Preek op de 19e Zondag door het jaar

Zondag 9 augustus 2020, jaar A
Door: Joost Jansen o.praem.
Lezingen: 1 Koningen 19,9a.11-13a; Romeinen 9,1-5; Matteüs 14,22-33

Enkele dagen geleden stond ik nog in Zuid-Frankrijk in de buurt van Conques op 700 meter hoogte met uitzicht op een indrukwekkend landschap. Het was alsof ik bij de ingang van een grot naar buiten keek. Een beetje zoals bij die Elia. Het was stil, de stilte van de hoogte en de eenzaamheid. Op zulke momenten luister je anders, niet gehinderd door lawaai en wat we noemen ‘omgevingsgeluid’. Wat hoor je dan?

Ik denk dat dit erg bepaald wordt door wat je hebt meegemaakt, meegemaakt in de voorbije periode, maar ook wat je hebt meegemaakt in een ver verleden. Ervaringen die mij hebben gevormd tot de mens die ik nu ben. Ervaringen waarin het spannend was en ik niet wist welke kant ik op moest, net zoals bij die leerlingen in de boot, geteisterd door de golven. Dit verhaal – in een andere versie – is gebruikt door paus Franciscus op 27 maart op een leeg Sint Pietersplein toen hij onder meer heeft gezegd dat wij dachten gezond te kunnen leven in een zieke wereld. Ik vond het heel gewaagd van de paus om Jezus langs te laten komen in onze wereldboot met zijn eucharistische aanwezigheid in een monstrans. De stilte was te snijden. De stilte toen op die avond in Rome, werd nog geaccentueerd door de sirenes van ziekenwagens met coronapatiënten. Ook toen klonk de vraag: hebben jullie wel voldoende geloof?

Wat is dat: voldoende geloof? Heb ik het? Hebben wij het? Da apostelen blijkbaar niet op dat moment. Ik denk dat de profeet Elia wel voldoende geloof had. Hij kon luisteren, hij kon luisteren naar het ‘achterste van de stilte’, zo luidt de letterlijke vertaling uit het Hebreeuws van wat wij vertalen met ‘een zachte bries’. Hij kon dus luisteren achter alle gebeurtenissen, alle ervaringen. Achter zijn geloofservaringen. Dat luisteren resulteerde in het aanstellen van twee koningen, die van Israël en ook de koning van Damascus, dus van Syrië, de voorloper van Assad, en van een opvolger als profeet: Elisa.

En toen de rust was weergekeerd bij de apostelen in hun boot, Petrus bij de hand is genomen en de wind is gaan liggen? Wat volgde daarop? Aanbidding en de belijdenis: ‘Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God.’ Het is misschien minder concreet dan bij de profeet Elia, maar toch: aanbidding en belijdenis horen wel bij de basiselementen van onze missie, onze zending. Geen grote projecten zonder spiritueel verhaal. Het bootje vergaat anders. En blijven luisteren achter de dingen die gebeuren, luisteren naar het achterste van de stilte. Het vraagt tijd en ruimte voor bezinning.

Vandaag moeten we zeker luisteren naar wat ons overkomt. Van zo’n Covid-19 zijn we nog lang niet verlost. Het zal ons blijven bezighouden. Ik hoop en bid dat we er ook van leren. Ons bestaan kon niet op dezelfde wijze doorgaan, ongebreideld. Er moet een omkeer komen anders vergaan we met ons bootje. Kunnen we de risico’s van deze pandemie erkennen? Blijven we roekeloos omgaan met gevaarlijk spul zodat op een gegeven moment de halve stad Beiroet de lucht invliegt. Er zijn natuurrampen waaraan weinig te doen valt, maar er zijn ook heel veel rampen waaraan menselijk gedrag, nonchalance en gebrek aan verantwoordelijkheid ten grondslag liggen. Ons luisteren achter wat ons allemaal overkomt, onze aanbidding en onze belijdenis ‘Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God’, brengen die ons er toe om tochtgenoten mee te nemen in een andere kijk op de loop van onze wereld? Kunnen we opnieuw leren leven met kwetsbaarheid en de hand van een ander kunnen aannemen wanneer rampen ons overkomen?

Velen van ons hebben nu vakantie en of worden door de vakantie van anderen bepaald. Vakantie is de tijd bij uitstek om stil te staan bij wat voor ieder van ons belangrijk is. Ik heb dit mogen doen bij onze medebroeders in Conques met de onafgebroken stroom van pelgrims. Wat ik u nu heb verteld is mede daarop geïnspireerd. Ik geloof dat luisteren achter alles wat vandaag in onze maatschappij speelt, gekoppeld aan aanbidding en belijdenis, de essentiële voorwaarden zijn – naast andere – voor ieder staan als christen in deze wereld. Dit is het toch wat we als geloofsgemeenschap, als christenen te bieden hebben?