26 november 2017: Christus Koning
Ezechiël 34,11-12.15-17 en Matteüs 25,31-46, A-Jaar
VERKONDIGING
Goede zusters en broeders,
Het is bekend! Oude mensen halen graag ervaringen van vroeger op en zij luisteren graag naar verhalen van toen. Vergeef me. Vandaag op Christus Koning denk ik aan mijn geboortedorp, vroeger. Op de Frankische driehoek, waar de middeleeuwse dorpskerk had gestaan, werd een H. Hartbeeld opgericht. De plek heette voortaan: het H. Hartplein. Iedereen vond dat mooi! Maar er ontbrak iets. Het beeld verdiende een kroon. Parochianen brachten geld bijeen. De kroon kwam er en werd – vlak voor de 2e Wereldoorlog – geplaatst. Een geweldige plechtigheid. Ik mocht misdienaar zijn. Een feestelijke tocht – met harmonie en gilde – van de kerk naar het plein. Jezus werd gekroond. En wij zongen hard en enthousiast: Aan U, o Koning der Eeuwen.
Dat waren Andere Tijden. Vandaag de dag zou zoiets niet meer gebeuren. En ik ben ervan overtuigd, dat Jezus het ook niet leuk zou vinden.
Ben jij koning, vroeg Pontius Pilatus? Ja hoor, maar niet zoals jij denkt. Koning van een totaal andere orde. De lezingen uit de H. Schrift laten ons met een heel andere Christus kennismaken.
De profeet Ezechiël geeft een tekening van God (en Jezus is als God). Een eenvoudige herder (zonder kroon). Een herder die op ontroerende wijze met zijn schapen omgaat. De herder zorgt dat er voldoende weide is. Het vermiste of verdwaalde schaap wordt niet bestraft, maar op de schouder van de herder teruggebracht. Het zieke of gewonde schaap krijgt weer kracht. En hij zorgt dat er harmonie is tussen elkaar.
Wat prachtig. Zo is Jezus, zoon van God. Deze God, deze herder moeten wij verkondigen. Deze God is koning op een andere wijze. En hij hoopt dat wij nadoen, wat hij ons voordoet. Dan wordt ons gedrag Koninklijk. Koninklijk naar de wijze van Jezus. Voor elkaar: leven bereiden. Verdwaalden niet veroordelen, maar erbij betrekken. Zieken en gewonden helpen. En zorgen, dat er recht wordt gedaan.
Een H. Hartbeeld, met een kroon. Het mag! Maar de wereld van vandaag heeft behoefte aan de Herder, die Ezechiël ons voorhoudt. En hij is niet alleen om naar op te zien. Het inspireert ons tot nadoen. Wat een eer. We mogen Hem nadoen.
Dan het evangelie. Dat maakt de zaak nog mooier, nog duidelijker. De koning die als een herder zijn kudde, zijn volgelingen bekijkt. De woorden blijven prachtig: Ik had honger, en jij was er. Ik was ziek, en jij was er. Ik was een vreemdeling, en jij ontving mij hartelijk. En wanneer dan wel? Misschien zeggen ook wij: ik kan het mij niet herinneren. Maar let op het slot van het verhaal! Wat gij, wat jullie voor de geringsten van mijn broeders hebt gedaan, dat deed je voor mij.
Dat was koninklijk gedrag. Van Jezus met een gouden kroon op het hoofd, maar Jezus als een kleine, eenvoudige herder die zorgt voor zijn schapen, en ze op de schouder tilt.
Hem zo kennen, zo van Hem houden, dat maakt ons tot herders van Christus Koning! En als je nog meer wilt dan vieren: doe het na. Het maakt je koninklijk – naar de wijze van Jezus.
Amen.
Wim Manders o.praem

