Preek op de 5e Zondag van de Veertigdagentijd
Zondag 21 maart 2021, jaar B
Door: Joost Jansen o.praem.
Lezingen: Jeremia 31,31-34; Hebreeën 5,7-9, Johannes 12,20-33
‘U geeft mijn voeten ruim baan’: als je wat langer voor de Hongerdoek stilstaat en de lijnen op je laat inwerken, dan kun je meegaan in deze interpretatie. Maar wanneer God ons ruim baan geeft voor onze voeten, waar worden we dan naartoe geleid? Goede vraag na de verkiezingen van afgelopen dagen. Waar gaan we naar toe? Durven we lessen te trekken uit wat ons is overkomen, het afgelopen coronajaar?
De Grieken in het evangelie zijn helder: ‘Heer, wij zouden Jezus graag spreken!’ Hun voeten leiden naar Jezus toe. Boeiende vraag: wij willen Jezus spreken. Grieken in die tijd willen alles onderzoeken, u weet wel, Grieken zijn de mensen van Plato, Socrates, Aristoteles en zovele andere denkers. ‘Wij willen Jezus spreken.’ Waar zouden ze het over willen hebben? En wij: willen wij ook graag Jezus spreken en wat zouden we Hem willen vragen, of willen vertellen? We kunnen nog zo prat gaan op onze sociale inzet, of diaconaal engagement, of in deze veertigdagentijd onze inzameling voor de mensen in India, uiteindelijk staat of valt ons geloof met onze relatie tot Jezus. Wat zouden we Hem willen vragen of vertellen? Denk nu niet dat dit eenvoudig zal zijn. Bij die Grieken in het evangelie wordt niet verteld dat ze toegang tot Jezus krijgen en wat er besproken is. Jezus heeft andere gedachten, andere gevoelens. Met nog zeven dagen te gaan tot de Goede Week kan ik me dat wel indenken. Jezus zal zich waarschijnlijk afvragen: wat hangt me boven het hoofd? Waar leidt deze weg Mij heen, voor mijn voeten ruim baan? Die baan is helemaal niet ruim, die weg is eerder super smal. Het is de gang van de graankorrel.
We gaan zo gemakkelijk met het beeld van de graankorrel om. Hoe vaak wordt dit beeld niet bij een uitvaart gebruikt. Maar ik ben er eens bij blijven stilstaan. Hebt u wel eens een graankorrel zien verpieteren? Op het moment dat je denkt dat de graankorrel bijna helemaal vergaan is, zie je een groen puntje er uit komen, het begin van een aar waaraan weer nieuwe graankorrels zullen verschijnen. Dat verpieteren van een graankorrel houdt me bezig. Bijna helemaal ten onder gaan. Ik leer dat onwerkbare situaties soms maar helemaal te gronde moeten gaan, wil er weer nieuw leven mogelijk worden. Pappen en nathouden is meestal geen weg meer. Neen, op het punt van helemaal afsterven, begint het nieuwe leven. De weg van de graankorrel is de christelijke weg. Het is de weg van de overgave. Jezus was daarmee bezig in het zicht van Pasen. Aan zijn leerlingen, de vrienden van het eerste uur én aan ons, zegt Hij: dat is dienen. Het is niet anders. Take it or leave it.
Gelukkig is er een stem. Er staat dat hij uit de hemel klinkt,
maar wat is ‘hemel’? Voor mij kan het evengoed een stem van een betrokken
bijstander zijn. Thomas Merton heeft het over een ‘guilty bystander’. ‘Guilty’
is betrokken maar eigenlijk ook ‘schuldig’, een bijzondere vorm van
betrokkenheid. Gelukkig dat die mens er is. Die er altijd is, zo geloof ik,
maar niet zoals ik hem graag wil hebben, helaas.
Jezus nodigt ons – in het zicht van zijn lijden en sterven – om die ‘betrokken
bijstanders’ te zijn; ‘guilty’ ook, want we hebben met zijn allen er een potje van
gemaakt, in Gods goede schepping, in onze samenleving, in onze kerk en in onze
gemeenschappen. Wellicht dat wanneer we dit toelaten en accepteren, we dan pas
de weg van de graankorrel kunnen gaan. Accepteren dat het eerst maar eens
volkomen fout moet gaan, wil er iets nieuws kunnen groeien. ‘Vruchtbaarheid
vanuit de verrotting’, voorzag dertig jaar geleden al een Franse jezuïet voor
onze kerk. Misschien zijn we er nu pas aan toe, met een coronaduwtje in de rug.
Ik meen dat we pas echt Pasen kunnen vieren als we eerst de weg van de
graankorrel zijn gegaan, niet alleen persoonlijk, maar ook als gemeenschap, als
kerkgemeenschap. Het vraagt om een bepaalde manier van kijken, van luisteren.
En de durf om die weg te gaan. Ruim baan voor onze voeten? Ik bid er om…

