10 Mei 2015 6e Zondag van Pasen
Handelingen 10,25-26.34-35.44-48 en Johannes 15,9-17, B-Jaar
VERKONDIGING
Vriendinnen en vrienden van Jezus,
Het is niet echt een gewoonte om elkaar zo aan te spreken … maar toch is het goed om dat vandaag eens te doen. Jezus zelf doet het immers zo, als wij goed luisteren naar de woorden uit het Johannesevangelie.
Jezus zelf zegt: Jullie zijn mijn vrienden! “Geen dienstknechten, maar vrienden noem ik jullie.”
Nu hebben wij mensen heel verschillende beelden bij het begrip Vrienden … Je kunt Vriend worden van een vereniging, van een museum, zelfs van Amstel Live, van de dierentuin en fietsende vakantiegangers kunnen zelfs onderdak vinden bij ‘Vrienden van de fiets’.
Het woord vrienden wordt dan misschien wel heel gemakkelijk gebruikt.
Anderen gaan wat strikter om met dat woord Vriend … Het woord Vrienden gebruik je als mensen zich écht willen engageren met een overtuiging, met een instelling die wij als ‘goed’ en ‘waardevol’ zouden benoemen.
Een mooi voorbeeld daarvan zijn de Vrienden van Prémontré die zich heel nadrukkelijk hebben verbonden met de norbertijnse gemeenschap hier in Tilburg Noord.
En weer een dieptelaag verder kennen wij de persoonlijke vriendschap, mensen die jij vrienden of vriendinnen durft te noemen, mannen of vrouwen bij wie je je thuis kunt voelen, aan wie je jezelf durft toe te vertrouwen en die trouw blijven, in alle omstandigheden.
Mensen hebben behoefte aan vriendschap, aan verbondenheid met een ander.
Toon Hermans dichtte het op een manier die veel mensen aanspreekt:
Je hebt iemand nodig, stil en oprecht,
die als het erop aan komt, voor je bidt en voor je vecht,
pas als die iemand, met je lacht en met je grient,
dan pas kun je zeggen: ik heb een vriend!
Hier gaat het om vrienden, mensen die er zijn voor jou, ook al heb je ze jaren niet gezien, je voelt en weet dat je thuis bent, bij iedere nieuwe ontmoeting.
Vandaag horen wij in de eerste lezing een heel klein gedeelte uit een hoofdstuk uit de Handelingen van de Apostelen, getuigenissen van mensen die in Jezus van Nazareth Gods liefde hebben zien stralen.
Meer en meer beseffen zij dat het hele leven van Jezus daarom draaide: Liefde … Nu kan liefde, net als vriendschap al snel een woord worden dat voor van alles wordt misbruikt.
Maar hier gaat het om een werkelijkheid die het leven van mensen finaal op de kop kan zetten …
Een prachtig verhaal waarin ons wordt verteld hoe de apostel Petrus, in de jaren 60 van onze jaartelling rondreist. Door zijn prediking en leefstijl laat hij zien hoe God oog heeft voor mensen
die wonderen voor elkaar willen doen, die Gods liefde in de wereld willen laten zien.
Nadat hij het joodse meisje Tabita heeft bezocht en met een enkel woord tot leven gewekt, wordt Petrus geroepen bij Cornelius, een romeinse honderdman. Net als de eenvoudige Tabita, had ook Cornelius een goede naam … Hij leefde volgens Gods plan, deed veel aan goede werken en liefdadigheid, en wist wat bidden was…
Toch was er in de ogen van de mensen een probleem met deze Cornelius … de man was Italiaan, en geen jood. En onder die allereerste volgelingen van Jezus werd een strijd gevoerd:
Kon het eigenlijk wel dat iemand die niet joods was, volgeling van Jezus werd genoemd?
Op weg naar Cornelius kreeg Petrus een visioen … dat een doorbraak in zijn leven betekent:
Petrus ziet in dat God niet de God van één volk is, maar alle grenzen overstijgt. Meer en meer wordt in het leven van Petrus het woord Liefde synoniem aan God: Alle leven en samenleven van mensen is kansloos als wij niet gedragen worden door de overtuiging, dat Gods ons zijn liefde aanbiedt, iedere dag weer.
Het moet wel haast dit visioen zijn geweest dat Petrus voor ogen kwam toen Cornelius hem uitnodigde om aan zijn tafel plaats te nemen en hem alles te vertellen wat Jezus hen had opgedragen.
En Petrus vertelde, en vertelde … over het hele leven van Jezus: Dat moet wel een man van God zijn!
En deze Jezus, zo vertelt Johannes ons, biedt ons zijn vriendschap aan, een wereld te winnen!
Niet zomaar, maar ‘opdat wij gelukkig mogen worden’!
Dát is pas de wens van een échte vriend … Voor die vriendschap geeft Jezus ons een simpele handreikingen: ‘Heb elkaar lief’.
Heb elkaar lief, opdat je gelukkig zult zijn! Kennen wij niet allemaal de warme vreugde als een geliefde tegen ons zegt: “Ik heb je lief”
Als een kind of kleinkind tegen ons zegt: “Ik vind jou zo lief”!
Woorden die op deze moederdag veel zullen klinken, maar wat een pijn en gemis als dat plotseling niet meer kan, als de dood een gat heeft geslagen, als misverstanden en miscommunicatie afstand scheppen.
Maar waar het klinkt zijn het woorden die een belofte inhouden, een belofte van liefde, een belofte van onvoorwaardelijke overgave. Zo biedt ook God ons zijn liefde aan, een belofte die geldt voor ieder mens, voor ieder volk, hoe en waar dan ook.
En dan de hartewens van Jezus: dat mensen het hart openen en een verblijfplaats van Gods liefde worden.
Goed doen aan elkaar, ruimte geven aan elkaar.
Leven als mensen die geraakt willen worden voor Gods woord, het hart willen openen voor Gods adem, voor Gods aanraking:
Mensen zijn die met liefde Jezus’ vrienden genoemd willen worden.
Kan het nog mooier worden?
Amen.
Thea van Blitterswijk
Participant Norbertijnen

