Preek op de 5e Zondag van Pasen

Zondag 2 mei 2021, jaar B
Door: Joost Jansen o.praem.
Lezingen: Handelingen 9,26-31; 1 Johannes 3,18-24; Johannes 15,1-8

Deze week was er veel aan de hand in ons land. Met Koningsdag vieren we niet alleen koning Willem-Alexander en zijn gezin, we vieren tevens dat we als Nederlanders één volk behoren te zijn. Behoren te zijn, want dit is nog steeds het streven ook al laat de politiek deze week zien dat dit volk bijna onbestuurbaar is. In alle tijden, onder allerlei omstandigheden, zijn mensen bezig met pogingen om structuur te geven aan hun gemeenschappen, mogelijkheden zoeken om met elkaar op te trekken, elkaar tot steun te zijn. Ze gebruiken daarvoor beelden: een bijenkorf, of een visnet, of – zoals vandaag – een wijnstok. Beelden die niet de hele werkelijkheid bevatten maar wel wijzen op belangrijke aspecten: bij elkaar zijn, verbonden zijn, één sapstroom waardoor als die twijgen en later de druiven tot vrucht kunnen komen. En die sapstroom heeft één oorsprong: God, de Vader van Jezus. Eigenlijk is Jezus, zegt Hij, zelf de wijnstok en wij behoren als ranken met Hem verbonden te zijn. Hoe mooi is dit alles! Ik ervaar het zo niet. ‘Misschien soms even’, zoals Oosterhuis dicht. Ik zie dat mensen, goede mensen, buitengesloten worden: in de eerste lezing hebben we gehoord dat de gepassioneerde Paulus niet in de geloofsgemeenschap wordt toegelaten, dat ze hem zelfs naar het leven staan. En in het evangelie word ik gewaarschuwd dat er veel wildgroei is, er moet gesnoeid worden, veel gesnoeid. Leven in gemeenschap is geen kleinigheid, daarvan kunnen we hier in onze abdij ook van getuigen. Soms moet je tong wat gesnoeid worden, of je stekels, of je blik. Het gaat niet om amputaties, het gaat om wat bijwerken zodat het geheel vruchtbaar blijft en er druiven in overvloed komen. Jezus heeft het elders over dertig- zestig-, honderdvoud. Dat blijft het perspectief.

Hoe word ik, hoe worden wij de goede richting in geholpen? Ligt er juist niet bij religieuze gemeenschappen een grotere verantwoordelijkheid op dit terrein? We geven ons tenslotte bij onze religieuze professie aan de kerk van Berne, een abdijgemeenschap. Niet voor niets dat de Vereniging voor Oecumene die ook bouwt aan het overbruggen van tegenstellingen en het verzoenen van kerken, vandaag de ultieme stichter van het religieuze leven centraal stelt, de heilige Antonius (derde/vierde eeuw). ‘Van het varken’ heeft hij als bijnaam, om hem te onderscheiden van de heilige Antonius, volgeling van Franciscus in de dertiende eeuw. Antonius verlaat zijn welvarend milieu en trekt zich terug in de woestijn, hij krijgt volgelingen, de heilige Athanasius beschrijft zijn leven en dit boekje verspreidt zich dankzij een christenvervolging over heel Europa. Het religieuze leven is gestart. En het avontuur van leven in gemeenschap. Tot op de dag van vandaag.

En Jezus blijft ons maar toespreken dat het gaat om de ene wijnstok, die Hijzelf is en wij mogen de ranken zijn. Ranken die wanneer ze de sapstroom niet meer toelaten, afsterven, geen druiven dragen. Ik beluister dat het dus niet gaat om een statische wijnstok te zijn maar om goede en mooie druiven voort te brengen. Ook het snoeien is niet om zomaar negatief te doen, maar om – zoals we dat vandaag zeggen – te ‘optimaliseren’. En die sapstroom – knip maar eens in een twijg en je ziet hoe sterk die is – die sapstroom wordt gevoed door het reguliere gebed samen, door het leven samen, door de vergeving samen, door de verzoening samen. Niet voor niets dat de aandacht voor de oecumene aan deze zondag wordt gekoppeld, of die oecumene nu is tussen verschillende soorten christenen van Oost en West, of die andere oecumene van het religieus samenleven. Van Antonius wordt door de heilige Athanasius verteld dat hij zich steeds liet leiden door een korte zin uit het Evangelie, steeds een andere zin die hem op dat moment gegeven werd. Duidelijk voorbeeld hoe hij aangesloten bleef op de sapstroom van de wijnstok. Verlaat je ouderlijk huis. Schenk alles weg, dus deel wat je hebt. Leef met je broeders (en zusters voegen wij er maar aan toe). Zo eenvoudig kan religieus samenleven zijn, in de kern. Dat avontuur is nog steeds gaande, ook hier. Niet als doel in zich, maar als parabel van samenleven, met het oog op onze grotere samenleving. Laat het sap van de wijnstok maar stromen in onze aderen. Dan blijft ons hart gericht en verbonden met de ene wijnstok.