Preek op de 5e Zondag van de Veertigdagentijd

Zondag 29 maart 2020, jaar A
Door: Peter Damen o.praem.
Lezingen: Ezechiël 37,12-14, Romeinen 8,8-11; Johannes 11,1-45

Als Jezus aankomt in Bethanië ligt Lazarus al vier dagen in het graf. Het volksgeloof nam aan, dat iemand nog vier dagen na de dood rondwaart. Dit is dan de vierde dag: Lazarus is dus echt dood met alles wat daarbij hoort. Er is rouw om hem, zwaar verdriet om zijn heengaan. Jezus huivert, wanneer Hij bij het graf van Zijn vriend staat… oog in oog met de dood.

Ziet Hij – staande voor het graf – hoe mensen elkaar bewust de dood aandoen, en dan ook nog soms in naam van God? Komen Hem voor ogen al die miljoenen kinderen die de hongerdood sterven omdat wij er maar niet in slagen de rijkdommen van de aarde goed te verdelen? Denkt Jezus aan de duizenden die omkomen in verkeer ten gevolge van haast en gewichtigdoenerij? Wordt Jezus innerlijk geraakt bij het zien van die talloze mensen, hele volken zelfs, die hun eigen leven afgenomen wordt omdat ze niet in zichzelf mogen bestaan en daarom onderdrukt worden door politieke en godsdienstige systemen die niet kijken op een mensenleven? Heeft Jezus te doen met zo veel mensen die levend dood zijn omdat ze gevangen zitten in hun geld en carrière? Huivert Jezus bij het zien van de dood die nu rondwaart ten gevolge van het corona-virus, de dood ook die mensen over zichzelf afroepen kortom de dood die er al bij leven is?

Jezus huivert! Natuurlijk want God wil de dood niet, Hij wil leven en dat zal Hij laten zien in Jezus. Hij zal Hem uit het graf doen opstaan, niet overlaten aan de macht van de dood. Die Jezus, die Zelf door de Vader uit de dood wordt opgewekt, dié Jezus roept nú Lazarus, Zijn vriend, terug uit het graf. Geen steen zo zwaar, geen graf zo diep, geen dood zo echt, geen verdriet zo ondraaglijk of God kondigt nieuw leven aan. Ja, God blijft de God van de scheppingsdagen, de God van het begin. Gods geest zweefde over de wateren, God blies de mens lévensadem in.

Hij is de God die wij kennen uit het getuigenis van hen die in geloof voorgingen. Vandaag uit het getuigenis van Ezechiël die de barre dagen van het volk van Israël meemaakte, gedeporteerd uit Juda naar Babylon. Alle hoop was vervlogen. Het volk was als een veld dorre beenderen. Máár Ezechiël herinnert de mensen aan wat God zegt: “Al moet Ik jullie graven openen, Ik voer jullie terug naar jullie eigen grond. Jullie zúllen weten, dat Ik God ben, en Mijn volk niet laat verzinken in de dood. Ik zal jullie vestigen op eigen grond”. Een tekst mij uit het hart gegrepen: “Ik zal jullie vestigen op eigen grond!” Is dat niet het geheim van echt leven! Gevestigd op eigen grond ofwel leven in jouw element; leven waar jij thuis hoort, waar jij jouw eigen adem hebt. Is dat niet LEVEN?, tot bloei komen op jouw eigen manier … EN elkaar daartoe stimuleren, uitdagen, helpen? Is dat niet LEVEN: zijn wie je kunt zijn, vrij en on-geknecht? Is dat niet het mensenleven waarin God het meest wordt geëerd? Leef ik zo te midden van mensen op de plekken waar mijn leven zich afspeelt? Juist waar alle schijn tegen is, moeten wij het elkaar het geloof in die God van het leven toewensen. Al lijkt de eigen levensgrond dor en droog; al lijkt God ver weg uit jouw leven; al is alle fut weg uit jouw leven en heb jij geen toekomstperspectief meer (en zo zijn er veel mensen rondom ons); al durf je niet te zijn zoals jij bent; al waait een dodend virus over de wereld en voel je je opgesloten in een graf….Ik ga dit graf openen, zegt onze God.

Zo gebeurde het met Lazarus. Bij mij komen de laatste zinnen heel sterk binnen: “Lazarus kom naar buiten !” En hij kwam naar buiten voeten en handen met zwachtels gebonden en een zweetdoek om het gezicht. Lazarus is gekluisterd, gevangen, geboeid in zichzelf. En dan geeft Jezus een tweede opdracht: “Maak hem los en laat hem gaan!” Ja…het gaat erom dat de mens zich losmaakt, zich bevrijdt uit alles wat hem gekluisterd houdt aan wat het echte leven niet dient!! God wil niets anders dan het echte leven voor ieder van ons. En wij hier rondom Hem mogen niets anders willen dan ieder in ons leven het eigen leven gunnen, ieder in het eigen leven bevorderen of – zo nodig – teruggeven. Ja , dan geloven wij in de God, die ons niet in de dood zal laten, vandaag niet, morgen niet en in eeuwigheid niet!