Preek op het Feest van de Heilige Familie

Zondag 27 december 2020, jaar B
Door: prior Frank van Roermund o.praem.
Lezingen: Genesis 15,1-6;21,1-3; Hebreeën 11,8.11-12.17-19; Lucas 2,22-40

Wijsheid komt met de jaren. Het is ontroerend als generaties elkaar ontmoeten en in de ogen kijken. Zo gebeurt het met Maria en Jozef: zij gaan met het Kind Jezus naar de tempel om Hem aan God op te dragen en ontmoeten daar de hoogbejaarde Simeon en Hanna. Twee mensen door het leven getekend, twee mensen ook die zich niet meer hoeven te bewijzen. Hun leven en hun ouderdom spreken voor zich. Alles hebben ze al eens gezien, maar ze zijn nog vol verwachting: zij staan open voor het onverwachte.

Zo gebeurt het, dat ze in verrukking raken als ze het Kind Jezus zien. Zijn aanwezigheid doet hen opleven, laat toekomst gloren: zij zien in het Kind de langgekoesterde Messiaanse belofte in vervulling gaan. Simeon spreekt profetische woorden over Jezus. En Maria en Jozef staan verbaast over wat over Hem gezegd wordt. Simeon spreekt vervolgens ook zeer verontrústende woorden… Je zou verwachten, dat Maria en Jozef hem daarop zouden vragen wat dat alles te betekenen had. Maar niets van dat alles. Geen vragen, geen ongerustheid over wat hen nu te doen staat.

En even later spreekt ook Hanna de profetes grote woorden over Jezus. En dan staat er heel ‘droogjes’: “Toen zij, Maria en Jozef, alle voorschriften van de Wet des Heren vervuld hadden keerden zij naar Galilea, naar hun stad Nazaret terug.” Opnieuw: geen vragen, geen aandringen op nadere instructies voor hen als ouders… Nee, zij keren gewoon terug naar dat onooglijke gat in Galilea, terug naar Nazaret, terug naar de anonimiteit…

Voor mij spreekt uit dit alles een enórm godsvertrouwen, een enorme bescheidenheid waar het hun eigen inzicht en invloed aangaat. Maria en Jozef doen wat hun te doen staat als rechtgeaarde, gelovige Joden, en vertrouwen de toekomst toe aan God.

Precies zo reageerde Maria al eerder, toen de engel Gabriel haar de geboorte van Jezus had aangekondigd: “Zie de dienstmaags des Heren, Mij geschiede naar uw woord”.

Dit alles nu staat – laten we eerlijk zijn – vaak in schril contrast met ónze houding in het leven… Wij geloven maar ál te vaak in de illusie van de maakbaarheid van onze eigen toekomst. Dat wij alles zélf in de hand hebben. Dat wijzélf volledige controle hebben over ons leven. Een illusie, zo blijkt voor ontelbaar velen dezer dagen, in deze heftige en trieste coronatijd…

Van Simeon en Hanna mogen wij leren, dat wij – ondanks tegenslagen – moeten durven openstaan voor het onverwachte. Dat wij mogen leven vanuit de hoop op bevrijding van wat ons gevangen houdt, vanuit de hoop op betere tijden…

Van Maria en Jozef mogen wij leren, dat uiteindelijk niet wijzélf, maar Gód de uiteindelijke regie over onze toekomst in handen heeft, en dat wij ons in geloof en vertrouwen aan Hem mogen overgeven.