Bidden

11 januari 2015: Doop van de Heer

Jesaja 55,1-11 en Marcus 1,7-11, B-Jaar

VERKONDIGING

Wat wordt ons vandaag verteld? Jezus komt bij de Jordaan. Johannes is daar al, gekomen uit de woestijn, waar het leven onmogelijk lijkt en toch mogelijk wordt. Johannes is een boodschapper vol water en vuur.
En water dat spreekt mensen aan. Als je op vakantie het kolkende water van bergstroompjes ziet en voelt, als je het verfrissende ervan ervaart, dan merk je de kracht van water. Zie op de TV bij een overstroming modderstromen over straten lopen die in hun vaart auto’s en huizen meenemen, dan zie je hoe krachtig water is. Tegenover die kracht en dat geweld van water voel je je als mens klein en nietig.

Maar die zichtbare – en soms vernietigende kracht – is niet enkel het kenmerk van water. Water is ook boeiend en aantrekkelijk als het niet zo krachtig en lawaaierig tot ons komt. Een poel of waterplas is rustgevend. Water voelt ook aangenaam aan als het ’s morgens de slaap verdrijft of ’s avonds het zweet en de vermoeidheid van de dag van ons afspoelt. Het is verkwikkend en verfrissend. Je knapt er van op en je wordt er een ander mens door. Het doet het oude vergeten en richt zich op wat er komen gaat.

Water speelt ook in ons gelovig leven een voorname rol. Voor gelovigen in nagenoeg alle religies is water een oersymbool. Christenen kennen de bevrijdende kracht van het water. We horen hierover in de verhalen van Mozes die, in opdracht van God, zijn volk wegleidde uit een leven in onvrijheid door het water heen. Toen het volk door het water van de Rode Zee trok, bevond het zich in een vrij land. Veertig jaar later trok het Joodse volk voor de tweede maal door water heen. Ditmaal vanuit de woestijn door het water van de Jordaan en het kwam aan de andere kant uit het water om in het door God beloofde land aan te komen.
Sindsdien dopen Joden met water. En Johannes staat in die traditie. Vanuit de woestijn roept hij op om te keren. Hij roept ons op het oude bestaan achter ons te laten en door het water heen te gaan en te leven als vrije mensen naar het Woord van God. Zo staat Johannes vandaag bij Jezus, die sterker is dan Johannes. Johannes doopt met water. Jezus wordt gedoopt met de heilige Geest, met het vuur van de liefde.

En naast stilstaan bij allerlei gedachten en gevoelens bij water mogen en moeten we vandaag ook stilstaan bij vuur, want dat fascineert mensen heel nadrukkelijk en bijzonder. Vuur heeft op mensen een grote aantrekkingskracht. Vuur kan oplaaien, alles in vuur en vlam zetten en verteren. Vuur kan zorgen voor gevechten op leven en dood. We geven niet voor niets de zware betekenis van vuurgevecht aan een strijd op leven en dood. We moesten het in de afgelopen dagen meer dan eens ervaren. Een wereld in rep en roer omdat er met vuur werd gespeeld. Bij verterend geweld van vuur voelt een mens zich klein en nietig.

Maar vuur trekt ook aan als het minder gewelddadig om zich heen grijpt. We zijn geroerd door de verscheidenheid welke de kerstverlichting ook dit jaar weer heeft gebracht. Vuur is belangrijk voor de bereiding van voedsel. En wat te denken van uitdrukkingen als vurige liefde: het mindermooie verdwijnt en het mooie komt over ons, van binnenuit.

Figuurlijk is vuur ook een indringende passie waarmee we vertellen. Wie gedreven kan vertellen zet zijn toehoorders in vuur en vlam. En eigenlijk hoorden we dat Johannes in het evangelie van vandaag nadrukkelijk vertellen. ‘Die sterker is dan ik, die vurig kan vertellen, komt na mij’. Wanneer Jezus uit het water opstijgt, daalt het liefdesvuur van God in de vorm van een duif op Jezus neer. Zouden we niet mogen stellen dat in het opstijgen uit het water en het neerdalen van de geestkracht aarde en hemel elkaar ontmoeten. Die ontmoeting vindt plaats in Jezus: “Jij bent mijn liefste zoon, in jou heb ik vrede”. Nu is Jezus helemaal voorbereid en klaar om gezonden te worden om het uitdagende levenswerk te beginnen: mensen bevrijden, zieken genezen, stem geven aan de stemlozen. Als een bevrijdend vuur trekt hij door stad en land. En het valt nauwelijks voor te stellen en zeker niet te rijmen dat in de naam van God of Allah angst wordt aangedaan en aangepraat, het kan toch niet dat vrijheden worden aangetast, onschuldigen slachtoffer worden. We rouwen om Parijs omdat het zo nadrukkelijk dichterbij komt, maar in Afrikaanse landen, in Nigeria, in Syrie gebeurt hetzelfde in veelal verhevigde mate. Bevrijdend vuur van die we God of Allah noemen wordt misbruikt om onrust en angst te verspreiden, om waarheid geweld aan te doen, om mensen tegen elkaar op te zetten.

Wie door Jezus’ leven geraakt wordt, zo luidt de boodschap van deze dag van Jezus doop, laat zich dopen met water en met geestkracht. En dat alles om te doen wat Jezus heeft gedaan: Mensen die onvrij zijn hun vrijheid teruggeven; zieken helpen hun gezindheid te herwinnen; mensen die monddood zijn een stem geven in de kring waar groten bij elkaar zijn; mensen die doodgezwegen worden weer een plaats terug geven in de gemeenschap.

Voor deze opdracht zijn we gedoopt en gezalfd. En vandaag worden we daar opnieuw aan herinnerd en opnieuw uitgenodigd hiervan werk te maken. De wereld staat in brand, haarden van onrecht moeten geblust worden, mag het water van onze doop in deze zin passend bluswater zijn.

Denis Hendrickx o.praem.
Abt van Berne