Preek op het Hoogfeest van de H. Augustinus

Vrijdag 28 augustus 2020 (jaar A)
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.
Lezingen: Handelingen 4,31-35, Johannes 15,12-17

We mochten zojuist woorden beluisteren van de evangelist Johannes. Een evangelieverhaal waar sprake is van nogal wat verwarring. Na de dood van Jezus waren velen ontredderd. Naarmate de inspiratie en de geestkracht van Jezus hen in bezit nam, kregen ze moed. Want datgene wat Jezus had gedaan en opgebouwd, mocht met zijn dood niet verdwijnen. Hij heeft laten zien hoe we Gods wet: God liefhebben en de naasten als jezelf, kunnen beleven. Hierdoor geïnspireerd vormen de eerste christenen één gemeenschap. Geestelijk en materieel delen ze alles samen. ‘één van hart en ziel ‘ en niemand noemde zijn bezit eigendom. In de gemeenschap krijgt iedereen wat men nodig heeft. En er is respect voor elkaar. Dat wil niet zeggen dat iedereen hetzelfde krijgt.

Aan de apostelen de taak de droom van Jezus levend te houden. En daarnaast de materiële goederen te verdelen. Dat is een zware taak. En als ik dan de tekst van de Handelingen lees, bekruipt me het gevoel van een onhaalbaar ideaal. Het lijkt wel een paradijs. Is dit vol te houden ? Waarom heeft Lucas ons de beschrijving van de ideale gemeenschap van de eerste christenen nagelaten ? Lucas had als ideaal voor ogen, een zodanige onderlinge solidariteit dat er geen noodlijdende is. Wil Lucas ons dit ideaal niet voorhouden als opdracht voor vandaag ? Want waar samen wordt gedeeld naar geest en lichaam, is er vreugde.

Van Augustinus zijn veel uitspraken en geschriften bekend waarvoor de woorden van Johannes en Lucas het fundament vormden. De zusters en broeders die in de beste harmonie samenleven zijn voor hem de religieuzen die – door hun leven in een gemeenschap waar alles gedeeld wordt – een aanstekelijk voorbeeld zijn van hoe God zelf wil dat mensen samenleven. ‘Eén van hart en één van ziel op weg naar God’, is een belangrijk citaat uit de regel waarop wij onze professie doen. Een-zijn/ eenheid is niet iets oppervlakkigs. Zolang er meningen zijn, zullen er ook meningsverschillen zijn. En dit is goed een noodzakelijk, want elke mens heeft zijn of haar eigen visie, inzicht en ervaring. Meningsverschillen op een verstandige wijze tegenover elkaar stellen, kunnen ons na verloop van tijd dichter bij elkaar brengen. Hart en ziel zijn evenwel belangrijker dan visies, overtuigingen en meningen. Hart en ziel verwijzen naar de kern van ons leven , daar waar God ons zelf raakt, scheppend en liefhebbend.

Om één van hart en één van ziel te zijn , moeten wij geloven en weten dat de andere mens, wie hij of zij ook is, een hart en een ziel heeft. En juist hier wringt het zo blijkt telkens weer. Wij mensen zijn zo gemakkelijk geneigd anderen te herleiden tot hun overtuigingen, hun meningen, de religieuze leer of de spiritualiteit die zij aanhangen. En zijn we daar niet allemaal schuldig aan. Ons eigen leven, onze eigen gemeenschap vormt daarop geen uitzondering. Vruchtbaar en verstandig omgaan met meningsverschillen het vereist dat wij de anderen en onszelf beschouwen als broeders en/of zusters, met een hart en met een ziel; als dragers van Gods aanwezigheid. Daarom is het onmogelijk om God lief te hebben, zonder onze naasten lief te hebben.

Vandaag Gilbert zet jij een vervolgstap op datgene wat twee jaar geleden aan de vooravond van 28 augustus werd begonnen. Je hebt een bijzondere tocht afgelegd en bent een echte Europeaan geworden. Als geboren Pool ben je via Duitsland en Oostenrijk naar Nederland gekomen. Drie jaar geleden ontstonden de eerste contacten. Het Oostenrijkse Norbertijnse leven werd ingewisseld voor een andere abdij hier in Nederland, in Berne in het Brabantse land. En ik weet dat het niet eenvoudig is geweest en soms nog steeds wel eens vragen oproept. De religieuze, culturele en maatschappelijke verschillen maakten het niet altijd gemakkelijk om hier te aarden en wortel te schieten. En het persoonlijke temperament speelt daarbij natuurlijk ook altijd een rol. ‘Eén van hart en één van ziel ‘was en is ook jouw ideaal maar de dagelijkse praktijk van samenleven doet je voelbaar ervaren dat het niet altijd even gemakkelijk gezegd , laat staan gedaan kan worden. En vandaag laat je weten dat de opgedane ervaring, door groei en met Gods hulp je inzicht en kracht heeft gegeven om een volgende stap te zetten. Je hebt een sterker thuisgevoel gekregen en bent de belangrijke elementen voor gemeenschapsleven op het spoor gekomen: goedheid, geduld, barmhartigheid en verdraagzaamheid. Je voelde je soms alleen en de aanvankelijke taalachterstand zorgde – zeker niet altijd onbegrijpelijk – voor wat achterdocht. Maar je zette ook stappen zoekend naar hechte solidariteit, wederzijdse welwillendheid en het elkaar onderling als broeders bijstaan. Jouw culturele en religieuze wortels maakten het niet altijd gemakkelijk om de sfeer van Berne een plaats te geven in het dagelijks leven. Verbreding met participanten was volkomen nieuw voor je en een hanteren van eigen liturgische regels was voor jou aanvankelijk maar moeilijk acceptabel. Liturgie is overigens al vrij snel een onderwerp waar de emoties hoog bij kunnen oplopen.

‘Eén van hart en één van ziel’ vormt volgens mij de grootste uitdaging voor ons gemeenschapsleven want als we eerlijk zijn – en dat willen we toch – dan moeten we bekennen dat het verre van eenvoudig is om de uitdaging van de eerste christengemeente, de uitdaging van het voorbeeld van Augustinus, anno 2020 inhoud en vorm te geven. Kijkend in de spiegel van dagelijks leven laat ons gebrokenheid zien van onderlinge relaties, van wantrouwen, van afbakening als een zekere wapening tegenover elkaar. In ons dagelijks leven, in de hitte van de dag wordt het duidelijk dat onze liefdesband in gemeenschapsopbouw heel wat van ons vraagt.

Jouw stap vandaag – Gilbert – mag en moet voor ons allemaal een extra stimulans zijn om het waar te maken en dichterbij te brengen: ‘één van hart en één van ziel’, samen op weg om zo het evangelie te volgen.