend zichtbaar en voelbaar was. Alleen al dezelfde patroonheilige kleurde die relatie en gaf inhoud aan het dagelijks leven van parochiegemeenschap en vereniging.

En de kern van het verhaal vormde het evangelie: goed nieuws dat bestemd was voor alle mensen. Het valt niet te ontkennen dat het in deze onze tijd allemaal niet zo geweldig gaat met allerlei aspecten van kerkelijk leven en haar wijze van organisatie. Van een stad vol religie, vol met kerken en kerkelijke organisaties, zien we het veranderen in een stad en regio waarin een bont gezelschap van gelovige gemeenschappen aanwezig is, maar wel een minderheid vormen, waarin het kerkelijk leven – in ieder geval van de traditionele bewegingen – nagenoeg helemaal verdwenen lijkt.

Bij de oprichting van het Dionysius gilde – zo weten de annalen te vertellen – golden als belangrijkste principes het bieden van bescherming aan de plaatselijke bevolking. Vaak moest dat letterlijk gebeuren, maar dat gold zeker ook figuurlijk: bescherming bieden, samenleven opbouwen legt een verantwoordelijkheid op de schouder en in de hand. Van de kerkelijke hierarchie in ons land wordt daarvoor jammer genoeg weinig ondersteuning gevoeld en ervaren, maar des te meer komt die uit de mond van de teamleider van de bisschoppen: Paus Franciscus. Hij houdt ons niet mis te verstane vragen voor: “Richt ik mij tot wie het moeilijk heeft of heb ik schrik om mijn handen vuil te maken? Sluit ik mij op in mijzelf, in mijn dingetjes, of merk ik op wie er nood heeft aan hulp? Dien ik enkel mezelf of kom ik ertoe om anderen te dienen. Kijk ik om wie rechtvaardigheid vraagt in de ogen of kijk ik de andere richting uit om niet in de ogen te moeten kijken”.

Het is een uitdaging om kritisch maar opbouwend te kijken en te beschouwen. Het is een uitdaging om het verleden te beoordelen. Het is een uitdaging om via het verleden te bouwen aan de toekomst.
Een jubileum van 3.5 eeuw is een mooi moment om stil te staan bij het rijke verleden maar dan vooral heden/vandaag met het oog op morgen. En zo luidt de boodschap van deze dag: ‘Wie door Jezus’ leven geraakt wordt, laat zich dopen met water en met geestkracht. En dat alles om te doen wat Jezus heeft gedaan: mensen die onvrij zijn hun vrijheid teruggeven; zieken helpen hun gezindheid te herwinnen; mensen die monddood zijn een stem geven in de kring waar groten bij elkaar zijn; mensen die doodgezwegen worden weer een plaats teruggeven in de gemeenschap.

Voor deze opdracht zijn we gedoopt en begeesterd. En vandaag worden we daar opnieuw aan herinnerd en opnieuw uitgenodigd hiervan werk te maken. De wereld staat in brand, haarden van onrecht moeten geblust worden, mag het water van onze doop in deze zin passend bluswater zijn en de oprichtingsgrondslag van het St.Dionysius gilde hernieuwd zicht op toekomst bieden.

Denis Hendrickx o.praem
Abt van Berne