Preek op de 3e Zondag van de Advent
Zondag 13 december 2020, jaar B
Door: Joost Jansen o.praem.
Lezingen: Jesaja 61,1-2a.10-11; 1 Tessalonicenzen 5,16-24; Johannes 1,6-8.19-28
Op de markt in Berlicum stond ik met de mensen van de diaconie levensmiddelen in te zamelen voor de kerstpakketten. Een vader zei tegen zijn dochtertje van drie jaar: ‘Dat is de pastoor.’ Zij: ‘Wat is dat: een pastoor?’ Ik: ‘Dat is iemand die de verhalen van Jezus vertelt.’ Zij vroeg niet door, het was voldoende. Na een half uur kwamen ze weer langs, het meisje omklemde nog steeds als een kleinood het parochieblad dat ik haar gegeven had. ‘Wie is hij of zij?’, het is een vraag die vaak gesteld wordt. De antwoorden zijn heel verschillend: hij is van die familie, of: zij werkt bij de politie, of: hij is heel gesloten, of: iedereen kent haar. Weten we het nu? We weten iets, maar we raken niet de kern, of liever gezegd, de ziel van deze mens. De priesters en levieten uit Jeruzalem komen ook niet meer te weten dan dat Johannes niet de Messias is, noch Elia, noch de profeet. ‘ik ben het niet’, zegt Johannes, en op de achtergrond klinkt mee hoe de Heer zich uitspreekt als Ik ben die ben. Maar Johannes is het niet. De hoogwaardigheidsbekleders uit Jeruzalem krijgen alleen een opdracht mee: ontdek eens wie onder jullie degene is die je nog niet kent. Hij komt na mij. Zijn schoenriem durf ik niet los te maken. Dit is een soort cryptogram. Je komt er slechts achter als je een tijdje met die vraag leeft en openstaat voor nieuwe ontdekkingen. Ik zeg nu al heel wat: openstaan voor nieuwe ontdekkingen… Voor een priester, voor een leviet is dat lastiger dan voor eenvoudigen van hart. Zij moeten loskomen uit hun systeem. Maar het is niet onmogelijk…
Het is voor ons lastig om ons in die positie te plaatsen. Wij leven naar Kerstmis toe, we verheugen ons zelfs – Gaudete – op de komst van Jezus, Redder en Verlosser. Het ligt bij ons allemaal al zo vast. Hiermee raken we echter niet de kern van de boodschap die God met ons wil delen. Hij wil dat wij ontdekkende mensen worden en blijven. Hij komt zeker maar is vaak onherkenbaar voor onze ogen. Natuurlijk worden legio kindje-Jezussen in de kerststallen neergelegd in de kerstnacht, zoals ook hier in de abdij. Maar daarmee hebben we Hem nog niet ontdekt in ons midden. Daarmee hebben we Hem nog niet in ons midden ontvangen. Waar moeten we dan op letten? Johannes de Doper begint met te zeggen dat hij het niet is, hij is geen god. De profeten die hij noemt Elia, Mozes komt in die verhalen ook ter sprake, ook zij zijn het niet. Velen zijn het niet, ook niet de idolen van onze tijd, de Kardashians of andere ‘influencers’, of mensen die graag op de stoel van God willen zitten. De methode van uitsluiting, van niet dit, niet dat, heeft oude papieren in onze christelijke traditie. Wat dan wel?
De belangrijkste belijdenis van Johannes de Doper is: midden ons u staat Hij die je niet kent. Dus wie je niet kent en die naar wie wij toeleven in deze advent, is wel in ons midden. Dit zou ons nieuwsgierig kunnen maken. Het maakt dat we gaan onderzoeken, dat we gespitst zijn op zijn eventuele aanwezigheid. Zou Hij hier zijn? Daar zijn? En waaraan moeten we Hem dan herkennen? Het is niet alleen zoeken naar een persoon, het is ook zoeken naar plaatsen waar vrede is, verzoening. Waar niet het pessimisme de dienst uitmaakt maar waar steeds met hoop en vertrouwen naar de volgende dag wordt geleefd. Plaatsen waar niet het eigen ‘ik’ centraal staat maar waar naar verbinding wordt gezocht omdat die anderen echt interessant kunnen zijn juist vanwege hun anders-zijn.
Laten we dus niet te snel reageren dat we het allemaal weten hoe het in elkaar zit met de advent en met Kerstmis. Ons geloof kent geen automatische piloot. We zullen ieder jaar weer de weg moeten gaan, geen jaar is hetzelfde. We worden door Covid.19 bij de les gehouden! Johannes de Doper en ook zoveel andere geestelijke meesters, blijven niet hangen in wat ze allemaal al weten. Dat is mooi en hun levenservaringen weerhouden ons van een paar valkuilen. Toch moeten we ieder jaar weer nieuw de weg van verwachten gaan. Dat is de uitdaging waaruit blijkt dat we voor ‘vol’ worden aangezien. Door wie? Door God en zijn goede Geest. Want Hij wil gelovige mensen die volwassen op zoek blijven gaan naar waar Hij zich laat vinden.

