Preek op het Hoogfeest van Allerheiligen

Zondag 1 november 2020, jaar A
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.
Lezingen: Openbaring 7,2-4.9-14; 1 Johannes 3,1-3; Matteüs 5,1-12a

We mochten zo juist woorden beluisteren uit het 5e hoofdstuk van het Matteüs-evangelie. Hier wordt in beeld gebracht hoe veel mensen Jezus volgen. Bij het zien van die vele mensen klimt Jezus de berg op. Geen betere plek voor Jezus om zijn ‘Bergrede’ te houden. Als een tweede Mozes gaat Hij vanaf een berg de mensen uitleggen wat hij in de Tora gelezen heeft. Hij heeft daar gelezen dat God de mensen zal troosten die arm zijn. Dat God de mensen die honger hebben zal verzadigen. Dat God met mensen die lijden, medelijden zal hebben. Dat God al degenen die zich inzetten voor vrede als Zijn eigen kinderen zal beschouwen. En dat God al degenen zal belonen die uitgescholden en vervolgd worden omdat ze te kennen geven dat ze bij Hem in de leer zijn.

Ja, wat klinken die woorden mooi, maar de dagelijkse praktijk laat zo anders zien. De hele geschiedenis door strijden mensen met elkaar. Hebben de vredestichters dan helemaal geen succes? En wat te denken van het feit dat twee derde van de wereld niet voldoende voedsel heeft, en nu is het nog precies hetzelfde. Juist in deze dagen worden we geconfronteerd met dreigende hongersnood in Afrikaanse landen. En dan hebben we het nog niet over het wederom bedreigende Covid-19 virus. Het klinkt zo gemakkelijk, zalig de treurenden want zij zullen getroost worden. De Schriftwoorden van vandaag kunnen gemakkelijk en snel verkeerd worden verstaan. Het lijkt me immers dat het beslist niet de bedoeling van God is dat hij buiten de mensen om zal ingrijpen in dit soort wantoestanden. Nee, Jezus maakt ons met zijn Bergrede duidelijk dat wij als mensen zelf die wantoestanden dienen aan te pakken. En Johannes in zijn Apocalyps, die al begint met de dringende oproep: ‘breng geen schade toe aan land, zee en bomen’, laat ons vervolgens als toehoorders al genieten van hoe al diegenen die metterdaad opkomen voor het heil en het geluk van anderen, er in Gods ogen uitzien: God ziet ze als gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand staande voor Zijn troon en de troon van Jezus die zijn leven gaf voor de wereld.

Wat zijn dat toch eigenlijk prachtige beelden voor mensen die heil en geluk proberen te bevorderen in een wereld waar vaak zoveel wantoestanden zijn. Ja zeker, het heil komt van God, zo laat de Apocalyps ons weten, maar je hebt een verkeerd beeld van God als je zou denken dat Hij er dan in Zijn eentje wel voor zal zorgen. Nee, zo niet. God heeft immers geen andere handen dan die van u en mij. Sinds het moment dat we gedoopt zijn proberen we toch voortdurend met vallen en opstaan in het voetspoor van Jezus te treden. We doen dat door samen te komen in onze gebedsplaatsen, maar als er daarna buiten die muren met die woorden weinig of niets gedaan wordt, dan kun je moeilijk zeggen dat God verheerlijkt wordt. Als je er daarna ook werkelijk iets mee doet, er werk van maakt, word je tot de heiligen gerekend. Een aantal van dit soort mensen hebben een speciale erkenning gekregen. Mensen die anderen groter maakten en zichzelf kleiner, mensen die in donkere tijden licht hebben uitgestraald. Mensen die de Bergrede van Matteüs een beetje dichterbij hebben gebracht. Zij hebben armen bijgestaan. Ze hebben vrede gesticht en ze zijn barmhartig geweest. Ze waren hongerig en dorstig naar gerechtigheid en ze werden soms vervolgd omdat ze die keuze maakten. Al die heiligen, al of niet door de kerk heilig verklaard, gedenken we vandaag.

Allerheiligen vieren is in voetsporen treden, Gods werkruimte mee inrichten, er niet op uit zijn om zelf in het licht te staan, maar vooral daar waar het donker is, zelf het licht proberen te zijn voor anderen. Gods werkruimte krijgt vorm waar de één de ander er bovenop helpt. Allerheiligen, het is een schitterend feest dat om heiligen gaat, om heel makende mensen. En natuurlijk is het dan verstandig en goed om naar mensen uit het verleden te kijken die hierin voor ons een voorbeeld kunnen zijn. En natuurlijk is het ook vreselijk waardevol als er ons over die heel makende, heilige mensen van vroeger verteld wordt. En natuurlijk is het helemaal geweldig wanneer dat dan ook nog eens gebeurt door mensen die goed hun woordje kunnen doen… maar moge dat alles er dan alstublieft aan bijdragen dat wij in de toekomst dat woord dan ook werkelijk gaan doen. Laten we vanuit deze gedachte de wens uitspreken dat het ook over vele jaren nog Allerheiligen zal kunnen zijn.