Bidden

03-05-2015 (B) 5e Zondag van Pasen

3 mei 2015: 5e  Zondag van Pasen

Handelingen 9,26-31 en Johannes 15,1-8, B-Jaar

Goede zusters en broeders,

Eerste zondag in de meimaand. Het is – vind  ik – allemaal iets te veel. Er komt zoveel op je af.
Meimaand, Mariamaand, naar Den Bosch, naar Scherpenheuvel.

Zondag tussen Pasen en Pinksteren: We moeten bidden om het komen van de Geest.

Zondag van de arbeid: We moeten danken voor arbeid en solidair zijn met hen, die werkeloos, zonder arbeid zijn.

Zondag van de Oosterse kerken: We moeten proberen muren af te breken, tussen Christenen van het westen en het oosten.

Ik vond het te veel. En ik dacht: Ik kijk goed naar de Bijbelgedeelten en de liturgische teksten van deze zondag en probeer daar voor mijzelf en eventueel voor U een boodschap, of een aansporing te vinden.

Lezende, nadenkende en biddende ben ik tot een 3-gangen menu gekomen.
Een voorgerecht over het soms moeilijke en pittige leven in de gemeente van de Heer.
Een heerlijk hoofdgerecht: aandacht voor een mooie en goede vrouw: het Joodse meisje Mirjam of wel Maria de moeder van Jezus.
En het nagerecht is een kort preekje van Jezus na een wandeling door een prachtige wijngaard.

Het voorgerecht:
De gemeente van Jezus of wel de wereld waarin we leven, en waarin mijn boodschap moet klinken. Ook na Pasen is het soms kommer en kwel. Volgelingen van Jezus blijven twijfelen. Volgelingen van Jezus vertrouwen de bekeerde Paulus niet. Ook wij kennen het wantrouwen in onze wereld.
Ook in onze wereld wordt er gemoord, ook nu zelfs vanwege geloof in Christus. Ook nu verdrinken mensen in zee. Hun noodgeroep wordt niet gehoord.
Ook nu zijn  mensen angstig omdat de kanker hen slechts twee maanden gunt. En toch zegt de Schift ons: “In zo’n wereld bewerkt God vrede, komt er vertrouwen in Zijn zorg en wil Hij vertroosting brengen.” Dat wordt ons aangeboden in het menu: God is er en biedt ons en biedt de wereld: Vrede, Vertrouwen en Vertroosting.

En ik hoop zo van harte dat deze boodschap ons bereikt en dat wij vol dankbaarheid kunnen zeggen: Dit smaakt! In een wereld vol tranen en pijn zeggen christenen: Gods boodschap smaakt, heel lekker.

En dan het hoofdgerecht:
Een ontmoeting met een mooie, een lieve vrouw. Een meisje uit Nazareth. Ze heet Maria. In een soms wat strenge en dominerende mannenwereld is Maria een verademing. Waarom: haar schoonheid als vrouw. Haar karakter: overtuigd, dat God haar het leven schenkt, dat God, de God van Abraham, Isaac en Jacob voor haar zorgt. Dat God haar uitnodigt om reisgezellin te zijn in de verlossingstocht van haar Zoon. Trots, dat Jezus op zijn kruis tegen Johannes en ons allen heeft gezegd: zie daar: Uw moeder. En christenen, en dus ook wij, begrijpen dat, voelen dat. Alle mensen uit Den Bosch, gelovig of niet, gaan nooit aan de St.Jan voorbij zonder haar te groeten.
Mensen gaan haar bezoeken in Scherpenheuvel, Meersel Dreef, Den Bosch en andere plaatsen. En thuis – zo ben ik ook opgevoed – krijgt ze een kaarsje of een bloemetje. En deze tweede gang van het menu geeft ons, als we er open voor willen staan: trekken van haar karakter. Vertrouwen op Gods zorg voor ons. Trouw en geduld om met woord en daad deze wereld te verlossen. Om blije en optimistische kinderen te worden van die ene Vader van alle mensenkinderen.

En als ik mijn persoonlijke gevoelens mag vermelden. Mijn kinderlijke liefde en mijn vertrouwen op Maria is nooit veranderd of verminderd. En ik hoop nu een beetje, dat Maria, als hoofdgerecht U ook een beetje bevalt.

En dan als toetje: een korte preek van Jezus.
Bewonderend en genietend was hij door de velden van Israël getrokken en stond stil voor een wijngaard en keek naar een wijnstok. Jongens, kijk eens hier: Wat prachtig. Die stam met zijn groene takken en zijn zware trossen. Hier is een goede wijnboer bezig. Hij heeft gesnoeid en gekrent en de grond is vruchtbaar, het levenssap gaat tot in de druiven. Kijk goed. Zo is het met ons. Vader God is de wijnbrouwer. Hij zaagt en snoeit, en dat doet soms pijn, maar het moet. En wij zijn ranken, verbonden met elkaar en met de stam maken we het goed.
Maar los van elkaar, vallen we als verscheurde takken op de grond en sterven af. Los van mij en los van elkaar kunt gij niets.

Boodschap van het nagerecht. Als bij de wijnstok en de ranken verbonden met elkaar en met de Heer brengt gij rijke vruchten voort.

En het einde van Jezus’ preekje: zo zult gij mijn leerlingen zijn.
De onderlinge liefde zal dus Uw kenmerk zijn.
Amen.

Wim Manders o.praem