1 november 2019: Allerheiligen en Allerzielen

Een mijmering en Matteüs 5,1-12a

VERKONDIGING

Het verhaal van de hogesnelheidstrein van het leven laat zien, hoe heel je leven overhoop komt te liggen in tijden van groot verdriet. Soms hoor je zeggen: het gemis wordt niet kleiner, maar groter … Iedere dag ervaar ik dat zij echt niet meer terugkomt!

En hoe kan het ook anders?
Als een boom is omgezaagd, dan moetje die een paar jaar laten liggen voordat het hout droog genoeg is om verder te kunnen gaan. Hoe lang duurt het voordat je verder kunt met je leven als de dood een gat in jouw leven slaat.

Herinneringen houden ons gaande en terwijl de hogesnelheidstrein door raast, overvalt het je zo nu en dan. Hij, zij, komt echt niet meer terug.

De dood haalt iemand weg uit jouw kring: een ouder, een man, een vrouw, een kind, een baby soms een vriend, een vriendin, een collega?
Hoe lang duurt het voordat het schrijnende gevoel van gemis is uitgewerkt?
Wat doet tijd ertoe als dit jou overkomt?
Pijn kan het doen, bijna lichamelijke pijn als je op zoek bent naar de dierbare die er niet meer is.
Het kan je zomaar overvallen, als je in een winkel staat en een overhemd ziet liggen, de bladzijden openslaat van een nooit uitgelezen boek.
Als een gordijn wappert omdat jíj dat raam níet dicht hebt gedaan.
Als je met een hamer in je handen hebt en niet meer om goede raad kunt vragen.
Als je je dochter ziet staan bij een bedje dat nooit meer gevuld zal zijn.
Het kan je overvallen als je beseft dat je nooit meer kunt zeggen dat het je spijt, of onderweg als je even iets wilt delen op weg naar huis, soms nog jaren later als je zittend op het strand nadenkt over wat je nooit durfde te vragen, of de knuffel die je nooit meer kunt geven …

Vandaag vieren wij Allerheiligen en Allerzielen tegelijkertijd dat doet een beroep op ons.
En het is een goede traditie dat wij in plaats van de voorgeschreven lezingen, ons laten leiden door de Bergrede van Jezus:
Zalig, we zeggen ook wel gelukkig, zijn zij die verdriet hebben, zegt Jezus.
En als weldenkend mens vraag je je dan af …
Zalig? Gelukkig? Waar heeft deze Jezus het over?
Natuurlijk ben je niet gelukkig als je verdriet hebt. Maar er komt nog iets achteraan …
‘Want zij zullen getroost worden’.
En daar zit de sleutel van deze evangelielezing …
Sta je het toe om getroost te worden in jouw verdriet? Geef je mensen de ruimte om naast je te staan als het pijn doet? Kun je het hebben als iemand probeert om met jou te zijn? En dan klinken de woorden van Jezus al heel anders.

Nog niet zo heel lang geleden was het heel gewoon dat mensen geloofden in een leven na de dood. Het was toch ongelofelijk dat de ziel van goede mensen, zomaar verloren zou gaan?
Als de bladeren vallen, weten wij dat het leven niet verloren gaat, maar voeding geeft voor nieuw leven. Een blad dat valt op de grond, maakt dat straks weer nieuw leven kan opbloeien, in welke vorm dan ook.

Mensen hebben ons leven gegeven, alles wat zij waren leeft in ons verder. Hun liefde, hun vreugde, hun belangstelling, maar ook alle vragen die in hen leefden, hun irritaties, hun onhebbelijkheden.
Zij leven verder en wij blijven hun namen noemen, in onszelf, thuis in de eigen kring, en hier in de kerk doen wij dat ook. Namen die niet verloren zullen gaan.
Namen van mensen die thuis zijn gekomen in Gods liefde en al hebben wij geen idee van het hoe en waar, wij houden onszelf overeind in dat geloven.

Zo is Allerzielen een uitnodiging om verder te gaan, door te gaan met liefhebben, te blijven zorgen voor elkaar, elkaar te blijven waarderen.

Wij mogen nog even verder in de hogesnelheidstrein van het leven en vervolgen onze weg, zoeken ook naar houvast zo nu en dan. Wij houden ons vast aan wat ons steeds weer wordt verteld, omdat wij willen geloven in de mensen naast ons, geloven dat het leven heilig is, dat zorg voor elkaar een heilige opdracht is, dat wij elkaar heiligen als wij een troost voor elkaar zijn.
Als wij dat doen, dan houden wij hen in ere en gedenken hen, steeds opnieuw.

En ook al doen wij graag alsof:
Niemand van ons weet wie God precies is of kan namens God spreken. Maar wat wij wel kunnen is erop vertrouwen dat God met ons wil zijn, mensen op ons pad stuurt die ons hart openen opdat wij getroost worden. Troost en bemoedigd om toch maar weer in te stappen en verder te gaan in de trein op onze weg door het leven, misschien iets minder snel en meer bewust dan voorheen.
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen